CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, juni 2011

 

 

Rota: Concerto soirée (voor piano en orkest) – Divertimento concertante (voor contrabas en orkest) – Symfonie nr. 3 in C

Barry Douglas (piano), Davide Botto (contrabas), Filarmonica ‘900 del Teatro Regio di Torino o.l.v. Gianandrea Noseda

Chandos CHAN 10669 • 62' •

 

 


Nino Rota heeft zich als componist in onze oren genesteld dankzij de film The Godfather. De films waarmee hij zijn reputatie vestigde – denk aan La Dolce Vita, 8 ½ , La Strada – verdwijnen langzamerhand achter de filmhorizon. Maar wat zien we ervoor in de plaats komen? Een toenemend aantal opnamen van Rota’s concertwerken, vooral dankzij het label Chandos. Daar verschenen de twee eerste symfonieën (klik hier), twee pianoconcerten, twee celloconcerten, en vier concertante werken voor fagot, trombone, harp en hoorn.

Aan die serie wordt nu een nieuwe uitgave toegevoegd, met twee concertante werken en de Derde symfonie. De telling van Rota’s symfonieën is wat warrig door de Sinfonia sopra una canzone d’amore, een symfonie die geen nummer heeft meegekregen maar wel de naam. Ze ontstond in 1947, werd niet uitgevoerd en dus gebruikte Rota delen ervan voor de films Il Gattopardo en The Chrystal Mountain. In 1956/7 schreef Rota zijn wél genummerde Derde symfonie, in C-groot; korter, luchtiger en vrolijker dan de twee voorgangers.

Met de pianoconcerten is iets soortgelijks aan de hand. Naast de beide genummerde pianoconcerten bestaat er ook nog een Concerto soirée, geschreven in 1961 met een knipoog naar de Soirées musicales van zijn voorganger Gioacchino Rossini – door de Italianen heel charmant ‘musica al quadrato’ genoemd: muziek tot de tweede macht, gebaseerd op voorbeelden uit het verleden.

Het ‘Divertimento concertante’ voor contrabas en orkest ontstond tussen 1968 en 1973 en schaart zich in het eenzame gezelschap van contrabasconcerten. Met een contrabasconcert krijg je de zaal niet vol, en dus zit geen enkele componist erom te springen. Geen wonder dat Rota er vijf jaar over deed. De legendarische dirigent Serge Koussevitzky bespeelde de contrabas, en schreef een concert voor eigen gebruik. Het is nog steeds het ‘examenstuk’ voor contrabassisten. Het moet gezegd: Rota verschaft hem duchtige concurrentie met zijn Divertimento. Het wordt verdienstelijk gespeeld door de eerste basist van het Turijnse orkest, maar al luisterend vraag je je af hoe het geklonken zou hebben onder de vingers van een virtuoos als Duncan McTier.

Die vraag dringt zich absoluut niet op bij het Concerto soirée. Barry Douglas maakt van dit bescheiden en onpretentieuze stuk een Concert met een hoofdletter. Vijf korte deeltjes kent het, met een totale lengte van krap twintig minuten. Vanaf de eerste maat zit je gebiologeerd te luisteren naar de verrassende details die Douglas uit de partituur weet te toveren. Dit lijkt het debuut van Douglas bij het label Chandos te zijn, en het opent zeker perspectieven.

De grootste verrassing van deze aflevering is de dirigentenwissel. De voorafgaande edities werden verdienstelijk gedirigeerd door Marzio Conti, maar die wordt voor deze gelegenheid vervangen door Gianandreo Noseda, de chefdirigent van de opera van Turijn, en dus de eigenlijke baas van deze musici. Noseda heeft in Nederland bekendheid verworven door zijn activiteiten bij het Residentie- zowel als het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Hij weet zijn Turijnse orkest tot opmerkelijke prestaties te brengen, en zorgt samen met Barry Douglas voor een topuitvoering van het Concerto soirée. De Derde symfonie, die veel minder romantisch is uitgevallen dan de twee voorafgaande, profiteert enorm van zijn strakke directie.

Of er nog meer delen in deze serie zullen verschijnen moeten we afwachten. Maar gezien de combinatie Noseda – Turijn is het wellicht mogelijk om te hopen op Rota’s meest succesvolle opera, Il cappello di paglia di Firenze – want Rota was boven alles een operacomponist.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links