CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, februari 2020

Rameau: Suites in e en D (selectie)

Debussy: Prélude tot La Damoiselle élue – Estampes: Jardins sous la pluie – Children's Corner: Serenade for the doll, The snow is dancing – Préludes, Boek I: Des pas sur la neige, La fille aux cheveux de lin – Préludes, Boek II: Ondine – Images, Boek I: Hommage à Rameau
Víkingur Ólafsson (piano)
DG 4837701 • 79' • (2019)

Het album is beschikbaar vanaf 27 maart a.s.

   

Víkingur Ólafsson behoort tot het zeldzame ras van pianisten bij wie je vergeet dat er een instrument tussen bespeler en luisteraar staat. Hij ziet kans om de inkt van de noten direct te transformeren in klank, en onder zijn handen (hij heeft extreem lange vingers) wordt zelfs een matige notenschrijver als Philip Glass opgewaardeerd tot een magnetische luisterervaring.

In zijn geboorteland IJsland is de voornaam Víkingur de officiële naam, de tweede naam geeft bij de mannen alleen aan om wiens zoon het gaat: Víkingur, de zoon van Olaf, geboren in 1984. Pas in 2017 verscheen zijn eerste cd, met de Etudes van Philip Glass op het label DG, dus van een bliksemcarrière is hier geen sprake. Víkingur is een ernstig ogende, bebrilde jongeman die niet gehinderd wordt door wilde ambities, maar op zoek is naar muzikale uitdagingen. Hij kiest zijn projecten met zorg, en is in staat om er een samenhangend verhaal bij te vertellen. In 2019 werd Víkingur voor het eerst vader, en de bevalling liet nogal op zich wachten. Hij kortte de tijd met het doorspelen van de klavierwerken van Rameau, een componist die jaren geleden zijn aandacht had getrokken tijdens een recital door Emil Gilels. Al spelend werd hij zich bewust van de directe lijn die er bestaat tussen Rameau en zijn collega Debussy.

De carrière van Jean-Philippe Rameau (1683-1764) is er een geweest van pieken en dalen, tijdens zijn leven en ook daarna. Tot zijn vijftigste zwoegde hij in de provincie als organist en putte hij zich uit om naam te maken als muziektheoreticus. In de tweede helft van zijn bestaan boekte hij onverwacht grote successen als operacomponist, maar was hij tevens het onderwerp van grote controverses. Voor de een was hij te vooruitstrevend in zijn muzikale taal, voor de ander te behoudend in zijn dramaturgische keuzes. Na zijn dood werd hij als componist snel vergeten – alleen zijn handboek over de harmonieleer bleef tot in de twintigste eeuw in gebruik. Het is te danken aan Claude Debussy dat we Rameau opnieuw hebben leren kennen als ‘de grootste componist die Frankrijk heeft voortgebracht'. Debussy legde daarvan getuigenis af in de laatste drie sonates (het hadden er zes moeten worden) die hij voltooide. Dank zij de ‘oude muziek beweging' is de roem van Rameau in de laatste decennia van de twintigste eeuw opnieuw doorgedrongen tot het internationale operapubliek.

Víkingur heeft uit beide componenten met zorg een boeiend recital samengesteld, en vertelt boeiend over zijn keuzes. Het recital – want dat is het – opent met Debussy's pianotranscriptie van de Prélude tot de cantate La Damoiselle élue en sluit af met de Hommage à Rameau, het tweede deel van de Images uit 1905. Daartussen delen uit de Suites in e klein en D groot van Rameau. Eén track valt op door de naamgeving: The Arts and the Hours. Het is een eigen bewerking van een deel uit Les Boréades, met de oorspronkelijke titel Entrée d'Abaris, Polimnie, Les Muses, Zéphirs, Saisons, Les Heures et les Arts. Debussy wordt uiteraard vertegenwoordigd met stukken die in karakter aansluiten bij de wereld van Rameau. In zijn interpretaties staat helderheid en lijnenspel voorop, dit is niet slechts de Debussy van verwaterde aquarellen, hier wordt ook scherp geëtst. Bij Rameau vergeet de luisteraar dat hier niet op een klavecimbel wordt gespeeld – deze interpretaties staan op één lijn met het schitterende Bach-album dat vorig jaar uitkwam (hier besproken).

Wat Víkingur met dit recital bereikt is niet alleen de verbinding tussen de twee markantste Franse componisten over een afstand van drie en een halve eeuw, hij laat horen dat Rameau definitief mag worden opgenomen in het pantheon van grote klaviercomponisten uit de barok, samen met Bach en Scarlatti. Víkingur is een IJslandse ontdekkingsreiziger om met belangstelling en bewondering te volgen. Binnenkort speelt hij in de ZaterdagMatinee het gloednieuwe pianoconcert van John Adams.

________________
John Adams dirigeert oude en nieuwe Adams
7 maart 2020, Concertgebouw, Amsterdam
Radio Filharmonisch Orkest
John Adams, dirigent
Víkingur Ólafsson, piano
- Still Dance (Nederlandse première)
- Must the Devil Have All the Good Tunes? (pianoconcert) (Nederlandse première)
- Harmonielehre


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links