CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, maart 2021

(Grigory) Frid: Phädra op. 78 nr. 1 – Pianokwintet op. 72

Elisaveta Blumina (piano), Vogler Quartett
Capriccio C5389 • 54' •
Opname: dec. 2018, Jesus-Christus-Kirche, Berlijn-Dahlem

   

In 2019 bracht het label Capriccio een cd uit met werken van Grigory Frid, die ik hier enthousiast heb besproken. Vooral een Dubbelconcert voor altviool, piano en strijkorkest maakte diepe indruk, al kwam dat ook door het doorleefde spel van Isabelle van Keulen. Nu, krap twee jaar later, presenteert Capriccio opnieuw een cd die in zijn geheel gewijd is aan deze componist. Maar wie is Grigory (niet te verwarren met Géza) Frid?

Grigory Frid werd geboren in 1915 in (toen nog) Petrograd in een intellectueel joods milieu. Vader was muziekcriticus en moeder studeerde als pianiste af aan het conservatorium van St Petersburg. Van haar kreeg hij zijn eerste pianolessen. Zijn vader werd onder het regime van Stalin veroordeeld tot vijf jaar dwangarbeid, en zo verhuisde het hele gezin naar Zuid-Siberië, waar Grigory in Irkoetsk zijn muziekopleiding begon. Na zijn terugkeer studeerde hij af in Moskou bij Vissarion Sjebalin. Frid heeft zich in Moskou sterk gemaakt als organisator van concerten voor jonge componisten (Moscow Music Club) en als docent. Hij was ook actief als beeldend kunstenaar en schrijver over muziek en zijn memoires. In zijn muziek zien we een verwantschap met Sjostakovitsj, een eigenschap die ze deelt met Mieczieslaw Weinberg. Net als de pas onlangs weer in de belangstelling teruggekeerde Weinberg verdient zijn muziek een breder publiek. Bekendheid heeft Frid ook in het westen verworven met zijn kameropera The Diary of Anne Frank uit 1969, waarvan op het label Brilliant een opname verscheen die ik hier eveneens heb besproken. Frid overleed op de gezegende leeftijd van 97 jaar in 2012 in Moskou.

Frid hield zich in het begin van zijn carrière keurig aan de geldende regels van de naoorlogse Sovjet-Unie. In de Derde Symfonie voor strijkorkest en pauken uit 1964 is al te merken dat de invloed van Bartók (Muziek voor snaarinstrumenten) is doorgesijpeld. Maar in het Concert voor altviool, piano en strijkorkest uit 1981 worden we geconfronteerd met een harde stijlbreuk. Het is alsof we naar een andere componist luisteren, die de invloeden van de twaalftoonstechniek ondergaan heeft. Frid heeft de verworvenheden van Schönberg echter niet dogmatisch gevolgd, maar ze in zijn eigen coloriet verweven, op een manier die we soms zwevende tonaliteit noemen.

Op deze uitgave staan twee werken voor dezelfde bezetting (piano en strijkkwartet), maar opvallend genoeg wordt die door Frid verschillend gespecificeerd. Phädra uit 1985 is voor altviool, twee violen, cello en piano, waarbij dus een leidende rol wordt toegekend aan de altviool. Frid heeft een duidelijke voorliefde voor de altviool, dat bleek al uit de vorige cd met een hoofdrol voor Isabelle van Keulen. Dat wordt nog eens benadrukt door het feit dat er van Phädra ook een versie verscheen voor altviool en piano, met het opusnummer 78 nr. 2. Phädra vond zijn oorsprong als toneelmuziek waarvan het verhaal bekend mag worden verondersteld. Opvallend is het tweede deel, Hofmuziek, waarin Frid citeert uit Pulcinella (Serenade) van Stravinsky, die volgens de toelichting op zijn beurt leentjebuur speelde bij de vroeg negentiende-eeuwse componist Pergolesi.

Het andere werk op deze cd is een regulier Pianokwintet in drie delen uit 1981, waarin we dezelfde karakteristiek tegenkomen die het Dubbelconcert uit hetzelfde jaar kenmerkte. De toelichting signaleert naast bovenvermelde verwantschap met Bartók, Schönberg en Sjostakovitsj ook het polystilisme van zijn jongere tijdgenoot Schittke, die in Moskou deel uit maakte van de door Frid opgezette club van jonge componisten.

Het Vogler Quartett bestaat alweer 35 jaar in onveranderde bezetting en heeft zich dikwijls sterk gemaakt voor verwaarloosd repertoire (zie mijn bespreking van de strijkkwartetten van Hartmann en Eisler). Pianiste Elisaveta Blumina maakt zich eveneens al jaren sterk voor vergeten componisten, met bovenaan de lijst Mieczyslaw Weinberg. Samen zorgen ze voor een uitvoering die deze werken boven zichzelf uittilt in muziek waarin de weemoedige schoonheid van de herfst tot klank wordt. Het label Capriccio, met als onvolprezen label chef Stefan Lang werkte voor deze productie opnieuw samen met de Duitse publieke omroep in een schitterende opname. In de toelichting lezen we dat Frid de schepper zou zijn van een kolossaal oeuvre, maar helaas strookt dat bij lange na niet met de pdf die zijn uitgever Sikorski online beschikbaar stelt. Mogen we blijven hopen op nog veel meer Frid van Capriccio in samenwerking met Deutschlandfunk?


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links