CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, juli 2019

Fauré: Requiem op. 48 (originele versie, 1893)

Poulenc: Figure Humaine

Debussy: Trois Chansons de Charles d'Orléans

Roxane Chalard (sopraan), Mathieu Dubroca (bariton), Louis-Noël Bestion de Camboulas (orgel), Ensemble Aedes, Les Siècles o.l.v. Mathieu Romano
Aparté AP201 • 59' •
Opname: augustus 2018, L'Abbaye de Lessay (Fauré); mei 2018, La Seine Musicale, Boulogne-Billancourt (overige) (F)

   

Het vocale ensemble Aedes werkt regelmatig samen met Les Siècles, het gedroomde orkest van François-Xavier Roth. Les Siècles speelt op tijdeigen instrumenten van de barok tot Stravinsky, vandaar de naam. Vaste dirigent van Aedes is Mathieu Romano, die voor deze opname het orkest van Roth tot zijn beschikking kreeg voor de opname van het Requiem van Fauré. Romano koos voor de originele versie uit 1893 (voor de verschillende versies en een uitgebreide beschrijving van het werk kunt u terecht bij het artikel van Gerard Scheltens). De karakteristieke trekken van deze uitvoering zijn het laat negentiende-eeuwse instrumentarium, de Franse uitspraak van het Latijn (luuks in lux aeterna), de solisten zijn geen ingehuurde sterren maar koorleden die naar voren treden en het orgel van de gotische Abbaye de Lessay maakt een prominent onderdeel van de totaalklank uit. De sopraansolo, die in de eerste uitvoering uiteraard gezongen werd door een jongenssopraan, wordt hier ingevuld door een blommige sopraan met bijbehorend vibrato, en dat is het enige minpuntje. Mathieu Romano heeft een voorkeur voor rustige tempi die de klank de gelegenheid geven om zich in de prachtige akoestiek te ontvouwen en de opnamekwaliteit is ronduit spectaculair.

Francis Poulenc beschouwde de cantate Figure Humaine, op een tekst van Paul Eluard, als zijn beste schepping. Dit is wat de componist zelf schrijft over het ontstaan ervan. ‘Tijdens de bezetting [1940-45] werden een paar gelukkige zielen, waaronder ikzelf, door de morgenpost verblijd met de aankomst van een bundeltje getypte gedichten. Ondanks het pseudoniem waren ze duidelijk het werk van Paul Eluard. Het plan om in het geheim een werk te componeren dat clandestien gedrukt en gerepeteerd zou worden, om dan eindelijk op de lang verwachte dag van de bevrijding uitgevoerd te worden, kwam bij me op tijdens een pelgrimstocht naar Rocamadour'. Dat een en ander in het geheim moest gebeuren had te maken met de positie van de dichter Paul Eluard. Tijdens de tweede wereldoorlog was Eluard een van de belangrijkste Poètes de Résistance. Hij kwam op een zwarte lijst terecht en moest onderduiken. Hij bleef echter clandestien gedichten publiceren, waaronder het beroemde 'Liberté' (het laatste deel van Figure humaine) dat door de Engelsen met vliegtuigen boven bezet Frankrijk werd uitgestrooid. Na de bevrijding werd Eluard in Frankrijk als een held gevierd. Poulenc verklankte de acht liederen voor twee zesstemmige koren, die samen als het ware een vocaal orkest vormen. ‘Ik wilde deze uiting van hoop alleen laten uitvoeren door de menselijke stem, zonder instrumentale tussenkomst'. ‘Jammer dat het zo moeilijk is', schreef hij in 1944 aan Piere Bernac, ‘maar dat is tegelijkertijd een van de kwaliteiten'. Inderdaad is Figure humaine een duivels lastige partituur, die eigenlijk pas in de afgelopen decennia op niveau is uitgevoerd – en opgenomen. De manier waarop Poulenc in het laatste deel onontkoombaar toewerkt naar het slotakkoord in een stralend E-majeur, bekroond met een driegestreepte E voor de sopraan, op het woord Liberté bezorgt je kippenvel, zeker in deze uitvoering.

De Trois Chansons de Charles d'Orléans kennen een schimmige ontstaansgeschiedenis die meestal in één zinnetje wordt afgedaan: Debussy schreef het eerste en het derde deel in 1898, voegde er in 1908 het middendeel aan toe, en bij die gelegenheid bracht hij enkele kleine veranderingen aan in de eerdere versie. Aangezien Mathieu Romano en zijn Ensemble Aedes de gepubliceerde versie van 1908 al eerder opnamen, leek het hem een goed idee om naar het oorspronkelijke manuscript van de componist terug te gaan. De vraag die daarbij rijst is over welk manuscript Romano het heeft – de toelichting zwijgt erover. Op de website van IMSLP bevindt zich een hologram van een eerdere versie, in drie delen, dus daterend uit 1908, maar die klinkt duidelijk niet op deze opname. En om nu te beweren dat de componist enkele kleine veranderingen aanbracht is klinkklare nonsens. De veranderingen zijn ingrijpend (het derde deel is de helft korter in de eerdere versie). Het meest direct opvallende verschil is in het tweede deel de solopartij, die niet door een alt maar door een tenor wordt gezongen, maar verder zijn juist daar de noten exact hetzelfde. Door de enorme verschillen tussen de beide andere delen is deze opname een document van onschatbare waarde.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links