CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, december 2020

Des Prez: Missa Hercules Dux Ferrarie - Missa D'ung aultre amer - Missa Faysant regretz

Tallis Scholars o.l.v. Peter Phillips
Gimell CDGIM 051 • 72' •
Opname: Merton College Chapel, Oxford

   

De geboortedatum van Josquin (Lebloitte dit) des Prez [Josse, Gosse, Gossequin, Jossequin, Joskin, Josquinus, Jodocus, Judocus, Juschino; Des Prez, des Près, des Prés, de Prés, a Prato, de Prato, Pratensis] kennen we niet, ze wordt geschat tussen 1450 en 1455. Maar we weten precies wanneer hij is gestorven: op 27 augustus 1521. Dat betekent dat we in 2021 zijn vijfhonderdste sterfdag vieren. Of 2021 ook het Josquinjaar zal worden zoals 2020 het Beethovenjaar werd staat nog te bezien, maar aan Peter Phillips en zijn Tallis Scholars zal het in ieder geval niet liggen. Deze uitgave markeert de voltooiing van een project waaraan decennialang gewerkt is: een opname van de complete missen van Josquin, zestien in getal, samengebracht op negen individuele cd's.

Het is een project dat volgens Phillips min of meer toevallig tot stand kwam. In 1987 viel de eerste cd met de Missa Pange Lingua, een van Josquins allermooiste scheppingen, opvallend in de prijzen. Dat wakkerde belangstelling en animo bij Phillips en de zijnen weliswaar aan, maar van een doelbewuste integrale is volgens Phillips destijds geen sprake geweest. Maar het valt niet te ontkennen dat er sinds 2008 schot in de zaak is gekomen en dat de laatste drie delen met de finish in zicht tot stand zijn gekomen. Hierbij een opsomming van de negen afleveringen.

Het enorme gat van bijna twee decennia tussen aflevering twee en drie heeft te maken met de zakelijke perikelen waarin Peter Phillips verzeild raakte toen hij het label Gimell in 1996 verkocht aan de platenmaatschappij Philips, en zich vier jaar later genoodzaakt zag het weer terug te kopen.

Een overzicht:

1. Missa Pange Lingua & La-sol-fa-mi-re (CDGIM 009) - 1986

2. Missa L'homme armé in twee versies (CDGIM 019) - 1989

3. Missa Sine nomine & Ad fugam (CDGIM 039) - 2008

4. Missa Malheur me bat & Fortuna desperata (CDGIM 042) - 2009

5. Missa Beata Virgine & Ave Maris Stella (CDGIM 044) - 2011

6. Missa Di Dadi & Une mousse de Biscaye (CDGIM 048) - 2016

7. Missa Gaudeamus & L'ami Baudichon (CDGIM 050) - 2018

8. Missa Mater Patris & Missa de patrem (CDGIM 052) - 2019

9. Missa Hercules Dux, D'ung aultre amer & Faysant Regretz (CDGIM 051) - 2020

Josquin des Prez was onbetwist de grootste componist van zijn tijd en heeft, mede dank zij zijn hoge leeftijd, en de uitvinding van de muziekdrukkunst in 1501, een enorme invloed op volgende generaties componisten gehad. Peter Phillips breekt een lans voor de stelling dat de carrière van Josquin parallellen vertoont met die van Beethoven. De enorme invloed van Beethoven op het componeren in de negentiende eeuw staat voor ons buiten kijf, maar door de niet meer te bevatten afstand kunnen we ons nauwelijks voorstellen dat driehonderd jaar eerder een vergelijkbaar fenomeen speelde. Phillips stelt dat de symfonische productie van Beethoven, met negen individueel totaal verschillende meesterstukken, te vergelijken is met Josquins Missen. Ook daar is sprake van een verregaand streven naar individualisering: met elke mis wil Josquin ons een ander facet van zijn componeren laten zien.

In zijn vroege werken zien we bij Josquin een fascinatie voor het spel met de noten: canon, imitatie, parodie en cantus firmus vormen de bouwstenen voor een muzikale legpuzzel. Dat komt prachtig tot uiting in de Missa Di Dadi, waar in de gedrukte uitgave een afbeelding van twee dobbelstenen aan ieder onderdeel voorafgaan. In de latere werken, zoals de Missa Pange Lingua, laat Josquin de techniek los om zich over te geven aan een fantasierijk verloop van het muzikale betoog.

In de Missa Hercules Dux Ferrarie combineert Josquin die twee methodes. Om zijn broodheer, Ercole I d'Este, hertog van Ferrara, te plezieren nam hij de letters van diens naam en zette ze om in notennamen: Her-cu-les-Dux-Fer-ra-ri-e wordt zo re-ut-re-ut-re-fa-mi-re, waarbij her Franse ut in ons solmisatiesysteem vervangen wordt door de do: re-do-re-do-re-fa-mi-re. Josquin ziet vervolgens kans om in het verloop van de mis die acht noten in de form van een cantus firmus (uitkomende stem) maat liefst 47 keer voorbij te laten komen. In het Sanctus laat Josquin zijn fantasie de vrije loop met een vijftonige reeks die in snelle imitaties naar boven en naar beneden wordt gezongen. Wanneer deze mis is ontstaan is niet met zekerheid te achterhalen, maar aangezien Josquin in 1503/4 bij het hof van Ferrara in dienst was ligt dat jaartal voor de hand.

De Missa Faysant Regretz maakt gebruik van een nog veel korter motief: fa-re-mi-re, dat maar liefst tweehonderd keer voorbijkomt. Peter Phillips maakt in zijn toelichting de vergelijking met de dichte polyfonie die door Bartók op vergelijkbare wijze werd toegepast in zijn Vierde strijkkwartet. De Missa D'ung altre amer is met een tijdsduur van achttien minuten niet alleen compact maar ook kort. Ze past in de traditie van de Ambrosiaanse rite die rond 1480 in Milaan in gebruik was toen Josquin daar werkte. Het Benedictus werd vervangen door het motet Tu solus qui facis mirabilia.

De uitvoeringspraktijk in dit repertoire biedt mogelijkheden tot eindeloze discussies op basis van grote verschillen in opvatting over vrouwenstemmen, mannenstemmen, toonsoort, tempo, ornamentatie, en ga zo maar door, alle parameters zijn aan persoonlijke smaak en praktische instelling onderhevig. Het kan dus niet anders dan dat Peter Phillips in de praktijk keuzes maakt die van grote invloed zijn op de manier waarop wij 'zijn' Josquin ondergaan. De bezetting van de Tallis Scholars bestaat uit twee sopranen, alten, tenoren en bassen elk. Bij Josquin zouden dat opgeteld acht mannen en jongens zijn geweest, bij Phillips zijn vrouwelijke sopranen het ensemble binnengeslopen. Vooral de sopranen drukken een onmiskenbaar stempel op het klankbeeld, dat diametraal staat op dat van het Hilliard Ensemble, dat zich ook met dit repertoire heeft beziggehouden.

The Tallis Scholars hebben zich in iedere aflevering van deze integrale met een loepzuivere intonatie soeverein betoond. Phillips kent deze partituren als geen ander en zorgt bovendien voor een doorwrochte toelichting. De interpretatieve keuzes die hij maakt leiden tot een schitterend klinkend resultaat: eerlijk, streng, strak, zuiver en zonder opsmuk; met dynamische schakeringen wordt zeer terughoudend omgesprongen. De opname past zich daarbij aan, zonder overdadige galm, zeer direct en helder als glas. Een niet onbelangrijk detail: de partituren van diverse missen zijn gratis op de website van The Tallis Singers als pdf download beschikbaar.

Stel dat in het Beethovenjaar sprake zou zijn geweest van een allereerste uitgave op geluidsdragers van de Negen symfonieën door één orkest en één dirigent. Dat zou een ongekende opwinding hebben veroorzaakt, analoog aan de eerste Mahler cycli van zestig jaar geleden.

Toch is hier precies hetzelfde aan de hand. Peter Phillips benadrukt keer op keer in zijn toelichtingen en in interviews hoe de ontwikkeling van deze 'Beethoven van de Renaissance' tot klinken komt in zijn zestien missen. Het is te hopen dat in het Josquinjaar 2021 een soortgelijk besef gaat groeien.

De eerste voorzet is al gegeven. In augustus 2021 voeren Peter Phillips en The Tallis Scholars in vier dagen de zestien missen van Josquin uit in de Pierre Boulez Saal in Berlijn, ongetwijfeld online te volgen. Een niet te missen historisch moment!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links