CD-recensie

Veertig jaar Gimell

Alle missen van Josquin op negen cd's

 

© Gerard van der Leeuw, mei 2021

Des Prez: Missa Hercules Dux Ferrarie - Missa D'ung aultre amer - Missa Faysant regretz

The Tallis Scholars o.l.v. Peter Phillips
Gimell CDGIM 051 • 72' •
Opname: Chapel of Merton College, Oxford (2020)

Hier door Siebe Riedstra besproken

   

Op 23 en 24 maart 1980 maakten The Tallis Scholars o.l.v. Peter Phillips in de Chapel of Merton College in Oxford hun eerste opname voor het speciaal voor hen opgerichte Gimell Records. Allegri's Miserere, Mundy's Vox patris caelestis en Palestrina's Missa Papae Marcelli veroverden zo stormenderhand de muzikale wereld. Onlangs werd de opname geremastered en opnieuw uitgebracht. Inmiddels verschenen ruim zestig opnames van renaissancecomponisten als Browne, Tallis, Byrd, Cornysh, Tavener, Tye, Sheppard, Mouton, Clemens non Papa, Victoria, Gesualdo, Cardoso, Lôbo, Ockeghem, Obrecht, Isaac, Gombert, Lassus en anderen. En ook een paar moderne componisten: Pärt, Whitacre en John Taverner.
Een groot, recent afgesloten project is de opname van alle missen van Josquin des Prez op negen cd’s.

Josquin moet ergens rond 1450 geboren zijn, precieze datum en plaats zijn onbekend. Al tijdens zijn leven genoot hij grote bekendheid, mede doordat zijn werk al heel vroeg werd uitgegeven door Ottaviano Petrucci (Missarum Josquin Liber Primus, 1502, Missarum Josquin Liber secundus, 1505, Missarum Josquin liber tertius, 1514).
Die grote bekendheid had ook nadelen: de naam Josquin boven een stuk gold als een kwaliteitsmerk. Om begrijpelijke redenen is er dan ook relatief veel werk aan hem toegeschreven dat niet van hem is. Een inmiddels berucht voorbeeld is het motet Absalon fili mi, ooit beschouwd als een topstuk van Josquin, dat inmiddels met enige aarzeling door velen beschouwd wordt als een werk van Pierre de la Rue.(1)

Josquin moet zich van zijn status bewust geweest zijn, zoals blijkt uit een beroemde brief van Gian de Artiganova, de gezant van Ercole I d’ Este in Ferrara:

… Naar mijn mening is hij [Heinrich Isaac] zeer geschikt om Uwe Exellentie te dienen, veel meer dan Josquin omdat hij goed met zijn collega’s overweg kan en vaker nieuwe stukken zal schrijven. Het is waar dat Josquin beter componeert, maar hij doet het alleen wanneer hij er zin in heeft, niet wanneer iemand anders dat wenst, en hij verlangt 200 dukaten als salaris terwijl Isaac het voor 120 zal aannemen. …(2)

Ercolo (Hercules) koos toch voor Josquin en kreeg als dank een meesterwerk: de Missa Hercules Dux Ferrarie, waarin zijn naam in de vorm een een ‘soggetto cavato’ (3) maar liefst 47 keer tot
klinken komt:

Of dat nog niet genoeg was bevat de mis ook nog toespelingen op de 12 werken van Hercules, de Griekse superheld waarmee Ercole zich graag vergeleek.

Josquins genialiteit uit zich vooral in de manier waarop hij in een grote synthese de muzikale structuren van zijn voorgangers weet toe te passen en verder weet te ontwikkelen, waarbij de ingewikkelde polyfone structuren, zoals de veelvuldig toegepaste canons, een nieuw gevoel voor tekstuitbeelding niet in de weg zit. Hij is de grootmeester van de ‘doorimitatie’.

Een schoolvoorbeeld:

Josquin des Prez: Ave Maria … Virgo serena

Ook een werk met een enorme reputatie, ook al omdat het de in 1502 door Petrucci gedrukte bundel Motetti A opent. De eerste complete opname dateert al uit 1937.(4)

Wij Nederlanders boffen toch maar dat we Theun de Vries’ Het motet voor de kardinaal kunnen lezen. Een prachtboek, waarin je veel te weten komt over de tijd waarin Josquin leefde.

Een overzicht van alle opnamen:

1986 Missa Pange lingua en La-sol-fa-mi-re (CDGIM 009)
1989 Missa L'homme armé in twee versies (CDGIM 019)
2008 Missa Sine nomine en Ad fugam (CDGIM 039)
2009 Missa Malheur me bat en Fortuna desperata (CDGIM 042)
2011 Missa De beata virgine en Ave maris stella (CDGIM 044)
2016 Missa Di dadi en Une mousse de Biscaye (CDGIM 048)
2018 Missa Gaudeamus en L'ami Baudichon (CDGIM 050)
2019 Missa Mater patris en Missa da pacem (CDGIM 052)

en als laatste in 2020 de Missae Hercules Dux Ferrarie, D'ung aultre amer en Faysant regretz. (CDGIM 051).

Over de uitvoeringen van de laatste drie missen kan ik kort zijn. Die zijn ronduit perfect. Loepzuiver, evenwichtig, doordacht, maar met een onderhuidse spanning. De klank is in de loop der jaren wat robuuster geworden er kwam meer emotie, ietsje meer dynamiek ook bij. Maar de essentie bleef. Drie sopranen (vrouwenstemmen), twee alten, twee tenoren en twee bassen. En wat zo mooi is: op de website van The Tallis Scholars zijn alle partituren (gratis) te vinden. Dirigent Peter Phillips schreef een zeer ter zake toelichting, waarvan hier het slot:

This album marks the end of The Tallis Scholars’ Josquin Mass cycle, which started in January 1986. What have we learnt? I made a decision many years ago that we should avoid long recording series because, with limited time and resources, I wanted every album we released to stand on its own as an eyecatching event, and this could not be guaranteed in projects which had by definition to be complete – as true for Palestrina’s Masses as for Haydn’s symphonies. Instead for years we staked out the boundaries of Renaissance polyphony, essentially by visiting each major figure and dedicating one anthology to him.
When we started recording Josquin in 1986 there was no intention to launch a series; but slowly I began to understand that with his eighteen Masses – a just about manageable number for a single recording project – my principle would still be respected, simply because Josquin refused to do the same thing twice. Like Beethoven in his symphonies, Josquin used basically the same lineup of performers to create dramatically individual sound-worlds every time he wrote for them. I realised that every album could indeed be an event, and that the complete set – if we ever managed to finish it – would be a major event. Like exploring Beethoven’s symphonies, the differing sound-worlds inherent in Josquin’s handling of his chosen medium were there for the taking: it was our task to find them.
It has been a search which at times has proved extremely taxing, not least because of Josquin’s crazily wide voice-ranges. But it has defined the career of The Tallis Scholars.

Om naar uit te kijken
Vanaf 25 augustus 2021 (Josquin overleed op 27 augustus 1521) voeren The Tallis Scholars o.l.v. Peter Phillips in vier dagen tijd alle missen van Josquin uit in de Pierre Boulez Saal in Berlijn. Of we erheen kunnen is op dit moment twijfelachtig, maar e.e.a. is ongetwijfeld online te volgen.

__________________
(1) Zie o.a. Nigel Davison: Absalom Fili Mi Reconsidered, in: Tijdschrift van de Koninklijke Vereniging voor Nederlandse muziekgeschiedenis, vol. 46, no. 1, 1996, pp. 42–56.
(2) Geciteerd naar: Willem Elders: Josquin des Prez en zijn muzikale nalatenschap, Hilversum 2011, p. 14.
(3) Een ‘soggetto cavato dalle vocali di queste parole’, een motief dat de componist verkrijgt door de klinkers in een tekst te verbinden met het solmiseren - do (= ut), re, mi, fa etc.
(4) Op een 78-toerenplaat met de Cappella Giulia o.l.v. Ernesto Boëzi (1856–1946). Édition de la Musique Sacrée 48.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links