CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, april 2010

 

 

Debussy: orkestwerken (deel 3)

Images pour orchestre - Pour le piano (sarabande) (orkestratie Maurice Ravel) - Danse (orkestratie Maurice Ravel) - Marche écossaise sur un thème populaire - La plus que lente.

Orchestre National de Lyon o.l.v. Jun Märkl.

Naxos 8.572296 • 60' •

 


Claude Debussy (1863-1918) heeft de twintigste-eeuwse muziek doorslaggevende impulsen gegeven. Veel historici zijn van mening dat die eeuw voor de kunsten pas begon na de Eerste Wereldoorlog. Dat 1918 niet alleen het einde van de oorlog markeerde, maar ook het sterfjaar van Debussy was, zou voor de muziekgeschiedenis betekenen dat de dood van Debussy de twintigste eeuw inluidde. Zijn breuk met de Franse laat-romatiek en zijn volstrekt onafhankelijke instelling maakten hem tot een wegbereider, die tot ver in de twintigste eeuw als gids heeft gediend, getuige Pierre Boulez.

Debussy was niet alleeen een baanbrekend componist, hij was ook een innoverend orkestrator. Anders dan zijn collega Gabriel Pierné, die behalve componist ook een begaafd dirigent was, kon hij niet terugvallen op praktijkmodellen en moest als het ware steeds weer opnieuw het wiel uitvinden. En uitvinden kon hij: met de aardverschuivende Prélude à l'après-midi d'un faun wierp hij in december 1894 een formidabele knuppel in het Gallische hoenderhok. Het succes was niettemin overweldigend, en je zou mogen verwachten dat Debussy, met zijn chronische financiële zorgen, snel met een opvolger zou klaarstaan. Niets ervan. De essentiële symfonische productie van deze meester-orkestrator bleef beperkt tot een viertal - onovertroffen - partituren: Trois Nocturnes (1893/99), La Mer (1903/05), Images pour Orchestre (1906/12) en Jeux (1912).

Daar staat tegenover dat het aantal orkestraties door derden, al of niet op verzoek van de componist zelf, vele malen groter is. André Caplet, getrouwe amanuensis van de meester, zorgde voor de orkestversie van La bôite à joujoux en Children's Corner en hielp met de tijdige voltooing van de orkestratie van Le martyre de Saint Sébastien. Charles Koechlin was verantwoordelijk voor de orkestratie van het ballet  Khamma (1912). Henri Büsser maakte een orkestversie van de Petite Suite voor piano vierhandig. Dat was nog maar het begin. Honderden orkestraties moeten er inmiddels gemaakt zijn van de meest uiteenlopende titels. In Nederland bijvoorbeeld liet Hans Henkemans zich inspireren tot een orkestversie van de Préludes voor piano, een taak waarvoor hij in zijn dubbelrol als pianist en componist eminent kwalificeerde. Zijn collega Rudolf Escher bekommerde zich om de Six Épigraphes antiques in een even eigenzinnige als boeiende instrumentale vertaling. Om maar te zwijgen van de Stokowski's en Graingers van deze wereld.

Wat heeft dit alles te maken met het onderwerp van deze bespreking? Jun Märkl, chefdirigent van het Orchestre National de Lyon, is voor het label Naxos bezig met een serie opnames waarin de complete orkestwerken van Debussy aan bod komen. Compleet betekent in dit geval dat er buitengewoon aardige surprises aan bod komen. Deel 1 had als extraatje de orkestratie van Children's Corner door André Caplet. Deel 2 bood een echte verrassing: de Pelléas et Mélisande Symphonie die de Franse componist Marius Constant samenstelde, voornamelijk uit de nagecomponeerde tussenspelen die Debussy hals over kop moest toevoegen aan de reeds voltooide patituur, om de vele scenewisselingen te accomoderen.

Deel 3 opent met de Trois Images pour Orchestre, bestaande uit muzikale impressies van drie landen: Engeland in de Gigues, Spanje in Iberia en Frankrijk in de Rondes de Printemps. De Images behoren tot het standaardrepertoire van ieder zichzelf respecterend orkest. Talloze opnames zijn ervan verschenen, en zelfs in het lage prijssegment waarin Naxos opereert is de competitie fel. De onovertroffen opname van Jean Martinon voor EMI is in licentie genomen door Brilliant Classics, en de eveneens klassieke registratie van Bernard Haitink met het Concertgebouworkest is door Philips meerdere malen heruitgebracht.

Jun Märkl en zijn manschappen leveren een uitstekende prestatie. Vooral aan de afwerking van de intonatie in de blazers is zorgvuldig gewerkt. Dat viel ook al op in de opname die deze krachten maakten van de Poèmes pour Mi van Olivier Messiaen (klik hier). Uiteraard ligt de kracht van deze uitgave vooral in het aanvullende repertoire, weliswaar niet met grote verrassingen zoals in deel 2, maar niettemin de moeite waard. Probeert u maar eens een opname van die prachtige, door Maurice Ravel georkestreerde, Sarabande uit Pour le Piano te vinden. Wat bovenal intrigeert: waarmee komt Naxos in deel 4?


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links