CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, maart 2011

 

 

Brahms: Vioolsonate nr. 1 in G, op. 78 –
nr. 2 in A, op. 100 – nr. 3 in d, op. 108 –
Scherzo voor viool en piano in c (F-A-E)

Linus Roth (viool), José Gallardo (piano)

Challenge Classics CC72382 • 75' •

www.challenge.nl

 

 


Toen ik deze cd voor het eerst beluisterde zonder iets van het bijgaande proza gelezen te hebben, werd ik dikwijls herinnerd aan het vioolspel van de jonge Anne Sophie Mutter. Bij nalezing van de levensloop van violist Linus Roth stuitte ik vervolgens op de zinsnede: tijdens zijn studie werd hij intensief gestimuleerd door Anne Sophie Mutter en haar stichting. Dat is de 'Freundeskreis Anne-Sophie Mutter Stiftung e.V.', die wereldwijd jonge talenten op viool, altviool, cello en contrabas ondersteunt. Dat betekent niet dat Linus Roth bij Anne Sophie Mutter studeerde, maar de overeenkomsten zijn onmiskenbaar en kennelijk niet toevallig.

Linus Roth werd in 1977 geboren in Ravensburg, Duitsland. In 1998 behaalde hij zijn diploma in de fameuze violistenklas van professor Zakhar Bron in Lübeck. Hij zette zijn studie voort aan de Hochschule in Zürich bij professor Ana Chumachenko, die hij als zijn belangrijkste mentor beschouwt. Verdere inpulsen ontving hij o.a. van Anne Sophie Mutter, Miriam Fried, Menahem Pressler, Juri Bashmet en Herman Krebbers. Hij maakte zijn fonografische debuut bij EMI met een recital-cd, waarvoor hij in 2006 een Echo-Klassik-Preis ontving. Zoals wel vaker het geval is – Lisa Batiashvili viel hetzelfde lot ten deel – liep het spoor bij EMI dood, en stapte Roth vorig jaar over naar Challenge Classics. Het eerste album was een registratie van de complete vioolsonates van Robert Schumann; op die cd was zijn partner eveneens pianist José Gallardo (klik hier).

Net als Schumann heeft Brahms lang gewacht met het schrijven voor deze combinatie. Schumann was 41 en stond op de drempel van zijn geestelijke teloorgang; Brahms was 51, stond op het hoogtepunt van zijn scheppingskracht, en voelde zich in de zomermaanden kiplekker in zijn favoriete vakantieplekken, waar hij deze drie sonates componeerde. De Eerste vioolsonate werd klaarblijkelijk geïnspireerd door zijn zojuist voltooide Vioolconcert: de opusnummers sluiten op elkaar aan. Met opus 78 heeft Brahms een werk geschreven dat tot de absolute top van dit repertoire behoort. Alleen de beste sonates van Johann Sebastian Bach en Ludwig van Beethoven kunnen met dit meesterwerk wedijveren. Het is een sonate met een rouwrandje, opgedragen aan Clara Schumann en treurend over het recente overlijden van haar zoon Felix, van wie Brahms de peetvader was. Brahms verwijst in de hoekdelen van de sonate naar een lied waarin regen en tranen een symboolfunctie vervullen, het Regenlied uit opus 59; daardoor heeft deze sonate de bijnaam ‘Regen Sonate’ meegekregen. De Tweede vioolsonate ontstond acht jaar later, en onder heel wat gelukkiger omstandigheden, in de zomer van 1886, een zomer die een rijke oogst aan kamermuziek opleverde: behalve dit opus 100 ook nog de Tweede cellosonate opus 99 en het Derde pianotrio opus 101. Vanwege de gelijkenis van het openingsthema met Walthers aria ‘Morgendlich leuchtend’ uit Die Meistersinger van Wagner heeft deze sonate de bijnaam ‘Meistersinger Sonate’ meegekregen. Een merkwaardige speling van het lot, want Wagner en Brahms waren bepaald geen vrienden.

Een derde sonate zou nog volgen, verschillend van de beide vorige door een extra deel: een derde deel dat de rol vervult van een bruisend Scherzo. Door die vierdelige structuur en de expansieve gebarentaal heeft dit werk een minder kamermuzikaal karakter dan de beide andere sonates, en is veel meer een ‘Konzert für Geige und Klavier’. Door de gelukkige omstandigheden waaronder het werk tot stand kwam, in Brahms’ geliefde vakantieoord Thun, heeft het de bijnaam ‘Thuner Sonate’ verworven.

De competitie in dit repertoire is kolossaal. Een oppervlakkige telling levert maar liefst ruim vijftig op dit moment verkrijgbare opnamen op. De twee meest recente? Die van Linus Roth en eentje van Anne Sophie Mutter, vorig jaar verschenen op het label DGG, op dvd zowel als cd. Roth moet het dus opnemen tegen zijn maecenas, en eerlijk gezegd gaat hem dat goed af. Niet iedereen zal gediend zijn van de enigszins ‘bronstige’ toon die Mutter zich in de loop van de laatste decennia heeft toegeëigend. Evenmin zal iedereen gecharmeerd zijn van de slankere aanpak van veel jonge violisten, die het zoeken in minder vibrato of tenminste een ‘toegepast vibrato’. Linus Roth bewandelt de gulden middenweg. Hij paart een mahoniehouten toon, die net voldoende omfloerst is in de laagte, aan een constant vibrato dat aan de snelle kant is, maar dat hij op kritieke momenten subtiel weet te variëren of uit te schakelen. Samen met zijn partner Gallardo is hij in staat een verhaal te vertellen dat de luisteraar van begin tot eind blijft boeien. Dat eind is trouwens een echte uitsmijter: het Scherzo dat Brahms als jonge man bijdroeg aan een gelegenheidscompositie die hij samen met Robert Schumann en Albert Diettrich opdroeg aan Joseph Joachim. De zogeheten FAE-Sonate, naar Joachims motto: Frei aber einsam. Hier laten de heren even een stukje vuurwerk horen waar je U tegen zegt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links