CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, oktober 2010

 

 

Brahms: Ein deutsches Requiem op. 45.

Elizabeth Watts (sopraan), Stéphane Degout (bariton), London Philharmonic Orchestra and Choir o.l.v. Yannick Nézet-Séguin.

LPO Live LPO0045 • 76' •

 

 

 


Elders in deze kolommen (klik hier) kunt u lezen over de dvd met daarop het afscheidsconcert van de chefdirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Valery Gergiev, in een uitvoering van Ein Deutsches Requiem van Johannes Brahms. Hier presenteert het London Philharmonic Orchestra vol trots de eerste cd die getuigt van de kersverse samenwerking met zijn nieuwe Principal Guest Conductor Yannick Nézet-Séguin, de nieuwe chef in Rotterdam. Het contrast tussen de beide uitvoeringen kon niet groter zijn. Hoewel Gergiev als Brahms-dirigent nu niet direct een reputatie te verliezen heeft overtrof hij zichzelf in een ontroerende, ingehouden maar tot de rand geladen uitvoering, daarbij geholpen door schitterend koor- en orkestspel. Een groots afscheid.

De vijfendertigjarige Johannes Brahms was zelf nauwelijks ouder dan Yannick Nézet-Séguin toen hij dit werk aan de eeuwigheid toevertrouwde, en een uitvoering met jeugdig élan zou boeiende resultaten moeten opleveren. Boeiend is het zeker, maar niet altijd om de goede redenen. Het jeugdig élan is er – met emmers vol – maar het wordt omgekeerd evenredig toegepast. Dit Requiem zit vol schitterende momenten die evenzovele valkuilen kunnen worden wanneer de interpretatie zich verliest in het uitlichten van al dat moois. Yannick is uiterst begaafd, en er wordt prachtig gespeeld, vooral in de fluisterzachte passages, maar die gaan gepaard met overdreven langzame tempi. Ongewoon langzaam is ook de eerste helft van het tweede deel, 'Denn alles Fleisch, es ist wie Gras'. In de enorme climaxen die de inleiding vormen voor de magistrale unisono-inzetten van het koor slaat de paukenist zijn vellen bijkans aan flarden. Het overdonderende slotakkoord wordt voorafgegaan door een uiterst nadrukkelijke pauze. Het publiek zal vast net zo overdonderd zijn geweest, maar op cd werkt zoiets contraproductief.

Van de twee vocale solisten heeft vooral de sopraan in dit werk geen gemakkelijke opgave. Drie kwartier stilzitten en dan één van de schitterendste maar ook uiterst breekbare solo’s ten beste te moeten geven is voor velen een ware - en soms hoorbare – nachtmerrie. De jonge Elizabeth Watts is weliswaar geen Arleen Augér, maar ze hoeft zich nergens voor te schamen. Haar eveneens jeugdige collega, bariton Stéphane Degout, heeft een iets minder enerverend, maar wel groter aandeel, en kan zich meten met beroemdere vakgenoten.

Uitvoeringen van dit grootse meesterwerk staan en vallen in de eerste plaats met de kwaliteit van het koor. Bij het afscheid van Gergiev was dat het Zweeds Radiokoor, samen met het Berliner Rundfunkchor en het Groot Omroepkoor een van de laatste grote professionele koren in de wereld. Wat ons te wachten staat wanneer die koren wegens gebrek aan belangstelling van verantwoordelijke politici moeten verdwijnen wordt pijnlijk duidelijk op deze opname. Het London Philharmonic Orchestra recruteert zijn vocalisten uit het rijke aanbod van geoefende amateurzangers uit Londen en omstreken. De semi-professionele status van zo’n ensemble wordt in de luidere passages onderstreept door de bloedarmoedige sopraanpartij, om maar eens iets te noemen.

Het London Philharmonic Orchestra is sinds de teloorgang van de ‘muziekindustrie’ aangewezen op eigen initiatieven en brengt deze cd dan ook uit in eigen beheer. Het is een live-opname zonder applaus en met een muisstil publiek, geregistreerd op 4 april van het vorig jaar in de Royal Festival Hall te Londen. De uitstekende opname werd gemaakt door Andrew Walton, die met zijn eenmansbedrijf voor menige voortreffelijke Naxos-cd heeft gezorgd.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links