CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, februari 2019

 

Johann Sebastian Bach - Concertos for Organ and Strings

Bach: Orgelconcert in D, BWV 1053 – in d, BWV 1052 – in d, BWV 1055 – in g, BWV 1058 – Sinfonia in G, BWV 156 – Sinfonia in G, BWV 75 – Sinfonia in D, BWV 29

Bart Jacobs (orgel), Les Muffatti
Ramée RAM 1804 • 80' •
Opname: mei 2018, Onze-Lieve-Vrouw en Sint Leodegariuskerk, Bornem (B)

http://www.orgues-thomas.com/2017/en-243-bornem-onze-lieve-vrouw-en-sint-leodegariuskerk.html

 

Johann Sebastian Bach schreef een kolossaal aantal orgelwerken, en een respectabel aantal concerten voor solisten en instrumentaal ensemble, maar we bezitten van zijn hand geen enkel orgelconcert. Wat niet wil zeggen dat hij voor de combinatie orgel en orkest niet gecomponeerd zou hebben. We hoeven er alleen maar zijn kerkcantates op na te kijken om tot de ontdekking te komen dat daarin heel veel concertante orgelpartijen zijn terug te vinden die later hun weg vonden naar het wereldlijke concertpodium, maar... niet als orgelconcerten. Kennelijk was daar geen markt voor, want ze werden door de componist vertaald naar andere instrumenten en vandaar naar het klavecimbel, een praktijk die we met parodiëren aanduiden. Het grootste deel van de Hohe Messe bestaat uit zulke parodieën, geniale momenten die hij een betere bestemming waardig vond dan het eenmalige gebruik in de eredienst. Voor wie net als ik altijd in verwarring raakt over nummering en versies van de diverse concerten verwijs ik graag naar een overzichtje dat ik ooit maakte om bij de les te kunnen blijven.

Een mooi voorbeeld is het bekendste ‘pianoconcert van Bach' dat als eerste opdook in ons traditionele concertrepertoire, het concert in d-klein, BWV 1052. Te oordelen naar de factuur begon dit werk als vioolconcert, dat door zoon Emanuel werd omgewerkt tot klavecimbelconcert. Daarna nam Bach zelf de beide eerste delen onderhanden en transformeerde ze tot de openingsdelen van zijn cantate BWV 146, Wir müssen durch viel Trübsal in das Reich Gottes gehen. Het derde deel parodieerde hij naar de Sinfonia die cantate BWV 188 opent. De laatste incarnatie is het Klavecimbelconcert BWV 1052, ditmaal een versie van Bachs eigen hand. Wie het langzame deel van de concertversie vergelijkt met het openingskoor van van Cantate 146 zal zijn oren nauwelijks kunnen geloven. Wat het genie Bach hier op een doordeweekse werkdag schept gaat ons begrip van parodiëren vele malen te boven.

De opname die John Eliot Gardiner van deze Cantate realiseerde in deel 24 van zijn Bach-Pelgrimage maakt niet alleen Bachs genie duidelijk, ze illustreert ook hoe karig wij de combinatie orgel en orkest door de bank genomen krijgen voorgeschotelt – op een kistorgeltje. Gardiner realiseerde zijn concerten op locaties met echte orgels, en zo horen we in zijn interpretatie een machtige pedaalbazuin meespelen in de Sinfonia van BWV 146. Merkwaardig dat deze praktijk maar niet wil doorzetten naar de concertpraktijk in de vele orgelconcerten die hier te lande worden gegeven. Het nieuwe barokorgel in de concertzaal van Vredenburg biedt de concertganger in ieder geval de mogelijkheid tot iets soortgelijks.

Op deze cd presenteert de Belgische organist Bart Jacobs (1976) ons niet alleen een mooie doorsnede van Bachs geparodieerde werken, hij legt ook gedetailleerd uit vanwaar en hoe hij zijn eigen versies samenstelde. Maar het meest belangrijke is dat hij een instrument koos dat zijn opvattingen optimaal illustreert. Het is een orgel van de Belgische bouwer Thomas (opgericht door André, nu geleid door Dominique), die zich heeft laten inspireren door de grote orgelmaker Silbermann, een van de favorite bouwers van JSB. Het in 2013 opgeleverde instrument is uitgerust met twee klavieren en pedaal, op bijgaande link vindt u bijzonderheden. Het begeleidende instrumentarium bestaat uitsluitend uit strijkinstrumenten (3-3-2-1-1 plus klavecimbel). Die keuze wordt door Jacobs uitgelegd door een verslag van een concert dat Sebastian gegeven zou hebben in Dresden, waar hij zich liet begeleiden door een strijkersensemble. Het concert vond kennelijk plaats in 1725, en zou tevens verklaren waarom in de aansluitende tijd verdacht veel obligate orgelpartijen opduiken in Bachs cantates. Jacobs heeft wijselijk werken gekozen die zonder schade te herleiden zijn tot een strijkersformatie – hobo's die oorspronkelijk in de cantateversie meespeelden verdubbelden alleen de vioolpartijen. In het geval van de spectaculaire Sinfonia tot cantate 29, waar in het origineel feestelijke trompetpartijen schallen, is dat een gemis. Maar de winst is een grotere doorzichtigheid die het lijnenspel optimaal laat oplichten. Winst zit ook in het smaakvolle gebruik van het pedaal, een keuze die niet door de partituur maar wel door de uitvoeringspraktijk wordt ondersteund. Ook hier blijft Jacobs de balans in het oog houden: voor hem niet de ronkende bazuin die we bij Gardiner horen in het openingsdeel van BWV 1052, hoewel het Thomas-orgel wel degelijk over een zestienvoets fagot beschikt. In het boekje zijn overigens de registraties keurig vermeld, waarbij ik opmerk dat de genoteerde tremulant in het Larghetto van BWV 1055 kennelijk niet aanstond. Maar niet getreurd, in het schitterende Andante van BWV 1058 is hij van de partij.

Het samenwerkende strijkersensemble Les Muffatti ontleent zijn naam aan componist Georg Muffatt, geboren uit Schotse ouders, en werkzaam in Duitsland, Frankrijk en Italië, met als gevolg een intrigerend Europees oeuvre waarin alle opgedane indrukken te horen zijn. Uiteraard wordt er gespeeld op oude instrumenten, maar de daarbijbehorende gebruikelijke lagere stemming is aangepast aan die van het orgel – met 440 Herz staat dat instrument maar één streepje onder de huidige concertstemming van 441. Jacobs voert zelf de regie, samen met concertmeester Rio Terakado. Beluistering leert dat over elke noot zorgvuldig is nagedacht, maar het klinkend resultaat munt uit in spontaan en virtuoos speelplezier. Zorg er maar eens voor dat het geliefde Tweede Vioolconcert (want dat is BWV 1058 in g) op het orgel net zo pakkend klinkt als op de viool!

Vergelijken is in deze tak van sport zinloos, maar ik deed het stiekem toch (Hurford en Isoir) en kom tot de conlusie dat Bart Jacobs en de Muffattis niets te vrezen hebben van de competitie van deze beroemdheden en in menig opzicht (opname en frasering) met de gouden lier gaan strijken. Gezien het repertoire dat de beide andere heren presenteren is er genoeg voor deel twee.

Zo, nu ga ik nog eens luisteren naar dat schitterende Tweede Vioolconcert in de orgelversie. Heerlijk, die gastvrije strijkersklank, ondersteund door een zestienvoets Subbas op het pedaal. Wat zou Gert Oost hiervan genoten hebben.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links