CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, februari 2013

 

 
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
 

Bach - Complete Klavecimbelconcerten

Klavecimbelconcert in d, BWV 1052 - in E, BWV 1053 - in D, BWV 1054 - in A, BWV 1055 - in f, BWV 1056 - in F, BWV 1057 - in g, BWV 1058 - Concert voor 2 klavecimbels in c, BWV 1060 - in C, BWV 1061 - in c, BWV 1062 - Concert voor 3 klavecimbels in d, BWV 1063 - in C, BWV 1064 - Concert voor 4 klavecimbels in a, BWV 1065

Christine Schornsheim (klavecimbel),
Neues Bachisches Collegium Musicum
o.l.v. Burkhard Glaetzner

Pieter Jan Belder, Menno van Delft en Siebe Henstra, Musica Amphion o.l.v. Pieter Jan Belder (BWV 1061/2/3/4)

Brilliant Classics 94421 • 71' + 66' + 63' • (3 cd's)

Opname: 1990 en 1992, Paul-Gerhardt-Kirche, Leipzig (Schornsheim); mei/juni 2006, Schiedam en Leiden (Belder)

* * *

Bach - Complete Concerten voor 2, 3 & 4 klavecimbels

Concert voor 2 klavecimbels in c, BWV 1060 - in C, BWV 1061 - in c, BWV 1062 - Concert voor 3 klavecimbels in d, BWV 1063 - in C, BWV 1064 - Concert voor 4 klavecimbels in a, BWV 1065

Pieter Jan Belder, Menno van Delft, Siebe Henstra en Vincent van Laar, Musica Amphion o.l.v. Pieter Jan Belder

Brilliant Classics 93187 • 46' + 40' • (2 cd's)

Opname: mei/juni 2006, Schiedam en Leiden


Muziekliefhebbers die de opwinding rond de Bach-Editie van het label Brilliant - in 2000 beter bekend als het Kruidvat-label - hebben meegemaakt zullen direct vastgestellen dat het bij de eerste van deze twee uitgaven om een gedeeltelijke heruitgave gaat. De grootste aandacht ging destijds weliswaar uit naar de complete registratie van de Cantates, nieuw opgenomen met de Elburgse jongens van het koor van Pieter Jan Leussink - plus historische instrumenten. Een Hollands huzarenstukje, waarvan de verkoopcijfers inmiddels zes miljoen belopen. De rest van de uitgave bevatte veel licenties, van labels die uiteenliepen van BIS tot het Oost-Duitse Edel.

De complete klavecimbelconcerten van Bach besloegen in die uitgave drie cd's. De eerste twee ervan worden gespeeld door Christine Schornsheim; ze verschenen oorspronkelijk op het label Capriccio in een serie orkestwerken die afwisselend geleid werd door dirigent Max Pommer, trompettist Ludwig Güttler en hoboïst Burkhard Glaetzner. De derde in die Kruidvat integrale bevatte de concerten voor twee en drie klavecimbels. Dat was een veel oudere uitgave, in 1964 opgenomen in het Konzerthaus in Wenen. Solisten waren de eminente organist Anton Heiller (1923-1979), en zijn echtgenote Erna. Ze werden begeleid door I Solisti di Zagreb onder leiding van Antonio Janigro. Die uitvoeringen geven een goed inzicht in de ontwikkeling van de speelpraktijk van Bachs werken. Je hoort ineens waar Harnoncourt vandaan komt. Nieuwsgierige lezers kunnen de opnamen beluisteren via het internet.

Op deze heruitgave zijn de Heillers vervangen door een van de jongste loten aan de stam van Brilliant Classics, dat steeds meer eigen opnamen op de markt brengt. Pieter Jan Belder en het door hem opgerichte Musica Amphion hebben de medewerking ingeroepen van de klavecinisten Siebe Henstra, Menno van Delft en Vincent van Laar. Concertmeester van Musica Amphion is overigens Rémy Baudet, in dezelfde functie werkzaam bij het Orkest van de Achttiende Eeuw. Het spreekt vanzelf dat hier op oude instrumenten wordt gemusiceerd. Zo te horen is de bezetting - alleen strijkers - beperkt tot een enkelvoudig kwintet.

Christine Schornsheim (Berlijn, 1959) volgde een pianistenopleiding en bekwaamde zich bij Gustav Leonhardt en Ton Koopman in het klavecimbelspel. Ze werkt regelmatig samen met Andreas Staier in werken voor twee klavecimbels. Op deze opnamen was ze nog een aanstormend talent, en werd ze begeleid door een jong ensemble: het Neues Bachisches Collegium Musicum. Het oude Collegium werd ooit opgericht door Telemann, en in 1979 werd het door de Leipziger dirigent Professor Max Pommer nieuw leven ingeblazen. Burkhard Glaetzner nam in 1988 de leiding over. Het ensemble is direct te vergelijken met het Combattimento Consort Amsterdam van Jan Willem de Vriend: er wordt historisch geïnformeerd gespeeld op moderne instrumenten. Voor het label Capriccio werden tientallen opnamen ingespeeld met werken van Bach, waaronder interessante reconstructies. In de twintig jaar die na deze opnamen verstreken zijn is heel wat gebeurd, en zijn de ensembles die zich met historisch verantwoord Bach spelen bezighouden als paddestoelen uit de grond gerezen. Om maar te zwijgen van de over elkaar heen buitelende 'nieuwe inzichten', die na een jaar of tien modegrillen blijken te zijn. Het is net de brillenmode - hoe hard je ook je best doet, op die oude foto zie je er belachelijk uit. Belachelijk is Schornsheim bepaald niet, haar spel kenmerkt zich juist door het vermijden van modieuze maniertjes. Dit is een Bach waar we in de jaren negentig met plezier naar luisterden. Niet stroperig, niet azijnig, met ruimte voor licht en lucht tussen de noten. Schornsheims spel is nog steeds plezierig om naar te luisteren. Wat na twintig jaar vooral opvalt is dat de strijkorkestjes van nu enorm aan kwaliteit gewonnen hebben.

Dat blijkt direct uit de uitvoeringen door Pieter Jan Belder en zijn companen. Deze registratie werd in 2006 gemaakt voor Brilliant, en de veranderde inzichten springen in het oor. Allereerst de geminimaliseeerde orkestbezetting: met het malle idee dat het hier om een soort concerten voor twee piano's zou gaan wordt voor eens en voor altijd afgerekend. Dit is kamermuziek. De opnametechniek heeft intussen ook niet stilgezeten, waardoor nog veel meer rust en ruimte in het klankbeeld kan ontstaan. Dat claustrofobische gejengel van die vier klavecimbels kon je op die oude opnamen behoorlijk op de zenuwen gaan werken. Dit zijn twee heerlijke cd's van twee, drie en vier mannen die overduidelijk plezier beleven aan Bach, aan elkaar, en aan hun prachtige instrumenten. Want eerlijk is eerlijk, ook de klavecimbelbouwers hebben er in de afgelopen halve eeuw het nodige bijgeleerd.

Wanneer het over Bach en zijn klavecimbelconcerten gaat raak ik altijd in paniek. Niet alleen Bach, maar ook zijn bewonderaars, zorgden ervoor dat deze stukken in een onthutsend aantal versies bekend zijn geworden. Je ziet door de bomen geen bos meer, vooral wanneer je dan ook nog eens de talloze reconstructies meetorst die op grond van hergebruik in de Cantates tot het repertoire zijn doorgedrongen. Hier volgt een poging tot ordening:

BWV 1052, Klavecimbelconcert in d
Dit was lange tijd 'het Pianoconcert van Bach'. Bijna een eeuw geleden speelden grote pianisten dit concert met grote orkesten. Het is echter ook het enige concert dat door organisten is geadopteerd. Dat Bach geen legitieme orgelconcerten heeft nagelaten is natuurlijk frustrerend. Maar nog frustrerender is mijns insziens het gepriegel met kistorgeltjes op het concertpodium. Komop organisten, laat eens horen hoe zoiets op een echt orgel geklonken zou kunnen hebben. De serie Bach Contextueel van Pieter Jan Belder is wat dat betreft de spreekwoordelijke open deur. Tenslotte mag worden opgemerkt dat violisten van het niveau Emmy Verhey, Thomas Zehetmair en Benjamin Schmidt zich hebben ontfermd over deze noten.

BWV 1053, Klavecimbelconcert in E
Dit concert geniet een veel grotere bekendheid als hoboconcert. Dat komt door de aanwezigheid van alternatieve versies in de cantates 'Gott soll allein mein Herze haben', BWV 169, en 'Ich geh und suche mit Verlangen', BWV 49, waaruit de originele bezetting af te leiden valt. Alexei Ogrintchouk maakte een mooie opname voor Challenge Classics (klik hier).

BWV 1054, Klavecimbelconcert in D
Over dit concert kunnen we kort zijn, dit is de klavecimbelversie van het onvervangbare Eerste vioolconcert in E, een toontje lager.

BWV 1055, Klavecimbelconcert in A
Bachs transcripties van en naar de klavecimbelconcerten zijn meestal wel ergens anders in zijn werk te traceren. Dat geldt niet voor het concert voor hobo d'amore in A, dat regelrecht gebaseerd is op het klavecimbelconcert BWV 1055. De Britse musicoloog Tovey kwam in de jaren dertig tot de conclusie dat de solopartij van dit concert precies te bemannen valt met de hobo d'amore, een instrument dat een zekere populariteit genoot tussen 1713 en 1730. De klank van het instrument is wat minder penetrant dan die van de hobo en wat pregnanter dan die van de althobo - het bereik ligt precies tussen de buren in, een kleine terts lager dan de hobo.

BWV 1056, Klavecimbelconcert in f
Dit concert heeft zich net als BWV 1052, waarmee de lijst opende, op het grote concertpodium kunnen handhaven als pianoconcert. Het schitterende middendeel vinden we als Sinfonia terug in Cantate 156, 'Ich steh mit einem Fuss im Grabe'; daar is het een onvergetelijke solo voor de hobo. Dientengevolge werd BWV 1056 ook een geliefd hoboconcert.

BWV 1057, Klavecimbelconcert in F
Dit is een alternatieve versie van het Vierde Brandenburgs Concert. De oorspronkelijke vioolsolo is vervangen door het klavecimbel.

BWV 1058, Klavecimbelconcert in g
Net als BWV 1054 een transcriptie van een vioolconcert: het Tweede in a, en alweer een toontje lager.

BWV 1059, Klavecimbelconcert in d (incompleet)
Dit concert is geen deel van de hierboven besproken opnamen. Alleen de eerste maten van het openingsdeel zijn bewaard gebleven. Ze komen overeen met de Sinfonia uit Cantate 35, 'Geist und Seele sind verwirret', met een solo voor het orgel. Als slotdeel komt de inleiding van de tweede helft van de cantate in aanmerking; voor het langzame deel kiest men in het algemeen de Sinfonia uit Cantate 156, oorspronkelijk voor hobo. Alexei Ogrintcchouk maakte een mooie opname van deze hoboversie.

BWV 1060, Concert voor twee klavecimbels in c
Dit concert heeft eeuwige roem verworven als het dubbelconcert voor hobo en viool, vroeger in de toonsoort d, tegenwoordig ook in het origineel.

BWV 1061, Concert voor twee klavecimbels in C
Van dit werk wordt de echtheid betwijfeld, eveneens als de bezetting. Het aandeel van de strijkers is minimaal, en ontbreekt zelfs geheel in deel twee. Toch een wondermooi concert, dat je ook zonder strijkers schitterend kunt laten klinken op twee klavecimbels. Het doet mij altijd denken aan de onweerstaanbare speeldrift van Johann Ludwig Krebs, leerling van J.S. en naar zijn zeggen 'der einzige Krebs in meinem Bache'.

BWV 1062, Concert voor twee klavecimbels in c
Dit is het Concert voor twee violen, BWV 1043, een toontje lager om op de klavieromvang te kunnen passen.

BWV 1063, Concert voor drie klavecimbels in d
Van dit concert zijn geen alternatieve versies bekend.

BWV 1064, Concert voor drie klavecimbels in C
Dit is een concert waarvan eveneens geen alternatieve versies bekend zijn, maar de vonken spatten eraf. Ton Koopman maakte dan ook een transcriptie voor viool, fluit en hobo

BWV 1065, Concert voor vier klavecimbels in a
De vreemde eend in de bijt: het Concert voor vier violen van Vivaldi, uit L'Estro Armonico, opus 3:10, in b. Bach verving de violen door klavecimbels en transponeerde het een toon omlaag.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links