CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, oktober 2017

 

Du treuer Gott – Leipzig Cantatas BWV 101 – 103 - 115

Bach: Cantate “Nimm von uns, Herr, du treuer Gott” BWV 101 – “Ihr werdet weinen und heulen” BWV 103 – “Mache dich, mein Geist, bereit” BWV 115

Dorothee Mields (sopraan), Damien Guillon (altus), Thomas Hobbs (tenor), Peter Kooij (bas), Collegium Vocale Gent o.l.v. Philippe Herreweghe
PHI LPH027 • 62' •
Opname: januari 2016, deSingel, Antwerpen

   

 In zijn boek ‘Bach, Muziek als een wenk van de hemel' (klik hier voor de recensie) haalt John Eliot Gardiner een uitspraak aan van pianist en musicoloog Robert Levin, die cantate 101 beschrijft als “het verpletterendste werk uit Bachs hele loopbaan”.

Philippe Herreweghe koos de tekst van deze cantate als motto voor de onderhavige cd: ‘Du treuer Gott – Leipzig Cantatas'. Deze uitgave is een vervolg op een in 2012 verschenen cd met de titel Ach süsser Trost – Leipzig Cantatas. Beide cd's verschijnen op het label PHI dat Herreweghe in 2011 oprichtte om niet meer afhankelijk te zijn van de beperkingen die een commerciëel label met zich meebrengt. Het toeval wil dat drie grote Bachdirigenten zich genoodzaakt zagen om hun ambities met Bachs cantates in eigen beheer te verwezenlijken: Herreweghe met PHI (f, de eenentwintigste letter van het Griekse alfabet), Koopman met Marchand (Frans voor Koopman) en Gardiner met SDG - Soli Deo Gloria.

Bachkenner Christoph Wolff verheldert in de begeleidende tekst in kort bestek het ontstaan van de jaargangen cantates. Het openingswerk stamt uit de tweede Leipziger jaargang (1724) en is een koraalcantate – een werk waarvan elk deel gebruik maakt van de betreffende koraalmelodie. In dit geval is dat het Lutherlied Vater unser im Himmelreich, de Duitse versie van het Pater Noster, het Onze Vader. De beide andere cantates stammen uit dezelfde jaargang (1724/5) zonder dat er sprake is van een onderlinge muzikale of theologische verwantschap.

In tegenstelling tot Harnoncourt/Leonhardt, Leusink, Koopman, Gardiner, Rilling en Suzuki heeft Herreweghe nooit de ambitie gehad om de complete cantates van Bach vast te leggen. Dat houdt ongetwijfeld verband met een credo dat hij me eens toevertrouwde: ‘ik dirigeer alleen meesterwerken'. En meesterwerken zijn het, al even meesterlijk over het voetlicht gebracht. Speciale vermelding verdienen de oude rotten waarmee Herreweghe al een heel leven samenwerkt: hoboïst Marcel Ponseele en bas Peter Kooij. Ponseele en zijn oboe d'amore schitteren in de aria ‘Ach schläfrige Seele' uit cantate 115. Peter Kooij vertolkt de hoofdrol in het wonderlijke openingskoor van cantate 103, een schepping die op het operatoneel niet zou misstaan. De instrumentale hoofdrol is hier toebedeeld aan de ‘flauto piccolo' – niet te verwarren met de moderne piccolo: bedoeld is een flautino, het kleinste lid van de blokfluitfamilie. Bach maakte bij de ‘wiederaufnahme' van deze cantate een nieuwe versie voor traverso, die door Ton Koopman is opgenomen.

Het bijna een halve eeuw(!) oude Collegium Vocale is hier beperkt tot de vier solisten, versterkt door twee ripienisten per stemsoort. De opname werd eveneens verzorgd door oude bekenden: Markus Heiland en Andreas Neubronner staan garant voor topkwaliteit.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links