CD-recensie

Héroique maar niet heroïsch

 

© Paul Korenhof, april 2015

 

Héroïque - French Opera Arias

Aria's uit opera's van Rossini (Guillaume Tell), Berlioz (La Damnation de Faust, Les Troyens), Verdi (Jérusalem, Les Vêpres siciliennes), Gounod (La Reine de Saba), Meyerbeer (L'Africaine), Massenet (Hérodiade), Reyer (Sigurd), Bruneau (L'Attaque du moulin), Rabaud (Rolande et le mauvais garçon)

Bryan Hymel (tenor) Tsjechisch Philharmonisch Koor Brno, PKF - Prague Philharmonia o.l.v. Emmanuel Villaume

Warner Classics 0825646179503

Opname: Praag, 18-25 augustus 2014

   

Operazangers op het hoge internationale niveau dat wij vroeger gewend waren, zijn er steeds minder. Solisten die op dat niveau ook nog eens idiomatisch het Franse repertoire vertolken, zijn bijna helemaal niet meer te vinden - zelfs niet in Frankrijk (of moeten we stellen: zeker niet in Frankrijk?). Toen ik enkele weken geleden hoorde dat de Parijse Opéra in 2017 Les Huguenots van Meyerbeer op het programma neemt met Diana Damrau als Marguerite de Valois, Bryan Hymel als Raoul de Nangis en Elina Garan c a in de door de sopraan Julie Dorus-Gras gecreëerde rol van Valentine, zat ik dus bij wijze van spreken al bijna in de Thalys. (Hopelijk vinden die voorstellingen wel plaats waar het werk tuis hoort: in het Palais Garnier en niet in die afgrijselijke Bastille - maar ik ben bang dat die wens onvervuld zal blijven.)

Precies een dag later haalde ik uit mijn brievenbus een solo-cd van de nu 45 jaar oude Amerikaanse tenor Bryan Hymel, die zich de afgelopen jaren steeds meer op het Franse repertoire is gaan toeleggen, en die naast de juiste stem daarvoor ook een opmerkelijk gevoel voor de taal en het idioom aan de dag legt. Had ik bij het horen van zijn Robert in een Londense Robert le Diable uit 2012 nog het gevoel dat het de goede kant uit ging, zijn Henri in Les Vêpres siciliennes overtuigde mij een jaar later al helemaal van zijn talenten voor dit repertoire en de cd die hij vorige zomer in Praag voor Warner opnam blijkt zelfs een schot in de roos.

Niet voor niets draagt deze cd de titel Héroïque , maar tegelijk duikt daarmee een mogelijk misverstand op. Zangtechnisch betekent 'héroïque' namelijk iets anders dan het woord 'heroïsch' zoals wij dat toepassen op de Duitse of de Italiaanse 'heldentenor' - die overigens onderling ook weer sterk verschillend zijn. De Duitse heldentenor klinkt krachtig, vaak naar het baritonale neigend, als de trombone onder de tenoren, terwijl zijn Italiaanse collega meer van een goed bespeelde trompet heeft, inclusief de soms zelfs weke lyriek die een goede bespeler aan dat instrument kan ontlokken.

Ook de Franse 'ténor héroïque' heeft iets van een trompet, maar iedere ervaren concertbezoeker weet dat 'Frans koper' anders klinkt dan 'Duits koper'. Parallel daaraan klinkt de 'ténor héroïque' slanker dan zijn Italiaanse collega met een hoogte die weliswaar uitgaat van de 'ut de poitrine', de vanuit de borststem opgebouwde 'hoge c' die de tenor Gilbert Duprez rond 1835 introduceerde, maar die toch ook nog de ondergrond heeft van een 'voix mixte'. Kortweg: hij klinkt slanker, lyrischer en vooral minder volumineus, omdat zijn wortels liggen in de eerste helft van de negentiende eeuw.
Puristen kunnen opmerken dat Hymel, als hij honderd procent authentiek te werk was gegaan, in de aria uit Guillaume Tell zijn hoogte nog vanuit falset had moeten zingen zoals Adolphe Nourrit dat bij de première in 1829 gedaan heeft. Aan de andere kant kan men zich afvragen of Rossini's Arnold niet juist de 'geboorte' van de 'ténor héroïque' is geweest, waarbij alleen nog maar het wachten was op een 'heroïscher' invulling van de topnoten. De stralende manier waarop Hymel hier het stretta afsluit, doet mij in ieder geval niet naar een falsetstem verlangen!
Belangrijker is dat Hymel stilistisch uit lijkt te gaan van een tijd waarin de opera-orkesten nog heel wat minder volume produceerden dan zij later zouden gaan doen, waardoor de frasering veel meer aandacht kon krijgen. Men behoeft alleen de beide Verdi-aria's op deze cd maar te vergelijken met doorsnee 'Italiaanse' vertolkingen om het verschil te horen. Ook zou het orkestvolume in de Franse theaters nog heel lang achterblijven bij de international ontwikkelingen omdat de Fransen nu eenmaal grote waarde hechtten aan verstaanbaarheid van de tekst.

Hymel past dit repertoire als een handschoen en niet alleen zijn zang is daarbij een verrukking voor iedereen met een zwak voor het Franse repertoire, maar ook zijn tekstbehandeling, zowel door de verstaanbaarheid als door de kleuring. Minimale details, zoals een niet altijd idiomatisch gebruik van nasalen (of juist de afwezigheid daarvan) laten nog merken dat hier geen geboren Fransman aan het woord is, maar verder lijkt het erop dat Georges Thill en zijn confrères eindelijk een waardige opvolger hebben gevonden.

Een tweede schot in de roos is de samenstelling van deze cd, die loopt van het begin van de ´grand opéra´ met fragmenten uit Guillaume Tell en L´Africaine tot het einde van de eeuw, en waarvoor bewust werd gezocht naar minder bekende fragmenten. Het resultaat is een bijzonder aantrekkelijke samenstelling met aria's van Berlioz, Verdi, Gounod en Massenet en zelfs enkele delen uit opera´s die alleen nog bij echte kenners een lampje doen branden: Sigurd van Reyer, L'Attaque du moulin van Bruneau (op een libretto waaraan Zola nog heeft meegewerkt) en Rolande et le mauvais garçon van Rabaud.

Dirigent Emmanuel Villaume verzorgt met het Praagse orkest betrouwbare en al even idiomatische begeleidingen waarbij hij hooguit de klank iets meer lijkt te koesteren dan bij dit repertoire past. Alle lof ook voor zowel de opname als de presentatie met onder meer een inleiding van de zanger zelf. Jammer is hooguit dat we uit L'Africaine van Meyerbeer de bekende corrupte versie van de aria horen, na de dood van de componist vervaardigd, en niet de originele versie uit de opera die hij eigenlijk schreef: Vasco de Gama (voor meer informatie klik hier). 


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links