CD-recensie

 

© Paul Korenhof, april 2022

Debussy: Pelléas et Mélisande

Alexandre Duhamel (Golaud), Julien Behr (Pelléas), Vannina Santoni (Mélisande), Jean Teitgen (Arkel), Marie-Ange Todorovitch (Geneviève), Hadrien Joubert (Yniold), Mathieu Gourlet (Un berger), Damien Pass (Un médecin)
Opéra de Lille
Les Siècles
Dirigent: François-Xavier Roth
Harmonia Mundi HMM 905352.54 (3 cd's)
Opname: Lille, maart 2021

   

Kort na die op Alpha (klik hier) is dit de tweede Pelléas et Mélisande die dankzij corona in een intieme atmosfeer kon worden opgenomen, en bij dit werk is dat zeker een voordeel! Juist in een tijd waarin de enscenering het libretto steeds meer naar de achtergrond dringt, kan het geen kwaad om nog eens te benadrukken dat in een goed muziekdrama de tekst centraal staat, en dat de componist bij iedere maat van die tekst is uitgegaan. Voor Debussy's opera geldt dit meer dan voor menig ander werk, zoals hier ook gesteld wordt in de toelichting (die overigens soms met een héél kleine letter werd afgedrukt).

Een ander punt is het feit dat Debussy zijn muziek bewust schreef voor een intiem theater waarin niet alleen het subtiele en het raffinement van zijn muziek optimaal tot uiting konden komen. Wie de Opéra Comique kent, weet dat het zachtste gefluister daar tot in de verste uithoeken hoorbaar is, en dat ieder woord verstaanbaar overkomt, ook als de zangers zingen op 'spreekniveau'.

Onvermijdelijk kwamen opnamen van P&M die van die sfeer doortrokken zijn, vrijwel altijd tot stand met dirigenten die het werk regelmatig in de Opéra Comique gedirigeerd hebben. Mijn favoriet blijft de Philips-opname onder Fournet uit 1954 (met Camille Maurane en Janine Micheau), maar op hetzelfde niveau staan die onder Desormière (1942) met Jacques Jansen en Irène Joachim, de natuurlijkste van alle Mélisandes, en die onder Cluytens (1957) met wederom Jansen, ditmaal tegenover Victoria de los Angeles.

Zoals ik al eerder schreef, is er onder latere opnamen, muzikaal vaak prachtig maar in vocalistiek soms minder Frans, maar één die in sfeer die oude opnamen benadert. Het is de - helaas niet commercieel uitgegeven - registratie van de BBC tijdens de Proms van 2012. Het betreft de concertante reprise van een uitvoering die John Eliot Gardiner kort daarvoormet zijn Orchestre Révolutionaire et Romantique in de Opéra Comique dirigeerde met schitterende hoofdrollen van Phillip Addis en Karen Vourc'h.

Het feit dat die BBC-opname 'in mijn oren' zit, maakte dat mij niet meteen opviel dat ook deze nieuwe uitgave gemaakt werd met een historisch instrumentarium, in dit geval van Les Siècles. Wat de uitvoeringen onder Roth en Gardiner (mede) daardoor gemeen hebben, is een opmerkelijke kleurenrijkdom en een dito individualiteit, vooral bij solopassages en op momenten met een kleinere bezetting. Roth toont zich daarbij consequenter in het vermijden van vibrato wat het bijzondere muzikale karakter accentueert, terwijl Gardiner meer lijkt te streven naar sfeer en theatrale nuances.

Juist omdat ik zo met de benadering van Gardiner vergroeid ben geraakt, heb ik die van Roth in alle rust meerdere keren beluisterd met groeiende bewondering voor het spel van Les Siècles. Extra genoot ik daarbij van de aandacht voor de deels nagecomponeerde tussenspelen, waardoor Roth in tegenstelling tot Dumoussaud op Alpha drie cd's nodig heeft. Bij Gardiner frappeert mij vooral zijn theatrale aanpak die steeds weer het ongrijpbare in de handeling en de karakters op de voorgrond plaatst. Bij hem zie ik als het ware de mistflarden van Allemonde in de muziek voorbijtrekken.

Ook op het punt van de bezetting scoort de nieuwe uitgave hoog, al blijf ik een voorkeur houden voor de bezetting van Pelléas met een baryton-Martin. Zoals veel moderne dirigenten en 'casting directors' altijd een travestierol met een mezzosopraan willen bezetten, ook als de componist nadrukkelijk om een sopraan vraagt, zo moet een jonge minnaar opeens een tenor zijn, en liefst ook nog een lichte. Juist bij een opera die in sfeer zo vaag en mistig is, past voor mij een slanke, fluwelige bariton echter veel meer in de sfeer dan een tenor bij wie je de hormoontjes al snel door de keel hoort gieren.

Dat alles neemt niet weg dat de jonge Julien Behr een overtuigende Pelléas neerzet met iets meer kern en misschien ook iets meer tekstbegrip dan Stanislas de Barbeyrac onder Dumoussaud. Alexandre Duhamel herhaalt de krachtige Golaud die hij op Alpha liet horen, maar Geneviève blijft bij Marie-Ange Todorovitch wat kleurloos. Winstpunten zijn daarentegen Jean Teitgen als een Arkel met een mooi 'oud' karakter die in timbre meer contrasteert met Duhamel dan Jérôme Varnier op Alpha, en een vertederende Yniold van de jongenssopraan Hadrien Joubert.

Een aarzeling bekruipt mij ten aanzien van Mélisande. Evenals veel grote vertolksters vóór haar hoor je Karen Vourc'h (Gardiner) bij haar eerste woorden ('Ne me touche pas') schrikachtig in elkaar krimpen, maar Vannina Santoni komt over als een feministe die resoluut de pepperspray uit haar binnenzak trekt. In latere scènes klinkt zij meisjesachtiger en in haar sterfscène heeft zij heel mooie momenten, maar in het slot van het vierde bedrijf komt zij te zelfbewust over voor een Mélisande die niet de moed heeft samen met Pelléas te sterven.

Naast de fraaie presentatie als stevig boekwerkje trof mij bij Harmonia Mundi de opname, niet alleen mooi helder en vol, maar ook met veel realistischer dan in de recente opname van Alpha. Daar verstoorde de prominente plaatsing van het koor het slot van het eerste bedrijf, maar hier horen we die stemmen zoals dat bij het werk past: onbestemde geluiden die vaag door de mistflarden heen komen. Heel mooi!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links