CD-recensie

 

© Maarten Brandt, augustus 2022

Torstensson: Lantern Lectures I-IV

Norbotten NEO o.l.v. Christian Karlsen BIS-2516 • 71' • (sacd)
Opname: December 2018, Studio Acusticum, Piteå (Zweden)

Klik hier voor het interview met Klas Torstensson

   

Van Stravinsky stamt de uitspraak dat muziek niets kan uitdrukken. Dat lijkt wel een beetje te kort door de bocht. De meester bedoelde natuurlijk te zeggen dat de meest immateriële onder de kunsten niets anders kan uitdrukken dan zichzelf. Naar puur natuurkundige termen geredeneerd valt muziek te definiëren als het resultaat van in luchttrillingen omgezette frequenties die wij als toonhoogten waarnemen. Dat laatste gaat even goed op voor een programmatisch – althans als zodanig bestempeld – brok muziek als bijvoorbeeld de Pastorale van Beethoven of de volledig met het verleden afrekenende Structures pour deux piano's van Boulez. Iets anders is dat er voor een componist een aanleiding kan zijn een bepaald werk te schrijven en die kan uiteraard best van buitenmuzikale aard zijn, wat weer niet wegneemt dat de luisteraar (ook al zijn sommige populistisch georiënteerde muziekbeschouwers een andere mening toegedaan) niet perse op de hoogte hoeft te zijn van die aanleiding teneinde van dat bewuste muziekstuk te kunnen genieten. Maar iets anders is ook evident. Namelijk dat natuur (op te vatten in de ruimste zin van dat begrip) en muziek naadloos in elkaars verlengde liggen. Niemand minder dan Debussy – volgens Boulez uiteindelijk een grotere vernieuwer dan Webern – meende dat de natuur de belangrijkste leermeester voor iedere componist zou moeten zijn. En wel omdat het hem verre hield van het academisme dat in de conservatoria van zijn tijd hoogtij vierde. En dan is er natuurlijk nog het ideaal zoals verwoord in de zinspreuk ‘Natura artis magistra' (letterlijk: ‘De natuur is meesteres van de kunst') waarvan de herkomst met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dient te worden toegeschreven aan de stoïcijnse filosofie of aan Aristoteles.

Lijfelijke impact
Wat heeft dit alles met de Nederlands/Zweedse componist Klas Torstensson (1951) te maken, wiens klanktaal qua stijl en vocabulaire ver is verwijderd van die van Debussy? Welnu, dat ook in zijn werk de relatie muziek en natuur nadrukkelijk centraal staat, in dit geval vooral de geologische natuur en meer in het bijzonder de gelaagdheid van de aarde, de onherbergzaamheid van de poolstreken, de bewegingen van ijsschotsen en wat dies meer zijn. In veel van zijn componeren - zoals in de opera De expeditie (1998, samen met Otto Kettings Ithaka behorend tot de onloochenbare hoogtepunten van het muziektheatrale componeren van de 20 e eeuw in ons land), maar ook in het eerder voltooide en door roeien en ruiten gaande orkeststuk Stick on Stick (1990), waarmee hij de Matthijs Vermeulen-prijs in de wacht wist te slepen - is een van de meest opvallende karaktertrekken de niet zelden lijfelijke impact die het ondergaan van zijn werk op de toehoorder achterlaat. Net zoals de klinkende nalatenschap van de naamgever van hiervoor genoemde prijs is ook die van Torstensson bepaald on-Nederlands te noemen. Qua houding en toon is er vooral verwantschap te signaleren met Varèse en Xenakis. Met één belangrijk verschil en dat is de dikwijls manifeste, zij het volstrekt niet sentimentele lyrische ondertoon die Torstenssons idioom schraagt.

Reis in klank
In de tussen 1999 en 2002 ontstane cyclus Lantern Lectures I-IV is een relatief intiemere Torstensson aan het woord. Ik zeg relatief, want ook hier kruipt het bloed bij vlagen waar het niet gaan kan en wordt het verloop getypeerd door middelpuntzoekende en -vliedende krachten met de daaruit onvermijdelijk voortvloeiende klankcataracten. Dit zowel wat het verticale (en hier, evenals in de titels van de onderdelen – zoals ‘Solid Rocks', ‘Giants Cauldron'* - komt die geografische gelaagdheid als inspiratiebron in beeld) als het horizontale verloop betreft. Deze compositie is opgebouwd volgens een stramien waarbij twee cycli in elkaar zijn geschoven. De eerste behelst de eigenlijke ‘lectures' – de delen 2, 4, 6 en 8 – die het langste en meest substantieel zijn en met elkaar zijn verbonden door de in omvang beknoptere oneven delen die de tweede cyclus vormen, de zogenaamde Brass Links, die als een soort rode draad door het geheel lopen en ook voor het nodige contrast zorgen. Niet alleen de rol van de blazers, hoewel die zeer prominent is, ook die van slagwerk en strijkers is van substantieel gewicht. Opmerkelijk is de veelal graduele wijze waarop het discours zich ontvouwt, een ontwikkeling die overigens puntige en uiterst levendige episodes zeker niet uitsluit, integendeel. Zoveel is tevens duidelijk en dat is dat het om een muziek gaat die dwingt tot herhaaldelijk en geconcentreerd luisteren naar een proces dat het midden houdt tussen een lyrische vervoering en een tendens die ook zo kenmerkend is voor Torstenssons muziek in het algemeen: die naar het expansieve. De wijze waarop de componist het ensemble, dan wel delen daaruit (de eerste Brass Link is een verbluffende staaltje van eenstemmigheid!) inzet resulteert, alle complexiteit ten spijt, altijd in een optimaal transparant sonoor totaal, waarin elk detail naadloos op zijn plaats valt. Een totaal dat zich laat ondergaan als een reis in klank vol onverwachte doorkijkjes en vergezichten.

Reliëf
Dat, om dit alles zowel naar de letter als de geest optimaal te kunnen realiseren, veel nodig is zal niemand verbazen. Welnu, hoewel dit een cd-primeur betreft, betwijfel ik of het hier te horen resultaat ooit zal kunnen worden verbeterd. Wat een presence, scherpte alsmede gaaf en tot op de kleinste vierkante millimeter doortekend reliëf klinken ons hier tegemoet! De dirigent Christian Karlsen, die onder andere bij onze landgenoot Jac van Steen aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag orkestdirectie studeerde, viel al meteen op door zijn prikkelende en hoogst oorspronkelijke artistieke ideeën. Hij behoort dan ook niet voor niets tot de meest boeiende en vernieuwende musici van zijn generatie. En dat laat hij hier op een uitmuntende manier horen, waarbij hij terzijde wordt gestaan door het in 2007 opgerichte Norbotten NEO ensemble dat wat het niveau van opereren aangaat bepaald niet onder doet voor de meest toonaangevende gezelschappen op dit gebied. En dan hebben we het bijvoorbeeld over Ensemble InterContemporain, London Sinfonietta en ASKO|Schönberg. Een geduchte aanrader dus, deze riante en subliem vastgelegde productie!

___________________
*) letterlijk ‘reuzenketel', waarbij de titel verwijst naar cilindrische gaten die ontstaan in het rotsgesteente als gevolg van de zich in het smeltwater bevindende ronddraaiende stenen onder een gletsjer.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links