CD-recensie

 

© Maarten Brandt, oktober 2009

 

 

Stravinsky: Petroesjka (oerversie 1911) - Pulcinella (suite)* - Symphonies of wind instruments (1947).

Radio Filharmonisch Orkest en Radio Kamer Filharmonie* o.l.v. Jaap van Zweden.

Exton OVCL-00378 • 67' • (sacd)

 

 


Jaap van Zweden kan in een belangrijk opzicht met de nestor van de twintigste-eeuwse toonkunst, Igor Stravinsky, worden vergeleken. Net als laatstgenoemde is ook Van Zweden, overdrachtelijk gesproken, een soort kameleon, het dier dat zich per definitie aan zijn omgeving aanpast door de kleur daarvan aan te nemen. Met dien verstande dat toch de eigen persoonlijkheid volkomen herkenbaar blijft. Om het even welke stijl Stravinsky parodieert, Pergolesi/Van Wassenaar, Webern, Tsjaikovski,  Bach en noem maar op, onafgebroken is toch de hand van de meester zelf er moeiteloos in terug te vinden. Met Van Zweden is dit qua uitvoeringspraktijk het geval. Dirigeert hij Bruckner, dan klinkt ons een in de beste zin des woords ouderwets monumentale stijl tegemoet, maar laat hij zijn licht schijnen over bijvoorbeeld Beethoven dan blijkt opeens hoe moeiteloos en volkomen organisch - en verre van dogmatisch - hij de inzichten op het gebied van de historiserende praktijk absorbeert. En dit bij vlagen zelfs zodanig dat men meent naar een louter in deze discipline getraind ensemble te luisteren.

Jaap van Zweden (foto © Bert Hulselmans)

Optimaal transparante klank

Dit gevoel had ik ook tijdens het horen van nieuwe en bovengenoemde registratie van de suite uit Pulcinella - de tweede aflevering in een onder Van Zweden staande Stravinsky-reeks (voor de eerste: klik hier voor de recensie) waarin de musici van de Radio Kamer Filharmonie excelleren. Wat een aangename droge, in de goede zin des woords gaaf en scherp doortekende en optimaal transparante klank horen we hier: alsof Frans Brüggen en zijn Orkest van de Achttiende Eeuw deze meesterlijke partituur tot leven wekken! Niet sedert de - zij het met terugwerkende kracht nu toch wat gelikter overkomende, maar dat zegt  meer over anno 2009 dan destijds - verklanking door Sir Neville Marriner en St. Martin-in-the-Fields uit 1967 (Argo/Decca, in de Originalreeks op cd heruitgegeven) heb ik bij het ondergaan van de Pulcinella-suite zo op de punt van mijn stoel gezeten. Het fraaie is dat men, mede dankzij de kraakheldere opname,  het gevoel heeft dat er louter solisten zitten te spelen, terwijl het geheel toch volstrekt homogeen overkomt. Kortom, hier is sprake van het gelijktijdig optreden van het midden in het landschap staan en het helikoptereffect.

Petroesjka is een geheel ander verhaal, maar het resultaat is niet minder indrukwekkend. Van Zweden kiest voor de oorspronkelijke in 1911 voltooide oerversie, die aanzienlijk minder vaak gaat dan de herziene editie uit 1947. de verschillen zitten vooral in de omvang van het orkest. Zo bracht Stravinsky tijdens de revisie de houtblazersbezetting van vier- naar drievoudig terug en kreeg de partij van de piano meer gewicht dan in het origineel, terwijl de ritmische notatie op punten werd vereenvoudigd. De oorspronkelijke versie is, zo men wil, symfonischer en meer al fresco-achtig.

Staaltje

Van Zweden en de zijnen zetten de vier 'tableaux vivants' van Petroesjka breed en vol van een haast romantische adem in de steigers. Aanvankelijk heerst er een soort 'onderdruk' en terecht.  Daardoor immers beschikt de dirigent over voldoende ruimte om een gigantische spanning op te bouwen die naar het slot toe meer en meer om te snijden wordt. Opnieuw hebben niet alleen de musici maar tevens de technici van Exton een prestatie van jewelste geleverd. Een fenomenaal staaltje is bijvoorbeeld de aanhef van track 10 - "The Peasant and the Bear" - waar het over elkaar heen schuiven van twee qua dynamisch verloop verschillend ten opzichte van elkaar zijnde lagen hoogst suggestief uit de luidsprekers komt. Zeker, dat betekent dat er aan de knoppen is gezeten, maar dan wel op en top gemotiveerd vanuit de partituur en niets anders. En geen enkele seconde slibben de tutti dicht, overal heerst een fijnmazigheid in het klankbeeld die het luisteren naar deze weergave van Petroesjka tot een magistraal festijn maakt.

In eensluidende zin valt te berichten over de Symphonies of wind instruments, die onder de handen van Van Zweden mooi strak gepolitoerd reliëf krijgen. Deze uitgave bewijst nog eens de enorme veelzijdigheid van Van Zweden, maar ook dat beide Radio Ensembles tot de absolute wereldtop behoren en last but not least dat Exton een label is om met zorg te blijven koesteren.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links