CD-recensie

 

© Maarten Brandt, december 2008


 

Stravinsky: Le sacre du printemps (versie 1947) – Apollon musagète (versie 1947).

Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Jaap van Zweden.

Exton OVCL 00330 • 64' • (sacd)

 

 

 


Hoewel het aantal opnamen van Stravinsky’s Le sacre du primtemps inmiddels astronomische dimensies bedraagt, springen de allerbeste vertolkingen er duidelijk uit. Naast die met het Columbia Symphony Orchestra onder leiding van de componist uit 1961 (Sony) behoren die met het Los Angeles Philharmonic Orchestra onder Zubin Mehta (Decca, door niemand minder dan Stravinsky zelf enorm bejubeld), het onder supervisie van Colin Davis staande Koninklijk Concertgebouworkest (Philips), de door Bernard Haitink aangevoerde Berliner Philharmoniker (Philips, legendarisch alleen al vanwege het ongeëvenaarde opnamegeluid van Volker Straus) en last but not least de tweede studioregistratie door het Cleveland Orchestra en Pierre Boulez (DG) tot mijn absolute favorieten.

Daar komt nu deze net van de pers gerolde uitvoering van het Radio Filharmonisch Orkest en Jaap van Zweden bij. Van Zweden, wiens repertoire thans ongekend omvangrijk is en even goed Mozart, Bruckner en Mahler als Van Vlijmen, Berio en Stravinsky insluit. Daarbij verkeert de dirigent in het onbetwiste voordeel dat hij bij het Japanse Exton-label onder contract staat dat thans mede en vooral ook opnametechnisch gezien tot de crème de la crème behoort van de klassieke cd-wereld. Want laten we wel wezen, het feit of een productie nu SuperAudio-matig is gerealiseerd of niet zegt op zichzelf weinig. Het gaat immers in de eerste plaats om de technici. Namelijk of die hun taak met muzikale oren vervullen en dat doen ze bij Exton.

Ik moest dan ook tijdens het beluisteren van Van Zweden Sacre meer dan eens aan de Berlijnse Haitink uitvoering denken, gehoord de schier onbegrensde dynamiek, het voorbeeldig opengewerkte en ook gedurende de meest hevige fortissimi optimaal transparante klankbeeld en last but not least het kolossale maar nooit flets wordende volume van de klank zelf (pauken, grote trom!). Anders dan sommige wellicht van Van Zweden zouden verwachten, zoekt hij het niet in een overdreven romantische aanpak à la Karajan (DG), maar tekent hij, integendeel, voor een ongenaakbare en objectieve benadering van deze nog altijd sensationeel op de toehoorders overkomende partituur. Een omstandigheid die hem niet alleen verwant maakt met de onderkoeldere Boulez, maar tevens met die oude Decca-vastlegging van Mehta waartegen zijn remake voor Sony met het New York Philharmonic verkleurt tot een vergeelde bidprent.

Geen groter contrast is uiteraard denkbaar dan tussen de Sacre en Apollon musagète, waarin het grote symfonische apparaat plaatsmaakt voor het strijkorkest. En toch is ook dit werk van A tot Z Stravinsky, die niet zonder reden werd en wordt vergeleken met een kameleon die de kleur van zijn omgeving aanneemt. Met dien verstande dat in het geval van Stravinsky, om het even of hij zich nu bezighoudt met het heidense Rusland, Bach, Gesualdo, Tsjaikovski of Webern die omgeving per definitie altijd de kleur van Stravinsky overneemt en niet omgekeerd.

Dat Van Zweden niet alleen een dirigent maar evenzeer een strijker van het hoogste niveau is, bewijst deze nieuwe versie van Apollon Musagète die allerminst onderdoet voor een van de meest imponerende opnamen tot op dit moment, die van Sir Neville Marriner en ‘zijn’ Academy of St Martin in the Fields (Decca, Originals). Dat blijkt al meteen uit de minutieus afgewerkte frasering die de leden van het RFO hier ten toon spreiden. Rank- en strakheid verkeren hier in een ideaal evenwicht en, ofschoon Van Zweden de lyrische onderstroom van dit prachtige neoklassieke opus (een hoogtepunt uit Stravinsky’s neoklassieke fase) geenszins onderbelicht, wordt het geheel nergens ook maar bij benadering sentimenteel, een gevaar dat bij dit werk wel degelijk op de loer ligt. Jammer overigens dat de naam van de primarius niet in het boekje staat vermeld die met zijn fraaie solo in de eerste variatie van Apollo (begin scene 2) hogelijk weet te imponeren. Opnieuw is de opname een wonder van schoonheid: ruimtelijk, waar nodig omfloerst, maar ook vol glans zonder dat de helderheid ook maar een seconde aan gradatie inboet. Weer een prachtig visitekaartje uit ons land, voorbeeldig opgetekend door het team van Exton. Hulde!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links