CD-recensie

 

© Maarten Brandt, oktober 2008


 

Sjostakovitsj: Symfonie nr. 10 in e, opus 93.

London Philharmonic Orchestra o.l.v. Bernard Haitink.

LPO-0034 • 55' •

(Live-opname: 28 augustus 1986, Royal Albert Hall, Londen).

 

 


De eerste maal dat Bernard Haitink een partituur van de thans alom geliefde en te pas en te onpas gespeelde Russische componist Dmitri Sjostakovitjs tot leven wekte was op 22 september 1958. Toen prijkte het Eerste pianoconcert met de beroemde trompetsolo op de lessenaars van het Radio Filharmonisch Orkest met als solisten Herman Kruyt (piano) en Harry Sevenstern trompet, dit in het kader van een studio-opname voor de AVRO met verder orkestrale fragmenten uit Die verkaufte Braut van Smetana. We weten dit dankzij het nijvere speurwerk van Nico Steffen dat uiteindelijk heeft geresulteerd in de kolossale maar slechts op kleine schaal verspreidde bijbel Bernard Haitink - statistiek van een dirigentencarriŤre (Huizen, 1999). Sjostakovitsj was toen in Nederland een van de vele componisten, die nog lange tijd nadien - in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten - eerder een curieuze dan een gevierde muziekvinder was. Mede ook, omdat de tussen 1955 en 1974 als artistiek leider aan het toen nog niet van het predicaat Koninklijk voorziene Concertgebouw Orkest verbonden zijnde componist/musicoloog Marius Flothuis, weinig ophad met Sjostakovitsj. Wat overigens niet inhoudt, dat zijn werk niet een enkele maal toch werd geprogrammeerd, zoals op 31 januari 1973 toen Carlo Maria Giulini de Concertgebouworkest-premiŤre van de Veertiende symfonie voor zijn rekening nam.

Klankdocument

Het immense - en feitelijk tot op de dag van vandaag voortdurende (klik hier voor mijn bespreking van de Vierde symfonie †met het Chicago Symphony Orchestra) - Sjostakovitsj-avontuur van Bernard Haitink begon niet bij het Concertgebouworkest, maar het London Philharmonic Orchestra waarvan hij tussen 1967 en 1979 eerste dirigent was. De eerste symfonie die hij met dit ensemble onder handen nam was de Vierde die hij op 11 mei 1969 broederlijk op een programma met Beethovens Vijfde pianoconcert vertolkte. De meest onder Haitinks leiding uitgevoerde symfonie was echter de Tiende, die in maar liefst vijf verschillende seizoenen is gegaan. Het is bovendien hetzelfde werk waarmee Haitink's fonografische 'Werdegang' als Sjostakovitsj-interpreet is begonnen (de opname in kwestie dateert van 14 januari 1977), een gigantisch alle vijftien symfonieŽn omvattend project dat door Decca is gerealiseerd met, behalve het LPO, ook het KCO. We hebben het dan over een klankdocument dat, samen met de integrale vastlegging van de symfonieŽn door het Moskouse Staatsorkest onder wijlen Kirill Kondrashin, terecht tot de hoekstenen van de Sjostakovitsj discografie werd en wordt gerekend.† †

Avontuur

Wie Haitinks studioregistratie van de Tiende vergelijkt met bovenstaande op 28 augustus 1986 live in de Royal Albert Hall vereeuwigde en nu voor het eerst op cd beschikbare uitvoering, zal verrast zijn. Werd eerdergenoemde vastlegging gekenmerkt door een gedegen maar bij vlagen ook wat voorzichtige benadering van de materie, hier gooit de dirigent alle remmen los. In diepste wezen verhouden beide uitvoeringen zich net zo tot elkaar als de studio-opnamen van de eerste complete reeks Mahler -symfonieŽn (Philips) tot die van de befaamde Kerstmatinees (Universal). Met andere woorden, de Haitink in de studio is doorgaans een totaal andere Haitink dan die in de concertzaal, waarin de genade van het moment al dan niet kan toeslaan. En als dit laatste wel gebeurt, zoals op die 28ste augustus geschiedde, dan zit je op de punt van je stoel vastgenageld te luisteren. Wat een vrijheden in tempo, terwijl ment toch voelt dat alles klopt. Maar elke overgang, het geringste rubato niet uitgezonderd, is een avontuur op zich, wat niet wegneemt dat de grote lijn onafgebroken in tact en als een boog gespannen blijft. Ook en vooral tijdens de immense climaxen, zoals tijdens de doorwerking van het eerste deel, legt Haitink zich geen enkele reserve op en gaat hij - in de beste zin des woords - geheel door het lint.

Warmbloedige sonoriteit

Zelfs het onder vele dirigenten uiterst drammerig en langdradig werkende langzame derde deel komt onder de scepter van Haitink zo spannend over dat je je wel gewonnen můet geven voor deze muziek, waarvan nu opeens duidelijk wordt dat die grote hoornsolo door niets anders kan zijn geÔnspireerd dan door het reusachtige scherzo uit Mahlers Vijfde symfonie. Maar om dat hoorbaar te maken, daarvoor moet je natuurlijk Haitink heten. De opnamekwaliteit is - zeker de tijd en de omstandigheden in aanmerking genomen - verbluffend goed, getuige alleen al de ronduit warmbloedige sonoriteit bij de strijkers en een natuurlijk werkend breed dynamisch spectrum. Kortom, een van de beste Tiende's †van Sjostakovitsj die zich in de eregalerij van Kondrashin (Melodya), Karajan I (DG) en, om een recenter voorbeeld te noemen, Ashkenazy (Decca) moeiteloos kan handhaven.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links