CD-recensie

 

© Maarten Brandt, januari 2016

 

Jeths: Symfonie nr. 1* - Blokfluitconcert

Karin Strobos (mezzosopraan)*, Erik Bosgraaf (blokfluit), Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart* en Markus Stenz.

Challenge Classics CC72693 58'

Opname: Symfonie nr. 1 (wereldpremière): Concertgebouw, Amsterdam, 13 april 2013; Blokfluitconcert (wereldpremière): Concertgebouw, Amsterdam, 20 december 2014

   

Verbeeldingskracht, kleur en suspense, ziehier enkele ondubbelzinnig grote kwaliteiten in het zich gestaag uitbreidende en veelzijdige oeuvre van Willem Jeths, thans componist des vaderlands. Kwaliteiten, die van meet af aan de toon zetten in het werk van een muziekvinder die niet zozeer als een ontginner als wel - om met Jeths' landgenoot, wijlen Robert Heppener, te spreken - "een dankbaar gebruiker van het veelkleurige en rijke muzikale landschap" van de twintigste en inmiddels eenentwintigste eeuw kan worden beschouwd. En wat nog het meest belangrijk is: in deze een onvervreemdbaar eigen handschrift bezit, waardoor men de stijl op slag herkent. Net zoals dat het geval is met Brahms, Schumann, Mahler en - om enkele 20 e eeuwse voorbeelden te noemen - Ligeti en Messiaen. De namen van twee laatstgenoemde componisten vallen hier niet zomaar, want met allebei bezit Jeths een grote affiniteit. Wat hij met de fransman deelt is de - in de beste zin des woords - schaamteloze bontheid, tot uitdrukking komend in een hoogst suggestieve en direct aansprekende sonoriteit, alsmede een enorme veelkleurigheid. Hierdoor krijgt zijn muziek - om het even hoe abstract ook - iets filmisch, en is de toehoorder in weerwil van de onloochenbare complexiteit van het geheel, onafgebroken bij de les. Hoezeer Jeths' werk ook op een niet te miskennen wijze twintigste-eeuws is, de componist is van mening dat muziek hoe dan ook in staat moet zijn tot een directe communicatie met de luisteraar. Dat houdt overigens niet in dat de concertbezoeker in alle keukengeheimen moet zijn ingewijd, liever niet zelfs, maar wel dat het gehoorde de fantasie dient te prikkelen en eerst tot het hart en dàn pas tot het hoofd moet spreken. En dat brengt ons op een van de andere idolen van Jeths: Gustav Mahler, wiens klinkende nalatenschap bijna van meet af aan een rol van gewicht in zijn componeren vervult. Zoals bijvoorbeeld in Throb (1995), waarin het roemruchte doods- of schreeuwakkoord uit de onvoltooid gebleven Tiende symfonie van de Boheems-Oostenrijkse symfonicus als een soort 'idee fixe' fungeert.

Parcours
Minstens zo sterk is de aanwezigheid van Mahler in de beide op bovenstaande cd vastgelegde composities. Alleen al de in opdracht van de NTR-zaterdagmatinee tot stand gekomen Eerste symfonie maakt dat haarscherp duidelijk. Niet alleen omdat de maker zijn toevlucht zoekt tot het woord om zijn boodschap extra luister bij te zetten, ook door het gebruik in drie van de vier delen van een 'Fernorchester', dat van achter het podium fanfareachtige motieven en flarden van een begrafenismars ten beste geeft en verder door een aantal - zij het sterk gemodificeerde - elementen uit de al genoemde Tiende symfonie.

Jeths' eersteling is niet zonder slag of stoot ontstaan. Als eerste aanzet fungeerde het in 2010 in opdracht van het Koninklijk Concertgebouworkest geschreven en ongeveer dertien minuten durende orkeststuk Scale - Le Tombeau de Mahler. Vervolgens kwam twee jaar later het orkestwerk Metanoia gereed, waarin elementen uit Scale op een hoger niveau zijn uitgewerkt. En dat laatste moet mede letterlijk worden opgevat, aangezien het woord 'scale' ook 'trap' en 'wenteltrap' betekent. De trap die in de opvatting van Jeths het parcours markeert dat de ziel van de mens na zijn lichamelijke dood aflegt op weg naar de andere wereld. Een wereld voorbij het rationele voorstellingsvermogen, want onder het Griekse begrip 'metanoia' moet niet alleen 'ommekeer' worden verstaan - en in dit geval een ommekeer waarbij men niet op zijn of haar schreden kan terugkeren - maar tevens datgene wat zich "aan gene zijde van het denken en begrijpen bevindt."

Toen ik bij de première door het KCO onder leiding van Ed Spanjaard van Scale aanwezig was, vond ik (bij alle fantastische instrumentale effecten, want laat dat maar aan Jeths over!), sommige citaten - zoals de parafrases over de langzame inleiding tot de finale van Mahlers Tiende (de befaamde melodie voor fluit, die in de karige schetsen van de componist is overgeleverd) - net een fractie te 'plakativ'. Maar binnen het concept van de symfonie in haar totaal werkt het allemaal veel overtuigender, waarbij Jeths bovendien een en ander in Scale - dat in de symfonie dienst doet als deel 2 en van de benaming Wie ein Kondukt is voorzien - heeft veranderd. Hoe dan ook, dat tweede gedeelte is het meest 'aardse' onderdeel van de symfonie, want in het korte en ook vocale eerste deel op een tekst van Goethe (Unbegrenzt), wordt al een imposant voorschot op de grenzeloosheid van het toekomstige spirituele bestaan van de mens genomen, terwijl het tenslotte bereiken van die zijnsstaat zijn beslag vindt in het afsluitende laatste lied, het vierde deel, gebaseerd op dat beroemde gedicht (Selige Sehnsucht) van Goethe met onder meer de volgende bekende en onsterfelijk geworden woorden:

Und so lang du das nicht hast,
Dieses: Stirb und werde!
Bist du nur ein trüber Gast
Auf der dunklen Erde

Beproeving
In Metanoia, de onontbeerlijke schakel binnen het geheel, vindt de eigenlijke transitie van het aardse naar het spirituele vlak plaats, terwijl in het vierde deel de laatste beproeving alvorens de finale thuiskomst een feit is, aanbreekt. Deze gaat vergezeld van een verpletterende climax, die al eerder in Wie ein Kondukt de revue passeerde en waarin niet alleen op het doodsakkoord van Mahlers Tiende wordt gezinspeeld, maar ook op het hoogtepunt van het langzame deel uit het orkestwerk Harmonielehre (1985) van John Adams. Ook een stuk overigens waarin de maker in een intense dialoog met het verleden is verwikkeld en tal van citaten en bijna-citaten van uiteenlopende componisten de revue passeren, variërende van Bruckner en Schönberg tot en met Sibelius, Reich, Wagner en Mahler.

Eeuwigdurende cirkelgang
Hoe dan ook, Jeths' idee de symfonie met een lied te beginnen en af te sluiten is geniaal, omdat zodoende als het ware de eeuwigdurende cirkelgang van de mens perfect in klinkende munt is omgesmeed. En over op een slinkse wijze van citeren gesproken, beide delen bevatten daarvan schitterende voorbeelden. In de finale veeleer zo terloops dat men nauwelijks van citeren kan spreken, ook al roept het tot zes maal herhaalde woord 'Erde' sfeermatig natuurlijk onherroepelijk associaties op met het slot van Der Abschied uit Mahlers Das Lied von der Erde, terwijl de muziek aan de andere kant qua frasering en kleurstelling soms de naam van Zemlinski en meer in het bijzonder diens Lyrische symfonie in herinnering roept. Maar een van de meest geraffineerde citaten komt voor in het openingslied, om precies te zijn pal voor de woorden "Anfang und Ende immer fort dasselbe", waar zeer kort en toch onmiskenbaar duidelijk wordt gealludeerd op de 'Verwandlungsmusik' uit het tweede bedrijf van Bergs muziekdrama Lulu . En, toeval of niet, deze muziek (die van Berg dus) is gegoten in de vorm van een. palindroom! Dus een opbouw waarbij begin en einde in elkaar zijn gespiegeld.

Godservaring
Berg is verder in Metanoia op verschillende manieren aanwezig, namelijk bij machte van de saxofoon en een dankbare rol voor de solo-viool, een citaat uit het tweede deel van de Lyrische Suite en - halverwege dit deel - een geheimzinnig akkoord dat Berg innerlijk in 1914, toen hij op het strand te Zandvoort de zon door de wolken zag breken, moet hebben gehoord en dat bij hem tot een godservaring leidde. Het optreden van het bewuste akkoord in Metanoia is tevens te zien als het eigenlijk keerpunt binnen de symfonie. Qua harmonie is dit gedeelte het meest grensverleggende van het opus en vormt zodoende een groot contrast met Wie ein Kondukt . Wat ons in Metanoia tegemoet klinkt is Jeths op zijn sterkst en subtielst. Ongelooflijk hoe hij hier het symfonieorkest tot tolk maakt van een zowel overdrachtelijk als letterlijk vervreemdende, verheffende en vervoerende sensatie.

De uitvoering door het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Edo de Waart doet alle recht aan de veeleisende partituur, terwijl men in Karin Strobos een ideale zangeres heeft gevonden. Want het stembereik dat hier is vereist dient zowel de diepte van het alt- als de hoogte van het sopraanregister te omvatten (blijkens onder andere de slotmaten van de symfonie) en daaraan beantwoordt deze zangeres zonder meer voorbeeldig. En hoewel het geen superaudio/surround-opname betreft (waar dit werk zich natuurlijk uitermate goed voor zou lenen!) komt de ruimtelijke definitie van de 'geografie van de uitvoering' prima op de toehoorder over.

Sessies
Haast nog bijzonderder en verbazingwekkender is het tweede stuk op deze disc, dat bijna voor een vergeestelijkt vervolg op de symfonie zou kunnen doorgaan: het voor Erik Bosgraaf in opdracht van de NTR-zaterdagmatinee geschreven Blokfluitconcert (2014). Blokfluit en symfonieorkest, is dat niet vragen om moeilijkheden? Leidt zoiets niet onwillekeurig tot een in klank belichaamde strijd tussen David en Goliath? En, bovendien, wekt een dergelijk instrument niet eerst en vooral associaties met saaie door onbespoten vrouwelijke muziekdocenten aan de lagere en middelbare school gegeven muzieklessen? Kortom, als er een belast muziekinstrument valt te bedenken om met een symfonieorkest te confronteren dan is het de blokfluit wel. Tenzij de bespeler ervan naar de naam van Erik Bosgraaf luistert. Dezelfde Bosgraaf aan wie niemand minder dan Pierre Boulez toestemming gaf tot het vervaardigen van een blokfluitversie van diens Dialogue de l'ombre double voor klarinet en live-elektronica, die inmiddels ook door Bosgraaf is opgenomen (klik hier voor de recensie). Natuurlijk is Jeths bij de totstandkoming van dit bijzondere concert niet over één nacht ijs gegaan, integendeel. Meerdere sessies met Bosgraaf gingen aan het schrijven van de partituur vooraf, omdat de componist alle mogelijkheden van niet alleen het instrument zelf, maar ook Bosgraaf' enorme capaciteiten tot op de vierkante millimeter wilde leren kennen. En uiteindelijk is de keus niet gevallen op zomaar een blokfluit uit het baroktijdperk, maar een exemplaar voorzien van een krachtiger toon dat van 16 e eeuwse en dus renaissancistische herkomst is en werd gebouwd door de Venetiaan Silvestro Ganassi.

Verlangen
Het is niet mijn gewoonte uit de Vaderlandse muziekpers te citeren. Niet alleen omdat dit als een uiting van gemakzucht zou kunnen worden uitgelegd, ook omdat het niveau daarvan anno 2016 van een hoogst deplorabel gehalte is. Maar voor de recensie van mijn gewaardeerde collega, Peter van der Lint - die vindt dat Jeths' concert bij de top in dit genre thuishoort, en terecht -, in dagblad Trouw, naar aanleiding van de vuurdoop (die dus ook op deze cd valt te beluisteren) maak ik graag een uitzondering:

"De lange melodieën die Jeths bedacht - en échte melodieën zijn het - worden door Erik Bosgraaf met een enorm gevoel voor lijn en frasering gespeeld. Het was zaterdagmiddag soms werkelijk bedwelmend mooi wat er klonk. De beuk gaat er af en toe ook in als Bosgraaf de allerhoogste regionen van zijn blokfluit moet aanspreken. Die onbarmhartige tonen, hels en kaal, worden door Jeths dan weer van een zacht zoemend randje voorzien door het geluid van vochtige vingers die over met water gevulde glazen wrijven. Maar overheersend was de mooi meanderende melancholie in dit meesterlijke concert. Dat het maar vaak gespeeld mag worden."

In tegenstelling tot de Eerste symfonie is Jeths' Blokfluitconcert, met een speelduur van precies twintigminuten, eendelig. Ook al zijn er binnen deze opzet tal van tempowisselingen bespeurbaar. Als reeds opgemerkt is ook hier Mahler van de partij, want er is natuurlijk nog een belangrijke met de blokfluit verbonden associatie, te weten de wereld van het kind. En dan hebben we het over een domein waar we dikwijls en al dan niet onbewust, naar terugverlangen. Wel te verstaan het domein van het maagdelijke, het ongeschondene. Vandaar dat dit verlangen dan ook is vervuld van een intens heimwee. Deze wetenschap bracht Jeths op het idee elementen uit Mahlers Kindertotenlieder te gebruiken, speciaal uit het derde en vijfde lied. Het geraffineerde is dat het - veelal als een lopende draad door het concert heenlopende - citaat uit laatstgenoemd lied pas geleidelijk en met terugwerkende kracht duidelijk wordt, aangezien we eerst alleen de pendelende beweging (die de langzame en laatste geleding van In diesem Wetter, in diesen Braus schraagt) horen en nadien - zij het zeer terloops - de erbij horende harmonische context.

Ideale koppeling
De instrumentale effecten die Jeths bij de orkestbehandeling voorschrijft, niet alleen wat de door Van der Lint genoemde met vochtige vingers bespeelde e met water gevulde glazen betreft, ook de aparte sonoriteiten van steeldrums en watergong, getuigen van een hoogst exquis gehalte. Daar komt nog iets anders bij en dat is dat het opstijgen naar het transcendente dat in de symfonie breed en vooral met grootse gebaren is uitgemeten, tijdens het verstilde slot van het Blokfluitconcert tastbaarder wordt dan ooit, gesteld dat zoiets als het transcendente tastbaar te maken valt. En ook hier is Mahler aanwezig, zij het nu niet in de noten, maar in de geest. In de geest van het slot van diens Negende symfonie, waarbij Mahler zelf - ja, toeval bestaat niet - ook uit de Kindertotenlieder citeert. Wat er ook van zij, de naar binnen gekeerde afsluiting van dit concert is een verhaal apart, een afsluiting die de luisteraar ontroerd en verweesd achterlaat. De koppeling van beide werken op deze cd is alleen al daarom heel zinvol, en wel omdat symfonie en concert zich in ideale zin tot elkaar verhouden als 'Tod' tot 'Verklärung'. Een juweel van een uitgave, kortom. waarbij ook in het Blokfluitconcert het Radio Filharmonisch Orkest (ditmaal onder leiding van chefdirigent Markus Stenz) de sterren van de hemel speelt en daarmee Bosgraaf op uitmuntende wijze van repliek dient. Prachtige, diepzinnige en toch voor een breed publiek toegankelijke Nederlandse muziek dus, die het wat beide werken betreft, op en top verdient binnen en buiten onze landsgrenzen dikwijls te worden uitgevoerd en die er zich bovendien voorbeeldig voor leent met composities uit alle stijlperioden en windstreken te worden gecombineerd. Heren/dames orkestdirecteuren, wat let u?

Tenslotte nog een enkel woord over de afwerking van deze cd. Ik herinner mij, bij alle bewondering voor het gebeuren op het podium, de nodige onrust in de zaal tijdens het afluisteren van de radio-opnames. Daar valt op deze cd niets meer van te merken en dat betekent dat degene die met de editing was belast - Lucas Guitink - om dit grandioze resultaat te kunnen bereiken een waar monnikenwerk moet hebben verricht. Hulde!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links