CD-recensie

 

© Maarten Brandt, juli 2014

 

Bruckner: Symfonie nr. 9 in d

Lucerne Festival Orchestra o.l.v. Claudio Abbado

DG 0289 479 3441 7 63'

Live-opname: 21-26 augustus 2013,
Konzertsaal Kultur- und Kongresszentrum, Luzern

   

Zelden heb ik zo om woorden verlegen gezeten als deze keer naar aanleiding van bovenstaande live-registratie, de discografische zwanenzang van Claudio Abbado. Hoe in hemelsnaam de merites van deze unieke opname weer te geven, zonder in onverschillig welke clichés te vervallen? Vandaar dat ik deze bespreking vooraf laat gaan door een brok poëzie. Te weten van het slot uit de 'Four Quartets' van de Amerikaans/Britse meesterdichter Thomas Stearns Eliot in de (helaas niet meer verkrijgbare) schitterende Nederlandse vertaling door Herman Servotte:

Met de aantrekking van deze Liefde en de stem van deze Roeping
We zullen niet ophouden met ontdekken
En het eind van alle ontdekking
Zal zijn aan te komen waar we vertrokken
En de plaats te kennen voor de eerste keer
Door de ongekende, herinnerde poort
Wanneer het laatste dat op aarde te ontdekken blijft
Dat is wat de aanvang was;
Aan de bron van de langste rivier
De stem van de verborgen waterval
En de kinderen in de appelboom
Niet geweten, want niet gezocht
Maar gehoord, half gehoord, in de stilte
Tussen twee golven van de zee.
Vlug, nu, hier, nu altijd
Een houding van volstrekte eenvoud
(Die niet minder dan alles kost)
En alles komt terecht
En alle dingen worden goed
Wanneer de vlammende tongen inwaarts zijn gevouwen
Naar de gekroonde knoop van vuur
En het vuur en de roos zijn één.

Ik ken geen versregels waarin de zoektocht naar de essentie van het leven, en dus ook naar die van het kunstwerk, zo indringend en op een manier die totaal is gevrijwaard van opsmuk, is verwoord als in deze uit Eliot's grandioze dichterlijke odyssee 'The Four Quartets' stammende regels, waaraan ik bij herhaling moest denken tijdens het beluisteren van Bruckners 'Opus ultimum' onder de handen van de bij zijn leven al geruime tijd legendarische Claudio Abbado.

Spiritualiteit
Abbado die een ongekend veelzijdig repertoire tot in de kleinste finesses beheerste en die bij gelegenheid ook de nodige symfonieën van de meester van Ansfelden opnam, zij het niet - zoals zijn voorganger bij de Berliner Philharmoniker, Herbert von Karajan - een integrale cyclus. Tijdens de start van zijn carrière leidde hij de nodige uitvoeringen van de Eerste symfonie (in de Linzer Fassung) waarvan hij achtereenvolgens voor Decca en DG vastleggingen met de Wiener Philharmoniker liet verschijnen. Hetzelfde orkest waarmee hij voor het gele label nadien de Vierde, Vijfde, Zevende en Negende symfonie vereeuwigde. Uitvoeringen die opvallen door een schitterende maar ook wat cosmetisch aandoende klank, maar die - althans voor mij - veelal een spirituele dimensie ontberen. Later kwam het nog, voor het label Accentus, tot DVD-registraties van de Vijfde en Zevende symfonie met het Lucerne Festival Orchestra, die in termen van orkestspel niet zijn te evenaren en een op cd gedocumenteerde uitvoering van de Eerste met hetzelfde ensemble, zij het ditmaal in de Wiener Fassung. In samenwerking met Accentus brengt DG nu Abbado's tweede opname van de Negende Bruckner uit, die zowel waar het gaat om spiritualiteit als ensemblecultuur alles wat hij op het gebied van Bruckner ten toon heeft gespreid, absoluut in de schaduw stelt.

Natuurlijke stroom
Op een heel andere manier overkwam mij tijdens het beluisteren hetzelfde als tijdens het bijwonen van een uitvoering van Bruckners Achtste in het Amsterdamse Concertgebouw door de Münchner Philharmoniker onder leiding van Sergiu Celibidache medio de jaren negentig van de vorige eeuw. Namelijk dat men niet getuige is van een interpretatie, maar een herschepping van het kunstwerk in kwestie, met als resultaat iets dat, hoewel vermeend bekend, volstrekt nieuw in de zin van ongehoord en altijd-actueel is. Inderdaad alsof men het voor de eerste keer hoort (of om Eliot aan te halen "De plaats te kennen voor de eerste keer"). En dan hebben we het over een werk dat - net als de Negende Bruckner - een lange uitvoeringsgeschiedenis heeft.
Het bijzondere van deze heet van de naald verschenen Negende onder wijlen de grote Italiaanse maestro is dat er bij oppervlakkige beschouwing niets bijzonders aan te constateren valt. De tempi zijn volstrekt gemiddeld, niet snel maar zeker al evenmin opvallend langzaam. Ook onverschillig welke manierismen schitteren volledig door afwezigheid. Wie op zoek is naar opgelegd pandoer of sensatie kan deze cd maar beter links laten liggen. Maar nu komt het, want hierin zit 'm nu juist dat sensationele. Namelijk dat de muziek van begin tot eind wordt getypeerd door een volkomen natuurlijke stroom. Een stroom vergelijkbaar met die van een rivier waarvan het water nergens door ook maar een obstakel wordt gehinderd en die uiteindelijk uitmondt in de alles absorberende en omvattende wijdse oceaan van de eeuwigheid. En binnen dit parcours valt alles perfect - let wel: niet perfect in de zin van steriliteit, integendeel! - op zijn plaats. Kort en goed: dit is, zij het op een volstrekt andere manier dan Wand, Celibidache en Haitink, een vertolking van "zo en niet anders".

Overgave
Met een al dan niet schijnbare terloopsheid passeren tijdens het verloop van de symfonie onder Abbado details de revue die men in geen enkele andere opname hoort maar die verraden dat elke noot van de partituur door de dirigent niet alleen technisch maar vooral ook innerlijk is doorleefd. En daarbij verstaan de musici dankzij de ontspannen aanpak van laatstgenoemde op een wijze te ademen die aan de muziek niet alleen temporeel gezien een enorme ruimtelijkheid verleent, maar ook en niet in de laatste plaats 'tussen de noten'. Dit alles zonder dat het geheel zelfs ook maar bij benadering uit elkaar wordt getrokken, want die flexibele onderstroom is en blijft voor de 63 minuten die het werk bij Abbado duurt, onafgebroken overeind.
Anders dan in de opvatting van Haitink en de Londenaren (recent door mij besproken; klik hier) is het niet zozeer de deze muziek schragende dreiging die overkomt, maar de enorme mate aan onthechtheid. Als het leven intens wordt bedreigd, en dat was tijdens deze concerten met Abbado onomstotelijk het geval (hij overleed spoedig na deze reeks concerten), zijn er twee reacties mogelijk, namelijk die van een kolossale paniek en een van overgave, van een volledig loslaten. En dat is precies wat we hier horen, in deze uiterst lucide verklanking waardoor, in het bijzonder dankzij die al genoemde ruimte 'tussen de noten', regelmatig sprake is van metafysische vergezichten.

Waarheid
Dit alles verklaart misschien ook de bij momenten haast mendelssohniaanse lichtheid van het scherzo, waarvan ik bovendien geen uitvoering ken die qua puntige ritmische frasering ook maar in de buurt komt van wat de musici van het orkest uit Luzern hier laten horen. En dan het adagio, waarin Abbado de onder andere dirigenten soms te dik bovenop gelegde retoriek volledig uit de weg gaat en het speciaal zoekt in intieme om niet te zeggen kamermuzikale halftinten. Een verhaal apart is de befaamde op de muziek van Vaughan Williams vooruitlopende episode voor de strijkers, die daar een omfloerst pianissimo ten toon spreiden die ik tot op dit moment voor ongekend hield. En dat tijdens een live-uitvoering!
Men zou kunnen zeggen - en op zich klopt dat ook, uiteraard - een geweldige prestatie, ware het niet dat een dergelijk woord onvermijdelijkerwijs associaties oproept met het onderstrepen van de rol van het ego. In dit geval het ego van de dirigent. En als er wel iets is waardoor deze fabuleuze vertolking van Bruckners Negende onder Abbado opvalt, is het wel het ontbreken van alles wat met het ego samenhangt: wat hier tot ons komt is niet alleen musiceren op het hoogst denkbare niveau maar vooral ook een belichaming in klank van vergeestelijking en onbaatzuchtigheid in dienst waarvan het bij alle grote kunst om gaat (of althans: zou moeten gaan), namelijk het voel-, tast- dan wel hoorbaar maken van een waarheid voorbij alle denkbare categorieën.
Tenslotte nog een woord over de opname die als een handschoen past om Abbado's universele visie en die een grote mate van warmte (met een prachtige definitie van het laag) paart aan een optimale transparantie, met als gevolg een sonoriteit waarbinnen verticaliteit en horizontaliteit in een benijdenswaardig evenwicht verkeren.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links