CD-recensie

 

© Maarten Brandt, maart 2013

 

   

Bruckner: Symfonie nr. 3 in d (tweede versie 1876/77 in de editie van Leopold Nowak uit 1981)

Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Jaap van Zweden

Challenge Classics CC 72551 • 60' • (sacd)

Opname: december 2011, MCO, Studio 5, Hilversum

 

 

 


"Als Bruckners symfonieën en missen bij het publiek en in de muziekwereld van die dagen vanaf het begin een enthousiast onthaal hadden gehad, lijkt het niet waarschijnlijk dat wij ooit zouden zijn geconfronteerd met het labyrint van versies" schrijft Aart van der Wal in zijn recensie van de vertolking van de oerversie uit 1873 van de Derde symfonie door het Leipziger Gewandhausorchester onder leiding van Herbert Blomstedt. In de bespreking (klik hier) van Van der Wal - die ook de liner notes verzorgde bij bovenstaande nieuwe cd-uitgave van Jaap van Zweden - wordt de lezer op een uiterst heldere wijze aangaande de complexe ontstaansgeschiedenis van Bruckners Derde geïnformeerd, zodat hier kan worden volstaan met de mededeling dat Van Zweden voor zijn vastlegging van deze symfonie heeft gekozen voor de tweede versie uit 1876/77 zoals die in 1981 werd uitgegeven in de tweede Kritische Gesamtausgabe door Leopold Nowak. Deze editie wordt tegenwoordig bijna even dikwijls gespeeld als de meest beknopte derde versie uit 1889 die Nowak in 1959 in de tweede Kritische Gesamtausgabe opnam, maar die niet helemaal onomstreden is, omdat deze is gebaseerd op een revisie waarbij de onhandige Bruckner zich bij vlagen sterk heeft laten beïnvloeden door de gebroeders Schalk. Een omstandigheid waarvan de gevolgen speciaal in de finale - waar de snoeischaar genadelozer heeft toegeslagen dan in de overige delen - merkbaar zijn.

Authentieke Bruckner
Wat die tweede versie van de Derde symfonie betreft, om het even hoe men daar ook over moge denken, het is van A tot Z authentieke Bruckner wat ons hierin tegemoet klinkt. Bovendien is het ook de eerste versie die ooit van de symfonie is gespeeld. En wel op 16 december 1877 door de Wiener Philharmoniker onder supervisie van Bruckner zelf. Een uitvoering die niet alleen door het overladen programma maar tevens door Bruckners - om het zacht uit te drukken - gebrekkige leiderschapskwaliteiten op een muzikale ramp uitliep. Niettemin was er een kleine en trouwe schare van bewonderaars bij dit evenement aanwezig, waaronder niemand minder dan Gustav Mahler die samen met Theodor Rättig een arrangement voor piano 4handig van de symfonie het licht deed zien. In 1950 verscheen van de tweede versie de publicatie in de eerste Kritische en onder leiding van Robert Haas staande Gesamtausgabe die in dit geval werd verzorgd door Fritz Oeser, maar waarin het - ten opzichte van de oerversie - nieuwe slot van het scherzo ontbreekt. Dat slot is echter in de uitgave in het kader van de tweede Kritische Gesamtausgabe door Leopold Nowak in ere hersteld. In die gedaante beleefde de symfonie in 1988 haar fonografische première in een uitvoering door de Wiener Philharmoniker onder leiding van Bernard Haitink (Philips) die, bij zijn integrale Brucknercyclus met het Koninklijk Concertgebouworkest (idem Philips), voor de Oeser-editie van de tweede versie opteerde. Evenals wijlen Rafael Kubelík trouwens, die de symfonie nogal eens dirigeerde en van wie twee opnames bestaan (op Sony en Audite)

Degens
Een ding is duidelijk en dat is dat Bruckner in zijn Derde - een stuk waarmee hij met name harmonisch nieuwe wegen insloeg - de degens wilde kruisen met twee van zijn idolen: Beethoven en Wagner. Dat blijkt niet alleen uit de toonsoort d-klein, die dezelfde is als die van Beethovens Negende , maar tevens uit de oernevel tegen de achtergrond waarvan het hoofdthema voor de trompet in het openingsdeel gestalte krijgt. En niet te vergeten de geladen en vol olympisch vuur stekende doorwerking van datzelfde deel. De invloed van Wagner is in de tweede versie vooral harmonisch merkbaar, want de in de 'Urfassung' optredende citaten uit het werk van de klankmagiër van Bayreuth, zijn in de tweede versie grotendeels geschrapt. In tegenstelling tot haar oorspronkelijke en weerbarstige gedaante uit 1873 maakt de symfonie in deze revisie overigens een veel evenwichtiger indruk. Hoe fascinerend die Wagnercitaten van het origineel ook overkomen en hoe schokkend - zeker in de finale - de talrijke temporele koerswijzigingen daar ook werken, zowel proportioneel als stilistisch gezien is het geheel in deze, en nu dus opnieuw door van Zweden vastgelegde, tweede editie veel coherenter en consistenter.

Onderhuidse spanning
Biedt de tweede versie het beste van alle werelden; datzelfde zou men van de vertolking door Jaap van Zweden kunnen zeggen. Hij laat de muziek op een weldadige manier voor zichzelf spreken. Zag hij als violist grote Brucknerianen van diverse pluimage als bijvoorbeeld Haitink, Jochum, Sanderling en Giulini voorbijkomen, als dirigent heeft hij daar alleen maar profijt bij gehad. Niet door deze of gene maestro na te bootsen, maar wel door al die invalshoeken te absorberen en vervolgens daaruit zijn eigen klankideaal te destilleren. Een klankideaal dat in de beste zin des woords op versmelting is ingesteld zonder dat onverschillig welke details worden onderbelicht. Een benadering ook waarbij Van Zweden zich niet laat verleiden tot opgelegd pandoer en krachtvertoon alsmede een overwicht van het koper, maar waarbij het geheel zich op een natuurlijke wijze en binnen soepele maar nooit overhaast overkomende tempi ontvouwt. Wat me tijdens het beluisteren van deze opnieuw in de fraaie akoestische ambiance van de MCO5-studio te Hilversum vereeuwigde registratie opviel, is de schitterende strijkersklank die niet zelden die van het KCO in herinnering brengt. Wat dat betreft is het Adagio echt een verhaal apart, waarbij ik de onderhuidse spanning tijdens de afsluiting van dit deel zelden zo fraai heb horen realiseren als via deze puik klinkende superaudio-cd. Mijn slotconclusie is dat deze uitvoering van Bruckners Derde symfonie in de Nowak-editie van de tweede versie zich onvoorwaardelijk kan handhaven naast de hierboven genoemde Haitink-verklanking met de Wiener Philharmoniker. Een groter compliment kan ik Van Zweden cum suis niet maken!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links