CD-recensie

 

© Maarten Brandt, februari 2014

 

Britten: War Requiem op. 66

Susan Gritton (sopraan), John Mark Ainsley (tenor), Christopher Maltman (bariton), Wroclaw Philharmonic Choir,
Gabrieli Young Singers Scheme,
Trebles of the Choir of New College Oxford, Gabrieli Consort & Players o.l.v. Paul McCreesh

Signum Records SIGCD 340 • 84' • (2 cd's)

Opname: 5-9 januari 2013, Watford Colosseum); 26 februari 2013, Birmingham Town Hall; 15 maart 2013, Church of St Michael & All Angels, Summertown, Oxford

www.challengerecords.com

 

Het kan verkeren. Uitgerekend Paul McCreesh, die zich met zijn Gabrieli Consort & Players onder meer sterk maakte voor een aantal Bachwerken in solistische bezetting, zoals bij voorbeeld een opname van de Matthäus-Passion (DG), toont zich de laatste jaren een nijver pleitbezorger voor omvangrijk bezette koorwerken uit de romantiek. Daaronder de Elijah van Mendelssohn en de gigantische Grande Messse des Morts (Requiem) van Berlioz, maar ook sleutelwerken uit de 20ste eeuw , getuige deze nieuwe registratie van Brittens War Requiem. Dit in een riant uitgegeven, tot in de puntjes verzorgde en vol fotomateriaal (vooral uit de Eerste Wereldoorlog, wat het werk iets gedateerds geeft, en dat is iets wat Britten nu juist niet bedoelde, maar dit terzijde) stekend boekwerk, waarvan de cd's zich aan de voor- en achterzijde bevinden. De toelichtingen zijn tweetalig: Engels en Pools. Dit laatste vanwege het belangrijke Poolse aandeel aan musici dat aan deze productie meewerkt. En als er een land is dat ongekend lang is geteisterd door oorlogen en alle daarmee samenhangende fenomenen was het Polen wel, dat in de 20 ste eeuw niet alleen onder het juk van de Nazi's maar niet minder ook onder dat van het communistische Sovjetregime gebukt is gegaan.

Wat mij meteen bevreemdde, bij alle zorgvuldigheid in de samenstelling van de inhoud van het booklet, is dat men er zich bij de trackindeling met een Jantje van Leiden heeft afgemaakt. Alleen de zes delen waaruit het werk is opgebouwd zijn getracked en niet de episodes daarbinnen - waarvan uiteraard de oorlogsgedichten van Wilfred Owen het zwaartepunt vormen - , en dat is bij een uitgave als deze onvergeeflijk en bovendien: wat een kleine moeite was het geweest! Hulde daarom voor bijvoorbeeld de door mij besproken cd-primeur van de wereldpremière van het War Requiem op 30 mei 1962 - op 1 cd - onder Britten zelf (en met als dirigent van het grote orkest en koor Meredith Davies) op Testament, waar alles juist wel van tracks is voorzien.

Effect
Uiteraard is er geen groter contrast denkbaar dan tussen die legendarische vertolking in de - destijds door de Nazi's in de as gelegde, maar na de oorlog gerestaureerde - kathedraal van Coventry en deze kersverse nieuwe interpretatie onder McCreesh. Laatstgenoemde klaart de klus in zijn eentje, dus zonder tweede dirigent voor het kamerorkest dat de instrumentale omlijsting vormt voor de gedichten van Owen. Ging er tijdens de wereldpremière van alles mis, het maakte in zoverre niet uit dat de spanning van begin tot eind om te snijden was en dat de teneur van het opus met een intimiderende directheid op het aldaar aanwezige publiek werd overgebracht, iets wat ook via die Testament-cd haarscherp overkomt. Dat blijkt nog eens extra uit enkele getuigenverslagen die in het boek bij de McCreesh-uitgave zijn opgenomen. De weerbarstigheid van het War Requiem kwam bovendien in optima forma tot haar recht tijdens die primeur in Coventry en wel op een wijze die tot op heden zonder precedent is. Het andere uiterste treffen we in de superaudio-opname onder Jaap van Zweden en Reinbert de Leeuw aan, waarvan het resultaat zo gelikt is dat de muziek bijna iets routineus, om niet te zeggen onschuldigs krijgt. En dat laatste kan uiteraard niet de bedoeling zijn.

Gelikt is deze nieuwe registratie zeker niet, maar wel ongelooflijk perfect. Alle noten staan op de juiste plaats, maar gelukkig heeft dit allerminst geleid tot een steriele wijze van musiceren, integendeel zelfs. Was tot nu toe in opnametechnisch opzicht de, in mijn beleving overigens nog steeds onverminderd verpletterend overkomende, verklanking onder Richard Hickox (Chandos) favoriet, in het uit Nicholas Hutchinson en Chris Roberts bestaande opnameteam dat McCreesh cum suis heeft bijgestaan, moet men nu echt zijn meerdere erkennen. Om maar eens een voorbeeld te noemen, nooit eerder is het 'Flatterzunge'-effect (fluit) in M ove him into the sun van het Dies Irae mij zo opgevallen als tijdens het beluisteren van deze uitvoering. En het is nu voor de eerste keer dat ik het door Britten bij het explosieve hoogtepunt van het Libera Me beoogde effect van de ultiem luide inzet van het orgel (volle werk) zo imponerend uit de luidsprekers heb horen komen. Verder is het perspectief van de weergave subliem en wel zodanig dat men de plaatsing van de musici als het ware in een oogopslag voor zich ziet, niet alleen in de breedte maar ook in de diepte. Wat me overigens nog het meeste verraste - de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik daar pas achter kwam na het beluisteren van de cd's - was dat het geheel in meerdere lokaliteiten (zie de discografie hierboven) is vereeuwigd en dat ik daar tijdens het luisteren niets van heb gemerkt. Wat er klinkt is een weldadige en natuurlijke ruimtelijkheid waarbij alles een enorme rust en geconcentreerdheid uitstraalt, een ruimtelijkheid die geen seconde in het nadeel van een helder en, indien nodig, een in de goede zin des woords scherp gearticuleerd klankbeeld heeft gewerkt. Dat alleen al is een prestatie van de eerste orde want dat het opnemen in meerdere zalen ook tamelijk problematisch kan uitpakken, bewijst bijvoorbeeld de tweede registratie van Bachs Johannes Passion onder leiding van Frans Brüggen (Glossa)

Boodschap
De solisten zijn van het hoogst denkbare niveau en dat brengt mij er op dat het zo langzamerhand wel een wat te voor de hand liggend cliché is geworden altijd maar weer op te merken dat met de onder Britten tot stand gekomen eerste studio-vastlegging met de door uit Vishnevskaja, Pears en Dieskau (Decca) bestaande cast de maatstaf is gezet waartegen alle andere vastleggingen moeten worden afgewogen. Beter ware het op te merken dat deze uitvoering door tal van omstandigheden een onherhaalbaar uniek evenement was en daarom een hoogst oorspronkelijke momentopname belichaamt. Niet meer en niet minder. En dat geldt voor wat McCreesh en de zijnen hier in 2013 hebben klaargespeeld net zo goed. Want Gritton, Ainsly en Maltman tekenen met hun onvervreemdbaar eigen accenten ook voor een intens emotionele betrokkenheid bij Brittens prachtige noten, daarbij geholpen door stemkwaliteiten die perfect zijn toegesneden op de eisen van deze ook anno 2014 helaas nog steeds voor de volle 100 procent actuele partituur.

De koren excelleren van begin tot eind en wat mij ten zeerste trof was het begin van het In te Paradisum , waar McCreesh de omvang van het jongenskoor gedurende de eerste frasen duidelijk hoorbaar heeft beperkt, wat aan deze altijd weer ontroerende slotepisode van het War Requiem iets buitengewoons fragiels en breekbaars verleent. En dat laatste is precies de boodschap die deze muziek hier moet overbrengen, namelijk die van de wankelst denkbare vrede. Als ik al een puntje van kritiek heb op de aanpak van deze dirigent, is dat op het feit dat hij de buisklokken een octaaf hoger heeft willen laten klinken dan in de meeste andere opnames het geval is, waardoor de werking van de overmatige kwart, immers qua symboliek het belangrijkste interval in dit stuk, toch enigszins van zijn impact wordt beroofd. Maar verder niets dan lof over deze nieuwe, indrukwekkende en sfeervolle uitvoering onder McCreesh, die een volwaardige plaats verdient naast de beide lezingen onder Britten zelf en Hickox - McCreesh die wat mij betreft dan ook zonder meer een erepalm mag wegslepen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links