CD-recensie

 

© Maarten Brandt, december 2013

 

Britten: War Requiem op. 66

Peter Pears (tenor), Heather Harper (sopraan), Dietrich Fischer Dieskau (bariton) - Coventry Festival Choir - Boys of Holy Trinity, Leamington and Holy Trinity, Strattford - John Cooper (orgel) - City of Birmingham Symphony Orchestra o.l.v. Meredith Davies en Melos Ensemble o.l.v. Benjamin Britten.

Testament SBT 1490 (mono) • 81' •

Live-opname: 30 mei 1962, Coventry Cathedral (BBC)

www.testament.co.uk

De hier besproken uitvoering is identiek aan die op Spotify (zie rechts) maar bevat, in tegenstelling tot die op Spotify, helaas niet de (sfeerverhogende!) aankondiging van de presentator van de BBC Home Service. Alleen al de wijze waarop toen op BBC Engels werd gesproken...

   

Het in 1961 begonnen en in januari 1962 voltooide War Requiem, qua bezetting en emotionele impact het meest monumentale werk van de Engelse componist Benjamin Britten (1913-1976), heeft een unieke plaats in de receptiegeschiedenis van de muziek uit de afgelopen twintigste eeuw. Er valt immers geen compositie van een dergelijke omvang uit dit tijdsgewricht te bedenken dat zich in een dermate grote populariteit mag verheugen als deze bijzondere dodenmis. Niet alleen alle toporkesten uit onverschillig welke windstreken hebben er zich gedurende de afgelopen decennia over ontfermd, ook tal van regionale ensembles - daarbij inbegrepen niet in het minst vele non-professionele koren - hebben zich met verve op deze grootse partituur geworpen, al dan niet met wisselend maar over het algemeen genomen toch redelijk, goed tot en met zelfs overdonderend succes. Ook het aantal plaatopnames mag zich - en vooral nu, mede dankzij het Brittenjaar 2013 - in een stijgende lijn verheugen. Met andere woorden, een stuk als het War Requiem stelt een gemiddeld ensemble niet meer voor onoverkomelijke problemen en behoort daarmee voor de volle honderd procent tot de in den brede geaccepteerde canon van de muziek uit de afgelopen eeuw. Net zoals dit al veel langere tijd het geval is met Stravinsky's Le sacre du printemps (1913, over eeuwfeesten gesproken!). Hoezeer men tegenwoordig de technische obstakels meester is geworden, blijkt alleen al uit het feit dat het momenteel verre van ongebruikelijk meer is het uit diverse solisten, koren en maar liefst twee instrumentale ensembles samengestelde geheel niet meer onder leiding van twee dirigenten maar slechts één te laten leiden.

Coventry Cathedral na het bombardement

Gelaagdheid en invloeden
Zoals bekend is het War Requiem immers uit een drietal lagen samengesteld, te weten:

•  Het door orgel begeleide jongenskoor dat de onschuld verbeeldt, dus de dimensie die nog niet is geschonden door de dualiteit van goed en kwaad, vreugde en verdriet alsmede die van leven en dood,

•  het gemengde koor, sopraansolo en groot symfonieorkest die de liturgische visie op grote kwesties als goed, en kwaad, leven en dood alsmede geweld en verlossing etaleren en

•  tenor-, bariton-solo plus kamerorkest die, belichaamd in de oorlogsgedichten van de vlak voor de beëindiging van de Eerste Wereldoorlog gesneuvelde soldaat en dichter Wilfred Owen, over de ellende van het slagveld berichten.

Deze lagen functioneren meestal naast elkaar, totdat zij gedurende de laatste episode van het alles-overtreffende en verpletterende slotdeel, het Libera me, ineenvloeien. Dit met als resultaat een bevrijdende en ontroerende catharsis die, alle gigantische climaxen van het War Requiem ten spijt, door iedereen als het wezenlijke hoogtepunt van het werk wordt beleefd. En wel een verinnerlijkt hoogtepunt dat verre echo's bevat van de coda uit Der Abschied van Mahlers - evenals dit stuk overigens uit zes delen bestaande - Das Lied von der Erde.

De muzikale invloedsferen die bovenstaand concept schragen zijn er nogal wat: Mozart, Verdi, Berlioz, maar dus ook Mahler (en Berg!). Componisten die stuk voor stuk tot Brittens grote idolen behoorden. Niet dat er van letterlijke citaten uit hun muziek sprake is - met uitzondering van een tamelijk verborgen ontlening aan Der Abschied uit Mahlers reeds genoemde liedsymfonie in het koor Recordare, Jesu pie - ; het betreft veeleer de muzikale gebarentaal die op en top in een onvervreemdbaar eigen vocabulaire en idioom is vertaald, zodat het totaal van begin tot eind voor de volle honderd procent het watermerk van de maker draagt.

Warme broodjes
Dat het zo lang heeft moeten duren alvorens de vuurdoop van het War Requiem - op 30 mei 1962 in de tijdens de Tweede Wereldoorlog in de as gelegde en nadien op unieke wijze gerestaureerde (uniek, want men koos voor een samengaan van de nieuwe architectuur met de ruïne van de oude; ziehier, een hoogst verrassende parallel met de gelaagde opbouw van Brittens Opus Magnum!) kathedraal van het Engelse stadje Coventry - op een geluidsdrager werd uitgebracht, valt in belangrijke mate toe te schrijven aan twee factoren. Ten eerste was Britten, blijkens de documentatie, - door de kleine lettertjes zelfs voor mensen met goede ogen haast niet zonder vergrootglas leesbaar: Testament doe hier iets aan! - verre van tevreden over bepaalde aspecten van de uitvoering, waarover aanstonds meer. Ten tweede verscheen in 1963 de fonografische primeur op het eertijds hoogst prestigieuze Decca-label. En wat méér is: in de door de componist oorspronkelijk gewenste 'cast', voorzien van een Engelse, Duitse en Russische protagonist. Immers het lag in de bedoeling dat de Russische sopraan en echtgenote van een van Brittens boezemvrienden, Mstislav Rostropovitsj, Galina Visjnevskaja in Coventry zou zingen. Zij kreeg echter te elfder ure van de toenmalige Sovjetautoriteiten geen uitreisvisum en werd daarom vervangen door de Engelse sopraan Heather Harper. En, alsof dat nog niet genoeg was, werd de in een strakke maar welsprekende zwarte doos gestoken en twee elpees omvattende studio-opname vereeuwigd onder de opnametechnische supervisie van de bij zijn leven al legendarische John Culshaw (onder meer bekend van zijn productie van de Solti Ring en zijn daarmee samenhangende boek 'Ring resounding'). Het succes van die bewuste Decca-registratie liet niet lang op zich wachten; de exemplaren gingen 'en masse' als warme broodjes over de toonbank. Geen plaatuitgave met twintigste eeuws werk zou ooit meer iets dergelijks ten deel vallen. En dan zwijg ik nog maar over de vele heruitgaven op cd, met onlangs zelfs een audio blue ray -editie! Ondanks haar ouderdom is deze opname nog steeds het ijkpunt voor alle verschenen en nog te verschijnen uitgaves. Dit niet alleen vanwege het aandeel van de componist, ook en niet in de laatste plaats vanwege de betrokkenheid van Fischer-Dieskau, Pears en Visjnevskaja.

 
  Benjamin Britten tijdens de voorbereidingen
in Coventry Cathedral

Muzikaal/emotionele onderstroom
Wie met het voorgaande in het achterhoofd naar de nu door Testament voor het eerst wereldwijd in omloop gebrachte vuurdoop van het War Requiem wil gaan luisteren, moet wel even omschakelen. De - technische - perfectie die we van de Decca-vereeuwiging en latere vastleggingen kennen, is hier zeker niet aan de orde. Elke vergelijking is dus bij voorbaat oneerlijk en doet geen recht aan de bijzondere omstandigheden van deze uitvoering, waarbij de inkt van de noten als het ware nog nat was en bovendien nog op een laat tijdstip met de tegenslag moest worden gekampt van de niet-beschikbaarheid van een van de belangrijkste solisten. Waar nog bij komt dat het - door Simon Rattle nadien terecht wereldwijd bekend geworden en alom bejubelde - City of Birmingham Symphony Orchestra niet meer of minder dan een gemiddeld stadorkest uit de provincie was en laat staan een gezelschap dat gepokt en gemazeld was in eigentijds repertoire. Britten klaagde dan ook over de middelmaat van de hem ter beschikking staande krachten, ook al was hij vol bewondering voor dirigent Meredith Davies die het orkest en ook het grote - en lang niet altijd tot tevredenheid van Britten opererende - Festival Choir uit Coventry door de bank genomen en de omstandigheden niet te na gesproken, in goede (en wat mij betreft veelal zelfs uitstekende) banen leidde, getuige soms prachtige en lang aangehouden fermates tijdens sommige slotfrases, zoals bijvoorbeeld gedurende de laatste maat van het werk. De coördinatie tussen beide orkesten verliep ook niet altijd even gesmeerd. Vooral niet bij het altijd weer even gruwelijk en letterlijk (pauken) overdonderend overkomende By slowly lifted up voor bariton uit het Dies Irae waarin een trompet met fanfaremotieven vanuit het orkest moet interacteren met het kamerensemble en deze zijn inzet van de eerste maat mist, waardoor de zaak dus geheel opschuift en alle aansluitingen - de daarop volgende rentree van het Dies irae-koor incluis - op losse schroeven komen te staan. Niettemin vertoont de muzikaal/emotionele onderstroom geen knik en is de verhitte sfeer dermate om te snijden dat de zaak zowel waar dit het aandeel van Fischer-Dieskau als van de overige musici betreft toch staat als een huis.

Peter Pears tijdens de repetities in Covent Cathedral. Op de achtergrond Dietrich Fischer-Dieskau

Bekroning Brittenjaar
Zo zijn er wel meer plekken waar de precisie ten gevolge van onwennigheid met de materie dan wel de emotionaliteit van het moment er aan moet geloven. Maar laten we eerlijk zijn. wat maakt het uit? Want waar het om de innerlijke boodschap van het War Requiem gaat, blijft geen wens onvervuld. Die wordt met een compromisloze directheid op de luisteraar overgebracht, om niet te zeggen - om het in de terminologie van het stuk te formuleren - afgevuurd. Zelfs in deze - soms (bij vlagen in het Libera me, waar de klank diffuser is dan elders) wat gebrekkig klinkende - mono opname. Hoe dan ook, ik geef hier graag om het even welke gelikte en/of geoliede voorbij waaiende en volgens het Peter Stuyvesant recept gerealiseerde 'bright-colour' presentatie van een werk als dit cadeau. Wat moet het een sensatie zijn geweest bij dit ongekend belangrijke historische evenement aanwezig te zijn geweest! Neem slechts de weerbarstige en wilde geladenheid waarmee men toen aan het beginkoor van het Libera me gestalte verleende. Zoveel is zeker, expressionistischer als toen heb ik deze hartverscheurende, alles omverwerpende - en mede door Heather Harper met een ongelooflijk engagement gezongen (ook verder weet zij trouwens zeer te overtuigen) - muziek nooit gehoord. Ook niet in Brittens opgeschoonde eigen opname van twee jaar later voor Decca. Het hierbij aansluitende Strange meeting krijgt in de zonder omwegen van hart tot hart gaande herschepping door Pears en Fischer Dieskau een navenante impact. De ongeveinsde emotie is overal voelbaar en zelfs zo heftig, dat Fischer-Dieskau door zijn confrater Pears na afloop van deze uitvoering van zijn zetel moest worden geholpen, zo totaal ver heen was hij niet alleen door het emotionele appel dat het gebeuren op hem maakte maar ook door alle oorlogsherinneringen die dit bij hem wekte. We mogen Testament dan ook zeer dankbaar zijn voor deze uitgave, de vastlegging van een 'once in a lifetime experience' die - het zij nogmaals onderstreept - met niets vergelijkbaar is en ons op een wijze deelgenoot maakt van het unieke van deze compositie die volstrekt zonder precedent is. Echt een authentieke uitvoering. Authentiek niet in de zin van zo en niet anders maar van oorspronkelijk in de ruimste betekenis van dit begrip. Een mooiere en passendere bekroning van het bijna ten einde zijnde Brittenjaar kan men zich dan ook moeilijk wensen!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links