CD & DVD-recensie

 

© Maarten Brandt, september 2017

 

Crazy girl Crazy

Berio: Sequenza III

Berg: Lulu-Suite

Gershwin: Girl crazy (suite) (arrangement/orkestratie Barbara Hannigan en Bill Elliott)

+ film: Music is music van Mathieu Amalric

Ludwig Orchestra o.l.v. Barbara Hannigan (zang en directie)
Alpha 293 • 53' • (cd) + • 20' • (dvd)
Opname: Augustus 2016, Muziekcentrum van de Omroep, Hilversum

   

Het onvoltooide muziekdrama Lulu van Alban Berg (1935) mag zich in menig operatheater in een toenemende mate van belangstelling verheugen. Er verschijnen steeds weer nieuwe registraties van. Op cd en vooral op dvd/blu ray. Dat het werk ondanks de complexe muziek van zijn schepper zo tot de verbeelding spreekt is verre van verwonderlijk. Immers, alles wat met vrouwelijk schoon, seksualiteit en de daaruit voorkomende problematiek heeft te maken scoort nu eenmaal per definitie hoog (wijlen Ralph Degens in Luister bij een recensie van een van de eerste Lulu -uitvoeringen op elpee: “Lage lusten op hoog niveau”). Toch is dat seksuele slechts één laag van dit bijzondere werk. Daarvan werd ik mij speciaal bewust naar aanleiding van bovenstaande en spraakmakende cd en dvd-productie van Alpha met onder andere de Lulu suite die voor dit jaar in de actie Aangenaam Klassiek is opgenomen. Iets waarvoor de samenstellers een grote pluim verdienen, want – zoveel is al de nodige jaren duidelijk – deze actie staat allang niet meer uitsluitend en alleen in het teken van voor de hand liggende kaskrakers.

Barbara Hannigan is een net zo uniek fenomeen als Lulu zelf: een waar natuurwonder. Dat bewees ze al in de Brusselse Munt-productie van Bergs meesterwerk met de door Friedrich Cerha georkestreerde derde acte die in oktober 2012 voor dvd werd opgetekend en op Bel Air Classics uitgebracht (klik hier voor de recensie van collega Paul Korenhof). Op deze cd bewijst ze het opnieuw. Niet alleen in haar hoedanigheid als zangeres, tevens in die van dirigent. En hoe! Dit door een uiterst prikkelend progamma dat zowel in muzikaal als – wat zeker zo belangrijk is – dramaturgisch opzicht klinkt als een klok.

Nostalgie
Berio, Berg en Gershwin, ziehier drie componisten die men niet snel tijdens een en dezelfde concertavond de revue zal horen passeren. Berio figureert doorgaans - en zeker diens voor zijn eerste echtegenote de legendarische Cathy Berberian in 1965 geschreven Sequenza III voor solostem - binnen het specialistische avant-garde circuit. Gershwin maakt meestal van weinig smaakvol samengestelde Nieuwjaarsconcerten deel uit, waarbij verder de walsen van de Strauss-dynastie als in muziek belichaamde Wiener Schnitzels per strekkende meter aan de man worden gebracht. Met Berg is het nauwelijks beter gesteld. Zijn Vioolconcert mag dan inmiddels, en terecht natuurlijk, tot het ijzeren repertoire behoren, de Lulu suite voor sopraan en orkest – in 1934 gecomponeerd door Berg om belangstelling voor zijn nieuwe muziekdrama te wekken; ten tijde van het ontstaan van de suite was de opera weliswaar qua materiaal gereed, maar nog verre van integraal georkestreerd - is nog steeds een grote zeldzaamheid op de abonnementsprogramma's van het merendeel van de symfonieorkesten, zowel nationaal als internationaal. Dit is des te merkwaardiger wanneer men zich realiseert dat de publiekslieveling Gershwin niet alleen grote liefde voor Bergs muziek opvatte – hij stak vol bewondering voor Wozzeck – maar dat beide componisten elkaar ook kenden, want in 1928 vond een ontmoeting in Wenen plaats. Voorts dateert Gershwins Girl crazy uit dezelfde ‘roaring' jaren dertig als Bergs Lulu . En dat niet alleen, beide stukken ademen dezelfde soort nostalgie en sterker nog: worden tevens gekenmerkt door die unieke en fijnzinnige mix van uitgekiende harmonische en verwijd-tonale schakeringen met Jazzelementen. Opvallend daarbij is dat Bergs omgang met de twaalftoonstechniek dermate ruimhartig is dat, gesteld dat men van eerstgenoemd feit niet op de hoogte is, niet snel op de gedachte komt dat Lulu een typisch dodecafoon werk is. Kortom, als er twee composities zijn die zowel gemeten naar sfeer als muzikale inhoud op slechts een geringe steenworp afstand van elkaar liggen zijn het Lulu en Girl crazy wel.

Spiegel
Het verdient in ieder geval extra aanbeveling de tekst te lezen die Hannigan voor het cd-boekje heeft geschreven en waarin zij niet alleen ingaat op de raakvlakken tussen de stukken onderling, maar tevens tracht de Lulu-figuur te positioneren. Hannigan merkt terecht op dat de composities in kwestie elkaar met zoveel woorden spiegelen en dat het “bloed van Lulu door alle drie hier gepresenteerde werken heenloopt”. Duidelijk is ook dat door het compromisloze karakter van de Lulu-figuur ook de mannen in het drama als het ware een spiegel wordt voorgehouden waardoor zij op ongenaakbare wijze met hun tekortkomingen worden geconfronteerd. Hieruit volgt mijns inziens dat Lulu niet zozeer zelf de criminele persoon is, als wel de mannenwereld die totaal verkeerd op haar reageert door haar waar maar mogelijk zowel fysiek als mentaal uit te buiten, om niet te zeggen: uit te wonen. Bezien vanuit een breder dieptepsychologisch perspectief moet hierin de ongehoorde actualiteit worden gezocht die Lulu tot op de dag van vandaag, of beter: juist tot op de dag van vandaag bezit. De actualiteit van een verharde en bij uitstek mannelijke wereld (waarbij men ‘mannelijk' hier niet louter dient op te vatten als beperkt tot het dienovereenkomstige geslacht) waarin alles wat natuurlijk moet vloeien op onneembare barrières stuit, met als gevolg catastrofe naar catastrofe. Men hoeft anno 2017 slechts een blik op de wereld te werpen om te kunnen erkennen hoeveel waarheid hierin schuilt en het is om het even of het daarbij gaat om de financiële crisis, de schier onoplosbare milieu- en klimaatproblemen of de benarde mentale staat waarin onze materialistische samenleving momenteel verkeert.

Eros
Lulu is ook de verpersoonlijking van Eros in de ruimste zin van dat begrip, waarbij men zich dus voor ogen dient te houden dat dit aanzienlijk meer inhoudt dan seksualiteit alleen. De vrouwelijke Eros, de kracht die door alles heengaat en die, onverschillig welke al dan niet omtrekkende bewegingen worden gemaakt, streeft naar verzoening en versmelting. Naar eenheid dus. Een kracht – door Wedekind treffend ‘Erdgeist' genoemd - die men de ruimte moet geven, maar die als deze haar niet wordt gegund, verwoestend kan werken. Opnieuw zijn de voorbeelden in de huidige wereld legio die de diepe waarheid van deze wetenschap haarscherp aan het licht brengen. Een waarheid waar velen (te velen) maar wat graag hun ogen voor sluiten. Hoezeer men Wedekinds beide toneelstukken – Erdgeist en Die Buchse der Pandora – waarop Bergs zijn Lulu baseerde ook als zedendrama's kan beschouwen, duidelijk is dat de portee ervan aanzienlijk verder gaat. Lulu is, het wordt nogmaals onderstreept, de verpersoonlijking van een natuurkracht die men tegen wil en dank moet respecteren. Iets van haar wezen is ook terug te vinden in het symbool van de eeuwige vernieuwing zoals we die bijvoorbeeld terugvinden in het alchemistische beeld van de ‘Ouroboros' of de slang die zich in de eigen staart bijt (toeval of niet de Tierbändiger zegt tijdens de proloog tot Bergs onvolprezen muziekdrama: “He, Aujust! Bring mir unsre Schlange her !”). Met andere woorden, Lulu kan tevens worden opgevat als een gedemoniseerde en muziektheatrale variant van de eenzame mens in Mahlers Das Lied von der Erde , waarin ook de kracht van de aarde in het perspectief van die vrouwelijke Eros, zij het op een meer verborgen en gesublimeerde wijze, wordt bezongen. Dat is geen toeval, want zoals bekend verafgoodde Berg Mahler tot zijn laatste snik.

Euforie en extase
En Mahler brengt ons dan weer terug naar Gershwins Girl crazy, de cyclus die op een hoogst oorspronkelijke manier door Hannigan voor deze cd-productie en een internationale tournee werd gearrangeerd (op 4 december gaat het op bovenstaande cd vastgelegde fenomenale programma in het Amsterdamse Concertgebouw) en op meesterlijke wijze door Bill Elliott is georkestreerd. Dit niet alleen met subtiele verwijzingen naar Berg en zelfs – in het coloriet van de instrumentatie – Ligeti (Hannigan maakte van diens Mysteries of the Macabre een heuse avant-gardistische tophit die steeds meer school begint te maken*), maar ook naar Mahler. Van laatstgenoemde klinkt namelijk niet voor niets een exquis citaat uit het langzame slotdeel van diens Derde symfonie waarvan het opschrift immers luidt: “Was mir die Liebe erzählt.” Want om die liefde die zo dikwijls door de mannen wordt misbruikt zo niet totaal versmaad, daar draait het ook bij Gershwin nadrukkelijk om. De kracht van de liefde, die iemand gek kan maken en in een delirium kan storten. Daarbij verzuimt Hannigan niet op te merken dat dit iets anders is dan waanzin, want het gaat hier om een hartstocht die zich van iemand meester maakt en die een mens dusdanig kan absorberen dat deze volledig in euforie en extase raakt. Die liefde die iemand niet alleen kan doen verblinden maar ook in de meest intrinsieke zin van het woord thuis kan brengen, indachtig de woorden van Markus Kutter waarop Berio zijn Sequenza III baseerde: “Give me a few words for a woman to sing a truth allowing us to build a house without worrying before night comes.” Thuiskomen, dus, alvorens de nacht aanbreekt. Voor Lulu bleek het te laat.

Film als compositie
Deze tekst vormt in Berio's compositie het vertrekpunt voor een halsbrekende vocale acrobatiek met binnen het raamwerk daarvan ook diverse vrijheden voor de zangeres daar een eigen invulling aan te geven. Iets waar Hannigan dankbaar gebruik van maakt, want de verschillen met de vertolking van Berberian zijn evident. Die acrobatiek is overigens geen doel op zich, maar middel om een enorme gelaagdheid van expressie voor het voetlicht te brengen. Eigenlijk is Sequenza III een mini-psychodrama, waarvan de emotionele inhoud in zowel de Lulu Suite van Berg als de liederen van Gershwin, zij het op een uiteenlopende (maar wel verwante) manier zijn uitvergroot. De volgorde waarin de werken op deze cd aan de orde komen, is de enig juiste en onderstreept nog eens de geldigheid van de wetenschap – zoals oud artistiek directeur van het Residentie Orkest wijlen Piet Veenstra het ooit raak formuleerde - dat indien een programma uit drie composities bestaat die elkaar zowel door de inhoud als de ordening waarin deze zijn geplaatst versterken, het programma als totaal in wezen het vierde stuk is. Hiervan biedt tevens de korte film van Mathieu Amalric, de partner van Hannigan, een perfect sluitende visueel/auditieve afspiegeling. Het verloop daarvan is eigenlijk een fraaie collage van repetitiefragmenten van alle drie de uitgevoerde werken, waardoor zij die het totaal ondergaan onwillekeurig – en al dan niet bewust – raakvlakken daartussen zullen gaan bespeuren. Met andere woorden, de film is dus echt een compositie, lees: een visuele reflectie van de muziek geworden en dit in al haar gelaagdheid.

Voorbeeld
De prestaties van het Ludwig Orchestra zijn van een ongekend hoge kwaliteit. Het onder de artistieke leiding van Peppie Wiersma staande gezelschap is ooit begonnen met een omvang van zes musici, maar heeft zich inmiddels tot een muziekcollectief ontwikkeld van topmusici uit diverse windstreken, waarbinnen de bezetting kan variëren van een ensembleachtige formatie tot een groot symfonieorkest. En alsof dit nog niet genoeg is beschikken de orkestleden ook over ondubbelzinnig hoge vocale talenten, getuige een van de liederen van Gershwins Girl crazy waarin het Ludwig Orchestra zich als een topkoor ontpopt. Duidelijk is dat deze groep wel eens het gedroomde orkest van de 21 ste eeuw zou kunnen worden, getuige de onafgebroken hoorbare enorme graad aan flexibiliteit in het musiceren, waarbij een ultieme kamermuzikale verfijning en een volbloedige symfonische totaalklank naadloos in elkaars verlengde liggen. Al even naadloos in elkaars verlengde liggen, getuige deze cd, op het eerste gezicht ver uiteenlopende soorten repertoire, zodat men kan stellen dat het Ludwig Orchestra een voorbeeld is dat andere orkesten - die het meestal zoeken in cosmetische en volgens de waan van de dag gedicteerde vernieuwingen die als rookgordijn fungeren voor het ontbreken van een werkelijk beklijvende inhoudelijke visie - zich eens serieus zouden moeten aantrekken.

Mateloze vertedering versus een seismografische heftigheid
Wat de Lulu suite betreft ben ik tot op heden nog niet zo'n gaaf doortekende vertolking tegengekomen als deze waarin werkelijk alle details van de partituur hoorbaar zijn. Zelfs mijn tot op heden favoriete uitvoering van het London Symphony Orchestra (DG) onder Abbado verbleekt hier bij en dat wil wat zeggen! Hannigan zet sommige dramatische momenten zeer scherp aan, zij het met een maximaal effect en zonder dat over de schreef wordt gegaan. Dat neemt niet weg dat de passages die het van een materloze vertedering moeten hebben onderbelicht zijn gebleven, integendeel. Zoals bij voorbeeld cijfer 309 in het eerste deel (Rondo und Hymne) waar die verstilde strijkerscantilene aanbreekt. Dat is je reinste magie. Daar staat tegenover dat het ostinato met dat beroemde palindroom zeldzaam compromisloos, ja bijkans seismografisch heftig tot leven komt. In het aan Anton Webern ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag opgedragen Lied der Lulu zingt Hannigan bijna instrumentaal, met als resultaat dat haar stem schitterend is verweven met de subtiele polyfonie van het orkestrale betoog. Opvallend zijn de gemiddeld genomen nergens opvallend snelle of langzame tempi (wat op zich niets zegt, want daarbinnen tovert Hannigan met uiterst geraffineerde en soms zeer extreme rubati), behalve in het slotadagio (waarvan de muziek identiek is met die van het einde van de opera) dat heel breed in de steigers is gezet en ruim tien minuten duurt. In dit kader is het beruchte twaalftoonsakkoord waarmee de dood van Lulu wordt gemarkeerd (gelukkig zonder schreeuw) een verhaal apart. Nooit eerder heb ik de gelaagde opbouw van dit akkoord, een repliek op zowel de slotclimax uit het adagio van Bruckners Negende als het doodsakkoord van Mahlers Tiende symfonie , zo imposant horen realiseren als hier door het Ludwig Orchestra onder Hannigan. Om koude rillingen van te krijgen.

Resumerend, Het moet wel gek lopen als Crazy girl crazy niet in de prijzen gaat vallen. Alleen is één ding doodjammer en dat is dat de door Arte uitgezonden documentaire over het repetitieproces van de Lulu suite - en waarbij wij door Hannigan bij de hand worden genomen middels een schitterende en zeer toegankelijke analyse - geen deel uitmaakt van de dvd. Een gemiste kans! Maar internet biedt gelukkig uitkomst (klik hier).

____________________
*) Zoals onlangs in een uitvoering door het Noord Nederlands Orkest onder leiding van Antony Hermus tijdens het Lowlands-festival met de sopraan Sarah Hershkowitz die op staande ovaties werd onthaald.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links