DVD-recensie

Hannigan maakt Lulu menselijk

 

© Paul Korenhof, oktober 2014

 

Berg (volt. Cerha): Lulu

Barbara Hannigan (Lulu), Natascha Petrinsky (Gräfin Geschwitz), Frances Bourne (Ein Theatergarderobiere, Ein Gymnasiast, Ein Groom), Tom Randle (Der Maler, Ein Neger), Dietrich Henschel (Dr. Schön, Jack the Ripper), Charles Workman (Alwa), Pavlo Hunka (Schigolch), Ivan Ludlow (Ein Tirbändiger, Ein Athlet), Albrecht Kludszuweit/Claude Bardouil (Der Prinz,
Der Kammerdiener), Der Marquis), Runi Brattaberg (Der theaterdirektor, Der Bankier), Anna Maistriau (Eine Fünfzehnjärige), Mireille Capelle (Ihre Mutter), Beata Morawska (Eine Kunstgewerblering), Benoît De Leersnyder (Ein Journalist), Gerard Lavalle (Der Polizeikommissär, Der Medizinalrat, Professor), Charles Dekeyser (Ein Diener), Rosalba Torres Guerrero & Claude Bardouil (dans), Koninklijke Balletschool Antwerpen, Symfonieorkest van de Muntschouwburg
Dirigent: Paul Daniel
Regie: Krzysztof Warlikowski

Bel Air Classics BAC109 (2 dvd's)

Opname: Brussel, 19 en 26 oktober 2012

 

Vamp, femme fatale, slang, mannenverslindster - al voordat ik een noot van Lulu had gehoord, was het werk voor mij in even hard marmer uitgehouwen als Wozzeck. De hoofdpersoon in Berg's onvoltooide laatste opera was kennelijk een onaantastbaar archdetype, maar toen ik de tekst ging lezen, begonnen de twijfels. De Lulu die ik daarin aantrof, leek namelijk absoluut geen vamp, slang of mannenverslindster. Een femme fatale misschien, maar dan toch eerder een femme fatale tegen wil en dank, niet verantwoordelijk voor de fantasieën die mannen op haar loslaten. Maar is een vrouw verantwoordelijk voor de fantasieën van mannen? Of hebben rechtzinnige moslims inderdaad gelijk met hun streven hun vrouwen van boven tot onder te verhullen om de fantasieën van mannen niet op hol te laten slaan?

Hoe het ook zij, in Lulu zag ik kennelijk een andere vrouw dan in de traditionele interpretatie van dat werk. Weliswaar functioneerde zij sociaal en emotioneel niet bepaald evenwichtig, vooral doordat zij uitsluitend in staat leek liefde te nemen in plaats van die in een echte relatie ook te geven, maar dat is dankzij de moderne psychologie makkelijk terug te voeren op onverkwikkelijke jeugdervaringen. De Lulu die ik zag, is kwetsbaar en meer op zichzelf gericht dan op de wereld om haar heen, een vat vol emoties, hunkerend naar geborgenheid, en tegelijk een geboren optimiste die na iedere teleurstelling meteen een nieuwe weg inslaat, op zoek naar het onbereikbare geluk, al was het maar voor één moment. Haar grote fout is wellicht dat zij in een blind 'het doel heiligt de middelen' bereid is ieder ander aan haar streven op te offeren, niet beseffend dat zij daarmee ook degenen opoffert die haar een stapje dichter bij dat geluk hadden kunnen brengen. Voor Lulu is 'een stapje dichterbij' immers te weinig. Het is alles of niets, en liefst nu meteen!

Kwetsbare kanten
Van die menselijke, kwetsbare kanten van Lulu werd ik mij voor het eerst bewust toen EMI een live-opname op de markt bracht met de verrassende titelrol van publiekslieveling Anneliese Rothenberger. Haar Lulu was ook egocentrisch, maar tegelijk liefhebbend, flirterig en bovenal kwetsbaar, een vrouw op zoek naar liefde en tot op zekere hoogte ook in staat liefde te geven, maar niet in staat om echte aandacht voor de ander op te brengen en daardoor een echte relatie op te bouwen.
In de jaren daarna volgde - en misschien moet ik zeggen: helaas - de voltooiing van de partituur door Friedrich Cerha. Juist door die door Berg nooit voltooide derde akte werd ons beeld van Lulu nog meer geabstraheerd en werd onze aandacht zelfs van de kern van het drama - Lulu als mens - afgeleid. Meer dan ooit maakte die voltooiing Lulu tot onaantastbaar archetype, of zoals de dirigent Christoph von Dohnányi mij ooit zei: "De lieve God heeft sommige werken niet voor niets onvoltooid gelaten!"

Natuurlijk zal ik niet beweren dat ik na Anneliese Rothenberger nooit meer een overtuigende Lulu heb gehoord, zeker niet na de voorstellingen van De Nederlandse Operastichting met Teresa Stratas, eerst in de onvoltooide en daarna in de door Cerha voltooide versie. De door en door menselijke Lulu, alleen maar op zoek naar dat voor haar onbereikbare geluksgevoel en er absoluut niet op uit anderen bewust daaraan op te offeren, ben ik echter pas weer tegengekomen in de vertolking van Barbara Hannigan in oktober 2012 in de Munt. Haar Lulu is egocentrisch en frivool, dat zeker, maar ook tragisch, liefhebbend en verlangend naar warmte, een gevoel dat zij meer dan duidelijk weet te maken in de slotscène met Jack the Ripper, de reïncarnatie van Dr. Schön, misschien de enige man van wie zij ooit zoveel heeft gehouden dat hij voor haar als mens ging leven.

Rol van haar leven
Zeggen dat Hannigan met Lulu de rol van haar leven zingt, lijkt een dooddoener, maar dat gevoel bekroop mij tijdens het kijken naar de cd's wederom. Technisch gaat geen zee haar te hoog, dat is algemeen bekend, maar het belangrijkste is dat haar zang niet gebaseerd is op de noten, maar op het totale muzikale plaatje waarbij ritme, kleuring, timing en tekstweergave vaak belangrijker zijn dan het notenbeeld zelf, zeker bij de muziek van Berg. Daarbij heeft zij ook als persoonlijkheid alles mee voor een totale identificatie en de regie van Krzysztof Warlikowski buit dat nog extra uit, onder meer door haar voor de pauze een groot deel van de tijd op pointes (balletschoentjes) te laten lopen, trippelen en dansen - tot zij tijdens de eerste voorstellingen ongeveer van pijn verging.
Menige andere zangeres zou die pointes al lang aan de wilgen hebben gehangen, maar niet perfectioniste Barbara Hannigan, kennelijk levend met het adagium: wat móet, kán! Een zangeres die zich met die instelling in deze complexe rol gooit, komt inderdaad tot een vertolking van een uitzonderlijke intensiteit, te complex en te gelaagd om in het kader van een recensie te analyseren. Met een helemaal op het personage gerichte regie als die van Warlikowski wordt Lulu dan een heel andere opera, ver van de kille tekentafelsystematiek van de dodecafonie.

De eerste twee taferelen spreken al boekdelen. In de scènes met de schilder (mooie rol van Tom Randle) zien we een speelse, meisjesachtige Lulu die zich eigenlijk alleen van een 'normale' moderne vrouw onderscheidt door haar emotionele 'blinde vlekken'. Zij lijkt in deze relatie zelfs tot rust te komen en de begeleiding door Paul Daniel onderstreept daar de lyriek van wat we op het toneel zien gebeuren. Meesterlijk is dan Lulu's onderdrukt-verschrikte reactie op het verschijnen van Schigolch, hier overigens minder oud en minder verlopen dan anders (en dan het libretto ook voorschrijft), meer de manipulator op de achtergrond die hij in deze hele voorstelling zal blijven. Haar negeren van de dood van de Medizinalrat in het eerste tafereel, kan nog vanuit een emotionele shock verklaard worden, maar hier wordt duidelijk dat er met deze jonge vrouw veel meer aan de hand is.

Zeker vanaf dat moment is het spel van Hannigan één lang snoer van subtiele blikken, gebaren, bewegingen en andere fysieke reacties die op onnavolgbare wijze een beeld geven van het complexe, uitermate fascinerende en uiteindelijk zelfs sympathieke personage dat de zangeres in haar rol ontdekt heeft. Bij deze Lulu is geen sprake van een vamp, femme fatale, slang of mannenverslindster, maar van een emotioneel ontspoorde vrouw, eigenlijk nog een kind of in ieder geval een volwassene die - shock? jeugdervaringen? - in haar kindertijd is blijven steken en daardoor niet in staat is adequaat op haar medemensen te reageren. Maar in de ogen van de vaak nog altijd mannelijk georiënteerde buitenwereld wordt zij dan onvermijdelijk de bedreiging die we maar al te goed kennen uit de kunst van het fin-de-siècle en die in andere culturen nog altijd leidt tot onderdrukking, het dragen van burka's en andere reacties die wij met onze 'verlichte' mentaliteit al te graag als uitwassen bestempelen.

Lustobject
Vanuit die optiek kan deze Lulu zelfs worden gezien als een aan de kaak stellen van het mannelijk superioriteitsgevoel. Warlikowski laat Lulu als een witte zwaan door het duistere leven dansen, als symbool van het vaak negatief werkende rolpatroon waarin de vrouw in onze westerse samenleving tegen wil en dank belandt. Zijn constante vraag lijkt inderdaad: is de vrouw van zichzelf lustobject, of maakt de man dat van haar en is zij alleen maar het ongewilde slachtoffer?
Voor het overige presenteert de regisseur het gegeven als een bescheiden actualisering, vooral gericht op het tonen van menselijke clichés en menselijke zwakheden en dat doet hij door de karakter meer diepte te geven dan we vinden in diverse andere recente ensceneringen. Juist door minder op het visuele effect te werken dan bijvoorbeeld Oliver Py in Barcelona (klik hier) bereikt hij meer effect. Te veel regisseurs gaan ervan uit dat de ogen van de toeschouwers voortdurend moeten opensperren van verrassing of verbazing, maar zij vergeten dat effectwerk juist afleidt van het drama zelf. Niet Warlikowski. Heel knap! En heel knap is ook de directie van Paul Daniel die tijdens de repetitieperiode inviel voor Lothar Koenigs. Veel van Berg's muziek is sterk emotioneel geladen, maar het is wel zaak dat te laten uitkomen en Daniel doet dat op een manier die deze partituur duidelijk verbindt met het vioolconcert, veel meer dan met de partituur van Wozzeck, die toch altijd academischer overkomt.

Kwetsbaar
De uitgebreide cast die Hannigan omringt, werkt op alle punten mee aan het opstuwen van de dramatiek, ook als de individuele prestaties niet altijd opmerkelijk zijn, en waarschijnlijk is ook daarin de hand van Warlikowski voelbaar. Uitschieter daarbij is allereerst de bariton Dietrich Henschel als een werkelijk ontroerende Dr. Schön, die we in de loop van het tweede bedrijf psychisch volkomen in scherven zien vallen. Zijn vertolking maakt die rol menselijker en tragischer dan ik hem ooit gehoord en gezien heb, en dat ondersteunt hij vocaal met de intensiteit van een groot liedvertolker. Niet minder geboeid was ik overigens door de opmerkelijk jeugdige Geschwitz van Natascha Petrinsky, een ander 'pleidooi voor de vrouw' in deze voorstelling. Zij maakt de zichzelf wegcijferende gravin niet alleen jonger dan we haar meestal zien, maar geeft haar eveneens een grotere dosis kwetsbaarheid mee, op het broze af, waardoor hier ook van deze rol meer ontroering uitgaat dan meestal het geval is.

Hoewel ik soms denk dat ik de tekst echt goed ken en veel ook goed verstaanbaar is, had ik toch het idee dat bij het kijken naar deze registratie sommige momenten voor het eerst echt goed bij mij 'binnenkwamen'. Dat is natuurlijk op de eerste plaats te danken aan de uitvoering zelf, maar misschien werd ik tegelijk nog iets meer bij het drama betrokken door de ondertiteling (door Bel Air ook in het Nederlands meegeleverd!). Hoe belangrijk de muziek in de opera ook is, de tekst is de kurk waar het drama op drijft. Naarmate ons begrip daarvan groter is, voelen we ons er daarom ook meer bij betrokken, maar wellicht werkt de regie ook hier door. Sinds de Hamburgse opname met Rothenberger zijn de teksten - zowel gezongen als gesproken - namelijk niet meer zo goed bij mij binnengekomen als bij deze uitvoering en ik moest voortdurend denken aan de nadruk die Verdi altijd legde op het 'parola scenica', het feit dat het absoluut noodzakelijk was dat het publiek dramatisch belangrijke woorden ook echt verstond. (Ondertiteling op het scherm werkt op dit punt overigens beter dan de boventiteling in het theater die door de afstand tot het toneelgebeuren onvermijdelijk de aandacht afleidt, terwijl het ook regelmatig gebeurt dat er bijvoorbeeld door de boventiteling net iets te vroeg of te laat om een grap gelachen wordt!)

Persoonlijke noot Hannigan
Ook als uitgave is deze Lulu werkelijk voortreffelijk met twee dvd's in een fraai geïllustreerd doosje en vergezeld van een uitmuntend boekje vol fraaie foto's en uitstekende teksten in drie talen (Engels, Frans, Nederlands). Verhelderend voor de regie is de bijdrage van Christian Longchamp over de vrouw als spookbeeld en absoluut het lezen waard de uitgebreide en zeer persoonlijke toelichting van Barbara Hannigan over haar benadering van en haar relatie met de zowel zangtechnisch als fysiek zware titelrol. Niets dan lof bovendien voor het audiodeel, helder, mooi van balans en vol theatrale warmte opgenomen, en technisch weergegeven met 45kHz/16bit bij 1.5Mbps. Jammer is dat de beeldscherpte daarbij achterblijft, vooral als in het tweede tafereel de kleur rood sterk overheerst. Mijn voorkeur zou daarom zonder meer uitgaan naar een bd-versie, alleen heeft Bel Air die in dit geval niet op de markt gebracht.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links