CD-recensie

 

© Maarten Brandt , februari 2012

 

 

Berg: Vioolconcert (Dem Andenken eines Engels)

Beethoven: Vioolconcert in D, opus 61

Isabelle Faust (viool), Orchestra Mozart o.l.v. Claudio Abbado

Harmonia Mundi HMC 902105 • 69' •

Klik hier voor het interview met Isabelle Faust


In het bonte landschap van violistes neemt Isabelle Faust een geheel eigen plaats in. Voor virtuositeit als doel op zich en onverschillig welk, al dan niet commercieel georiënteerd, vlagvertoon is men bij haar volledig aan het verkeerde adres. Faust is typisch iemand bij wie het ego geheel naar de achtergrond is verdwenen en optimale dienstbaarheid aan de muziek voorop staat. Ook om het even welke geliktheid zal men bij Faust vergeefs zoeken. Bovenstaande cd met twee van de meest imponerende vioolconcerten uit de muziekgeschiedenis bewijzen opnieuw Faust’s op en top integere benadering van het metier.

Opvallend genoeg is dit haar tweede registratie van Beethovens Vioolconcert, temeer daar haar eerste vastlegging van dit werk nog maar amper vier jaar geleden werd vereeuwigd voor hetzelfde label ( klik hier voor de bespreking). Toen al frappeerde me de zilverachtige en ongerepte toonvorming, de wil om juist niet te imponeren maar de muziek zoveel mogelijk voor zichzelf te laten spreken. Daarbij opteerde zij ook bij die gelegenheid voor de soms naar het zigeunerachtige tenderende Schneiderhan-cadens waarin de solist het op een akkoordje gooit met de pauken. Was die cadens de nodige jaren geleden nog een betrekkelijk grote zeldzaamheid, tegenwoordig is het gebruik ervan bepaald geen uitzondering meer. Een belangrijk verschil met de vorige – en op zich genomen nog onverminderd fraaie – uitvoering is de nog substantieel in intensiteit toegenomen vergeestelijking en bezonkenheid. Dit komt niet alleen tot uitdrukking in het breder genomen tempo dan destijds in het openingsdeel maar tevens in de enorme mate van verstilling en concentratie in het larghetto, dat ik zelden zo fraai uit de verf heb horen komen als bij deze gelegenheid. Uit alles blijkt trouwens hoe minutieus de samenwerking tussen Faust en Abbado is, alsof ze elkaars muzikale tweeling-ziel zijn. De uitkomst is dan ook dat Beethovens Vioolconcert, zich niet zozeer als een conventioneel concertant stuk laat ondergaan, maar integendeel als een heuse en fabuleus uitgebalanceerde symfonie voor viool en orkest, waarin solist en ensemble op een volstrekt evenwaardige wijze zijn behandeld.

Hoezeer het Vioolconcert van Berg ook van dat van Beethoven mag verschillen, de hiervoor genoemde karakteristiek gaat onverminderd voor eerstgenoemd werk op, dat men bovendien ook een requiem voor viool en orkest zou kunnen noemen, aangezien het opus moet worden gezien als in memoriam Manon Gropius, de dochter van Alma Mahler en de architect Walter Gropius. Wat meteen opvalt is de ongenaakbare benadering van Faust en Abbado, met vooral de nadruk op de meest duistere en weerbarstige kanten van Bergs zwanenzang. Wel even een verschil met bijvoorbeeld de gelikte en glad geplamuurde vertolking van Perlman en Ozawa (DG). Nee, zelden heb ik de orkestrale details zo reliëfrijk horen realiseren als in deze – dynamisch schier onbegrensde – opname, waardoor eerder de expressionistische en gekwelde kant dan de zoetsappige romantische inslag van het concert wordt geaccentueerd, en terecht! Naast alle hevigheid terzake van de talrijke gemoedsuitbarstingen weet Faust ook in de ingetogen passages buitengewoon te overtuigen. Zoals in de kale en vale tinten gedurende de episode vlak voor de immense tutti-uitbarsting van het tweede deel. Daar krijgt men echt kippenvel van en wordt men er nog eens aan herinnerd dat het hier om echte doodsmuziek gaat, zonder welke opsmuk ook. Om nog even terug te komen op dat symfonische en hoe solist en orkest zich tot elkaar verhouden: befaamd is de passage na de expositie van het Bach-koraal in de houtblazers, waarna de solist, om Boulez te parafraseren, gelijk een toorts die de kaarsen doet ontvlammen, de overige violen in beweging zet als gevolg waarvan het koraalthema wordt ‘voortgepland’ en gevarieerd. Uit die aura van strijkers komt dan onmerkbaar weer de solist tevoorschijn en de wijze waarop dit hier is gelukt grenst aan het onvoorstelbare, want het proces verloopt hier zonder ook maar een knik. Waardoor inderdaad de tegenstelling tussen solist en ensemble niet alleen is opgeheven maar zelfs overstegen! En dus inderdaad het uitzicht op een transcendente wereld wordt ontsloten. Om dit te waar te maken moet er echt sprake zijn van een artistieke tweeling-ziel. Ik aarzel dan ook niet deze uitvoering van harte, naast die van Anne Sophie Mutter (DG) en Gidon Kremer (Philips) met respectievelijk James Levine en Colin Davis als de momenteel best verkrijgbare uit de catalogus in uw aandacht aan te bevelen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links