CD-recensie

 

© Maarten Brandt, februari 2008


 

Badings: Symfonie nr. 2 - Symfonie nr. 7 (Louisville Symphony) - Symfonie nr. 12 (Symphonische Klangfiguren).

Janácek Philharmonic Orchestra o.l.v. David Porcelijn.

CPO 777 272-2 • 53' •

Klik hier voor de bespreking van de Symfonieën nr. 3, 10 en 14.

 


In de jaren vijftig, zestig en in iets mindere mate ook zeventig van de thans voorbije twintigste eeuw maakte de Nederlandse muziek een substantieel deel van de programmering der zowel landelijke als regionale symfonieorkesten uit. Iets waar nadien meer en meer de klad is ingekomen met als resultaat dat diezelfde Nederlandse muziek op de symfonische podia, een enkele uitzondering daargelaten, volstrekt is gemarginaliseerd. Ook de orkestwerken van Henk Badings (1907-1987) hadden hun onvervreemdbaar eigen en vaste plaats in de programmering van de orkesten. Werken als diens voor Theo Olof en Herman Krebbers geschreven Concert voor twee violen (1954), de ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Wiener Philharmoniker in 1941 vervaardigde Symfonische proloog, de monumentale Symfonische variaties (1936) de Tweede en de Derde symfonie (1923, resp. 1934) behoorden bijkans tot het vaste repertoire in die goede oude tijd, evenals bijvoorbeeld menige compositie van Hendrik Andriessen, de Tweede ('Piccola' bijgenaamde) symfonie (1940) van Leon Orthel en de prachtige en tegenwoordig al evenmin meer te horen Symfonische muziek (1957) van Marius Flothuis. En, sterker nog, een destijds vooraanstaand elpeelabel als Philips bracht tal van composities van Pijper en Badings in opnamen door het - toen nog niet Koninklijke - Concertgebouworkest en het Residentie Orkest onder supervisie van Eduard van Beinum en Willem van Otterloo op de internationale markt. In - zeker de tijd van ontstaan in aanmerking genomen - uitstekende studioregistraties wel te verstaan.

Over de omstreden positie van Badings tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn al boekdelen volgeschreven. Hoe men hierover ook kan denken, het feit dat bijna ieder zichzelf respecterend oratoriumkoor er nooit moeite mee had om de Carmina Burana van Carl Orff - die op verzoek van de nazi's zijn hand er niet voor om draaide om bij een ballet een alternatieve 'Sommernachtstraum'-muziek te schrijven omdat die van de jood Mendelssohn uiteraard niet kon worden gespeeld - uit te voeren, bewijst hoe er door scherpslijpers met meerdere maten werd gemeten. Dit terwijl Badings, ongeacht het feit dat hij gedurende de oorlog volop aan het openbare en door de bezetter gereguleerde muziekleven is blijven deelnemen, nooit ook maar enig antisemitisch gedrag heeft vertoond.

 
  Henk Badings

Onomstreden is echter Badings' onloochenbare vakmanschap. En niet te vergeten zijn ongekende veelzijdigheid, want er valt geen genre of instrumentarium te bedenken of Badings heeft zich er grondig mee bezig gehouden. Het gaat niet te ver te beweren dat Badings op Jan van Dijk na het meest omvangrijke Nederlandse componisten oeuvre op zijn naam heeft gebracht En om het even of het de professional of de amateur betrof, beide werden op hun wenken bediend. Daarnaast gold Badings als een van de belangrijkste pioniers op het gebied van de elektronische muziek, die hij deels ook combineerde met de instrumentale akoestisch voortgebrachte toonkunst. In 1956 richtte hij een elektronische studio op bij Philips in Eindhoven, nadien doceerde hij aan het Instituut voor Muziekwetenschap te Utrecht akoestiek en informatica en was hij daarnaast als professor aan de Musikhochschule van Stuttgart verbonden.

Het getij begint ook in ons land voor Badings in gunstige zin te keren. Niet alleen is er in de koorwereld de nodige aandacht voor zijn werk - getuige een prachtig aan zijn koormuziek gewijd optreden van het kamerkoor Ad Parnassum onder Anthony Zielhorst - in oktober jongstleden was er in Rotterdam zelfs een klein door dirigent Arie van Beek georganiseerd Badings-festival waarop een behoorlijk aantal instrumentale en symfonische werken ten gehore zijn gebracht, waaronder de imposante Negende symfonie voor strijkorkest (1960, door Van Beek zelf met zijn Kamerorkest van Auvergne uitgevoerd) en de door het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Ed Spanjaard ("Mijn moeder wist naar jaren precies te vertellen welke bakker en welke boekhandel er fout waren in de oorlog, maar over Badings heeft ze nooit een kwaad woord gesproken") gespeelde Symfonische triptiek uit 1968.

En nu is er het kersverse cd-project van het Duitse kwaliteitslabel cpo dat alle vijftien symfonieŽn van Badings zal gaan omvatten in vertolkingen door het Janacek Philharmonic Orchestra onder supervisie van landgenoot David Porcelijn. Bovenstaande uitgave is de eerste aflevering in deze reeks en meteen een voltreffer. De driedelige Tweede symfonie - in 1933 door het Koninklijk Concertgebouworkest ten doop gehouden -† maakt met zijn weerbarstige en martiale inslag meteen indruk, ook al omdat Porcelijn en de zijnen de greep op de partituur geen seconde laten verslappen. Wat ons hier tegemoet klinkt kan worden gezien als een soort Nederlandse pendant van de expressionistische Hindemith met soms momenten die doen denken aan de vroege symfonieŽn van Karl Amadeus Hartmann. In zijn nog op te nemen Derde symfonie is dit expressionistische klimaat nog nadrukkelijker aanwezig. Zoals de naam al aangeeft is de Zevende symfonie voor het Amerikaanse Louisville Orchestra gecomponeerd, bij welk ensemble het opus in 1954 voor het eerst op de lessenaars prijkte. In het door en door melancholieke Adagio vol Bruckner- en Mahler-echo's horen we Badings op zijn best. Een hoofdstuk apart is de Twaalfde symfonie uit 1964, waarmee het Residentie Orkest zijn zestigjarig bestaan extra luister wilde bijzetten. Uit dit werk blijkt nog eens hoezeer Badings openstond voor de geluiden uit zijn tijd, getuige het regelmatige gebruik van fluctuerende klankvelden, die soms de werken van Lutoslawski uit die jaren ('Jeux Venetiens' bijvoorbeeld), een componist voor wie Badings veel bewondering had, lijken te reflecteren. Anders dan Lutoslawski, bij wie dergelijke klankfenomenen een onlosmakelijk onderdeel van zijn stijl en vocabulaire vormen, bevinden die verrassende sonoriteiten zich in Badings' eendelige en uit meerdere in elkaar overgaande episodes opgetrokken Twaalfde symfonie aan de buitenkant. Inhoudelijk/stilistisch gezien is het geheel namelijk niet ver verwijderd van de beide andere op deze cd staande symfonieŽn. Hoe men ook over dit werk moge denken, de meeslepende uitvoering door Porcelijn en de voortreffelijke musici uit het in TsjechiŽ gelegen Ostrava maken dat men van A tot Z op de punt van zijn stoel zit te luisteren. Ik kijk met hooggespannen verwachtingen uit naar het vervolg in de hoop dat Porcelijn kans ziet, behalve de vijftien symfonieŽn, ook eerder genoemde Symfonische variaties en Symfonische Proloog in deze intrigerende onderneming te betrekken.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links