CD-recensie

 

© Kees de Leeuw, november 2018

 

De Lalande: Grand motets

Lalande: Venite, exultemus Domino, S. 58 - De profundis, S. 23 - Dominus regnavit, S. 65

Chantal Santon-Jeffery (dessus), Reinoud van Mechelen (haute-contre), Francois Joron (taille), Lisandro Abadie (basse-taille), Les Pages & Les Chantres du Centre de Musique Baroque de Versailles, Collegium Marianum o.l.v. Olivier Schneebeli
Glossa GCD 924301 • 79' •
Live-opname: juli 2017, Chapelle Royale, Versailles

   

Michel-Richard de Lalande (1657-1726), soms gespeld als Delalande, is zeker geen onbekende componist. Het is wel opvallend dat er dit jaar verscheidene cd's aan de toch betrekkelijk bescheiden discografie zijn toegevoegd. Collega Aart van de Wal besprak onlangs een cd met Troisième Leçons de Ténèbre en in zijn bespreking komt u ook meer te weten over het leven van de Lalande.

Hoewel zijn vijf uur durende Symphonies pour les soupers du Roy, een verzameling orkestsuites, bewijzen dat de Lalande geen zangers nodig had om prachtige composities te maken, bestaat het grootste deel van zijn oeuvre uit vocale muziek. Dat blijkt bijvoorbeeld uit Lionel Sawkins in 2005 gepubliceerde, zeer uitgebreide thematische catalogus die 175 composities telt, waarvan er 130 tot de categorie geestelijke muziek kunnen worden gerekend.

Waar de eerder genoemde Troisième Leçons de Ténèbre behoren tot de zogenaamde 'petits motets', zijn er op deze cd drie 'grand motets' te beluisteren. De Lalande componeerde er zevenenzeventig, waarvan er helaas een aantal verloren zijn gegaan. Het zijn relatief groots opgezette werken in het Latijn, met voor een aanzienlijk deel psalmtoonzettingen. Geen wonder: de componist werkte een groot deel van zijn leven aan het hof van Versailles en was de favoriet van Lodewijk XIV. De Zonnekoning toonde graag zijn vroomheid in het openbaar. Hij deed dit bij voorkeur in fraaie bouwwerken zoals de kapel in Fontainebleau en de Chapelle Royale in Versailles en natuurlijk pasten daar de composities van de Lalande bij.

Van een aantal van zijn composities bestaan meerdere versies, hoewel de koning hem had verboden om eenmaal uitgevoerd werk alsnog te wijzigen. Het De Profundis is een compositie uit de tijd toen Lalande nog sterk beïnvloed werd door zijn voorgangers van de Chapelle Royale, Henry Dumont en Pierre Robert. Ook de echo van de motetten van Lully klinkt door in dit werk. In elk van de acht delen is er een rol voor het koor weggelegd, waaronder zelfs een kinderkoor. De koorleden wisselen steeds af met de verschillende solisten, waarvan een uit het kinderkoor. Mogelijk werd deze versie uit 1689 uitgevoerd bij de uitvaart van Lodewijk XIV in 1715. Hoewel De Profundis met de mens die uit de diepten roept tot God en in het een na laatste deel gesmeekt wordt om de eeuwige rust en vrede voor de overledene klinkt het nergens somber. De melodie had zelfs niet misstaan bij een Te Deum. Een mooi werk met bijna teveel afwisseling, waardoor het soms wat onrustig overkomt.

De beide andere werken tonen een gerijpte componist die begreep dat je met minder middelen soms meer kon bereiken. Maar voor saaiheid is bij LaLande geen plaats. Vaak verrast hij met een opvallend instrumentaal gedeelte, waarop de vocalisten naadloos aansluiten. Een goed voorbeeld daarvan is te vinden in Quoniam non repellet in Venite, exultemus Domino. Of (de bijna engelachtige zingende Chantal Santon-Jeffery) in het Adorate eum, waar de tekst begint met engelen die God aanbidden in Dominus regnavit. Het is te begrijpen dat de Lalande de favoriet was van de zonnekoning want Lalande is de representant van de Franse vocale barokmuziek ten top.

De concerten en de (live) cd-opnamen hiervan werden ondersteund door het Centre de musique baroque in Versailles dat op allerlei manieren (onderzoek, opleiding, concerten, instrumenten) de Franse barokmuziek onder de aandacht wil brengen. In het orkest spelen overigens heel wat Tsjechen mee en het Tsjechische ministerie van cultuur is ook een van de instituten die deze cd-uitgave mogelijk heeft gemaakt.
De strijkers spelen op kopieën van strijkinstrumenten van Les Vingt-quatre Violons du Roi die het Centre de musique baroque liet maken. Dit in 1626 opgerichte ensemble kwam vooral onder Lully tot bloei en werd versterkt met houtblazers en een uitgebreid continuo. Op deze cd is dit groot aangelegde ensemble als voorbeeld genomen, hoewel het Collegium Marianum wel kleiner is, want het telt totaal niet meer dan 20 musici (waaronder twaalf strijkers). Met de solisten en de koren leidt het echter wel degelijk tot uitvoeringen die authentiek aandoen. Een onopvallende opname in de goede zins des woords, want het luisterend publiek laat zich weinig horen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links