CD-recensie

 

© Harry-Imre Dijkstra, januari 2022

Pancho Vladigerov - Orchestral Works (2)

(P.) Vladigerov: Bulgaarse rhapsodie 'Vardar' op. 16 Zeven symfonische Bulgaarse dansen op. 23 Ratshenitsa op. 18 nr. 2 Bulgaarse Suite op. 21 Vier Roemeense symfonische dansen op. 38 Twee Roemeense symfonische schetsen op. 39 Balkandans op. 6 Vier walsen voor orkest Danze primordiale op. 53 Foxtrot

Dinicu/Vladigerov: Hora Staccato

Bulgarian National Radio Symphony Orchestra o.l.v. Alexander Vladigerov
Capriccio C 8053 • 1.59' • (2 cd's)
Opname: 1970/1975, Balkanton Studio, Sofia (Bulgarije)

 

De opnamedata hoeven zeker niet af te schrikken: In ruimtelijk en naturel stereo valt er veel genoeglijks te beleven op twee volgeladen schijfjes die deel 2 uitmaken (het eerste deel werd hier door collega Siebe Riedstra besproken), zonder ruis of andere technische afleiding. Wat we krijgen is een overdaad aan instrumentale rijkdom door een componist die kwistig het grote gebaar gebruikte in zijn partituren.

Pancho Vladigerov, nog altijd beschouwd als de belangrijkste Bulgaarse componist ooit, was de eerste toondichter die de folklore van zijn vaderland wist te vatten in een grootse en redelijk moderne romantische stijl. Dat hij niet, zoals zijn (bijna-) generatiegenoten Bartók, Enescu en Szymanowski overging tot een veel modernere stijl had deels te maken met zijn enorme toewijding aan het nationale muzikale erfgoed, dat hij in talloze originele werken en bewerkingen zo mooi mogelijk wilde voorstellen. Maar zeker heeft het naoorlogse politieke klimaat in Bulgarije ook een krachtige rol daarin gespeeld; door de communistische componistenunie werd zijn oeuvre al vroeg bekritiseerd vanwege het daarin aanwezige 'Duitse impressionisme, erotiek en vreemde toon'. Hoewel zijn muziek in al haar uitbundigheid dan als nationalistisch of zelfs politiek beschouwd zou moeten worden, weten we van directe getuigen dat Vladigerov zo ver weg mogelijk probeerde te blijven van het heersende systeem en dat hij zich als 'patriot' juist een bewonderaar en ondersteuner voelde van het Bulgaarse volk, op een geestelijke manier.

Het openingswerk van dit album, de Bulgaarse suite 'Vardar' op. 16, is gelijk het bekendste en wellicht meest belangwekkende stuk dat Vladigerov componeerde. Het heeft een beladen geschiedenis. De Vardar is een rivier in Macedonië, grotendeels grondgebied dat Bulgarije kwijtraakte na de Balkanoorlogen en het Verdrag van Versailles. Een van de hoofdmelodieën uit het werk, waarvan Vladigerov eerst dacht dat het een originele volksmelodie was, bleek later een gecomponeerd lied van zijn eerste compositieleraar Dobri Hristov! Bij een uitvoering in Athene in 1933 het is oorspronkelijk voor viool en piano geschreven werd het stuk alleen Vardar genoemd, om de Grieken niet tegen de haren in te strijken. Iets later stond het stuk, ondertussen georkestreerd, juist geafficheerd als Bulgaarse suite, om de eenheid tussen de door nieuwe landsgrenzen verdeelde Bulgaren te benadrukken. Direct na de oorlog moest het weer als Vardar rondgaan, zodat Bulgarije haar politieke band met het grote Joegoslavië ermee kon benoemen. Maar bij de eerste Russische uitgave op papier en op plaat kreeg het opnieuw de naam Bulgaarse Suite. Gedoe, waarover we nu onze schouders kunnen ophalen, ware het niet dat het zó'n indrukwekkend symfonisch werk is dat een beetje context en begrip voor het gevoel dat deze muziek destijds bij de Bulgaren moet hebben opgewekt noodzakelijk is. Het is een uitermate afwisselend, rapsodisch stuk met de grootste kleurenrijkdom, warin het Bulgaarse nationale omroeporkest werkelijk kan losgaan. Het is goed hoorbaar, hoe energiek en met speelplezier er gemusiceerd wordt. Het is ook prettig ongepolijst, contrastrijk en met zelfs een zweem van nostalgie, want flink uithalende soli van de blazers, een triangel die met een lepel bespeeld lijkt te worden, strijkersgroepen die grof inzetten, we vinden het nauwelijks meer bij de hedendaagse orkesten. Treffend in dit opzicht is een recente opname op Naxos van hetzelfde werk met het orkest uit Ruse (Bulgarije), waar de brave klanken en afgeslepen inzetten een zeer matte indruk achterlaten en het stuk de ziel welhaast ontnemen. Panache, dat is precies wat de uitvoering van dit radio-orkest ons om de oren slingert, heerlijk!

Dat het orkest ook uitstekend uit de voeten kan met volstrekt níet aan volksmuziek geliëerde composities van Vladigerov wordt bewezen met rijk uitgemeten uitvoeringen van bijvoorbeeld de Vier walsen voor orkest. Vladigerov blijkt daarin niet alleen een geniaal orkestrator te zijn, maar hij kan ook een volstrekt eigen stempel drukken op de dansvorm. Binnen een paar minuten is elke wals binnenstebuiten gekeerd en is er in sneltreinvaart zoveel gebeurd dat het duizelt. Ook in de Foxtrott, een georkestreerd vroeg pianowerk, beleven we zowel de virtuositeit van de componist let op de flinke batterij saxofoons! - als het soepele swinggevoel in de uitvoering van het orkest.

Van dik hout is Vladigerovs muziek af en toe zeker, aan de zoete kant in romantische schilderingen soms ook. Maar het is ongegeneerd goed geschreven, met volle vaart en kracht. Vladigerov kreeg niet voor niets van violist David Oistrakh, die juist het Tweede Vioolconcert had gehoord, het commentaar dat hij nog altijd schreef als een jonge vent. Die energie is in al zijn werk voelbaar.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links