CD-recensie

 

© Gerard Scheltens, februari 2009


 

Reznicek: Symfonie nr. 1 (Tragische) - Vier Buß- und Betgesänge.

Marina Prudenskaja (mezzosopraan), Brandenburgisches Staatsorchester Frankfurt o.l.v. Frank Beermann.

CPO 777 223-2 • 69' •

 

 


Hoe loffelijk van CPO om ons stelselmatig zoveel onbekend repertoire voor te schotelen van componisten die op de een of andere manier tussen de wal en het schip zijn geraakt. Zo'n componist is Emil Nikolaus von Reznicek (1860-1945), een zonderlinge, Oostenrijkse aristocraat, tijdgenoot van Mahler en Strauss, maar bepaald achtergebleven in de appreciatie van zowel het grote publiek als de kleine kring. En dat terwijl zijn oeuvre een uitgestrekt landschap beschrijft: hij schiep tien opera's (waaronder Donna Diana) en een hele rij orkestwerken, waaronder vele symfonische gedichten en vijf symfonieën. Daarvan brengt CPO nu de nummer 1 uit, een werk uit 1902.

Toen Maarten 't Hart eerder twee symfonieën besprak (klik hier), vroeg hij zich af of een mogelijke Reznicek-revival eigenlijk wel gebaat zou zijn bij de loodzware aanpak van Frank Beermann, die geen begrip had voor de ironische kant van symfonie 2 (nota bene de 'Ironische') en de "koddige ritmes" in de Vijfde, die zijn titel Danssymfonie toch ook niet voor niets had gekregen. Kom je dan een symfonie tegen met de bijnaam 'Tragische', dan ligt de verwachting voor de hand dat zo'n humorloze opvatting daarbij beter zou moeten passen. Nee dus. Ook al heeft Beermann het symfonieorkest van Bern hier ingewisseld voor dat van Frankfurt aan de Oder, veel overtuigingskracht ligt er nog steeds niet in deze uitvoeringen. 55 minuten luisteren wordt dan wel lang.

Toch wel jammer, want Emil Nikolaus Freiherr von Reznicek is een interessante figuur. Dit in weerwil van zijn ongunstige gedragingen in nazi-tijd, toen hij zich door Hitler liet benoemen in mooie erebanen, zoals die van 'Reichskultursenator'. Zijn sardonisch gevoel voor humor en zijn neiging tegen autoriteiten aan te schoppen had hij toen blijkbaar helemaal verloren. Als componist heeft hij heel wat meer gedaan dan die briljante ouverture tot de opera Donna Diana die hem onsterfelijk heeft gemaakt, maar die hem ook de reputatie heeft bezorgd van een one-hit-wonder, een lot dat hij deelt met een vlijtige toondichter als Max Bruch  (zo'n 200 opusnummers en één blijvend succes) . Zijn zelfspot was groot: hij vergeleek zichzelf met Raskolnikov. Tegenover zijn tijdgenoot Richard Strauss, met wie hij stilistisch verwant is, stelde hij zich op als de anti-held: tegenover diens Ein Heldenleben stelde hij in 1912 het zeer boeiende Schlemihl (Symphonisches Lebensbild). Een jaar later volgde nog een symfonisch gedicht Der Sieger, waarvan de titel en de ondertitel Symphonisches-satyrisches Zeitbild für großes Orchester al even veelzeggend zijn. Datzelfde kan - gezien het jaartal van ontstaan 1914 - nog meer worden gezegd van het derde deel van deze triptiek: Der Frieden - Ein Vision.

Rezniceks muziek zit vol originele invallen, maar van deze Eerste symfonie (meer traag dan tragisch) kan dat m.i. minder worden gezegd. We horen een grootschalige vierdelige symfonie met een onheilspellend, apocalyptisch programma, in de laatromantische Duits-Oostenrijkse stijl van rond de eeuwwisseling. De thematiek wordt nogal nadrukkelijk gepresenteerd en vele malen herhaald. De componist - die op dat moment 42 jaar oud was en zijn beroemde Donna Diana al geschreven had - probeert spanning op te bouwen door een aaneenschakeling van sequenzen, zonder een interessante ontwikkeling. Je kunt je afvragen of een andere dirigent er meer uit had kunnen halen, maar aan de andere kant mogen we ook wel dankbaar zijn dat iemand zich het lot van Reznicek aantrekt.

Een aangename verrassing zijn de Vier Buß- und Betgesänge uit 1913, voor lage zangstem met piano of orkest. De teksten, gebaseerd op de bijbel, maken deze contemplatieve liederen tot mooie tegenhangers van Brahms' Vier ernste Gesange. De Russische alt Marina Prudenskaja heeft hiervoor het perfecte, enigszins omfloerste stemgeluid en de orkestratie is subtiel en doorzichtig. En verder maakt CPO zijn reputatie van kwaliteitslabel weer helemaal waar, want ook de toelichting door Eckhardt van den Hoogen is weer informatief, interessant en diepgaand, zoals we dat van hem gewend zijn.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links