CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, oktober 2015

 

Forbidden Music in World War II
(Nederlandse componisten)

Inhoud:
Belinfante: Sonatine nr. 3 voor piano (1)
Bosmans: Concertstuk voor fluit en orkest (2)
Bosmans: Poème voor cello en piano (3)
Bosmans: Concertino voor piano en orkest (4)
Bosmans: Nuit calme voor cello en piano (5)
Bosmans: Sonate voor cello en piano (5)
Delden: Concerto per due orchestre d'archi, op. 71 (6)
Delden: Piccolo concerto, op. 67 (6)
Delden: Musica sinfonica, op. 93 (7)
Delden: Sinfonia nr. 3, op. 45 (8)
Delden: Sonate per violino e pianoforte, op. 82 (9)
Dresden: Dansflitsen voor orkest (10)
Flothuis: Pour le tombeau d'Orphée op. 37 (11)
Flothuis: Sonata da camera voor fluit en harp (12)
Flothuis: Aubade voor harp (13)
Flothuis: Sonata da camera voor fluit en piano, op. 17 (14)
Flothuis: Concert voor fluit en orkest, op. 19 (15)
Gilse: Concertouverture in c (16)
Gilse: Nonet (17)
Gilse: Strijkkwartet (17)
Gilse: Trio (17)
Gokkes: Psalmen 92, 93 en 118 (18)
Hanf: Kleine suite (19)
Hillesum: Preludes 1 en 2 voor piano (20)
Kattenburg: Allegro Moderato voor altviool en piano (21)
Kattenburg: Pièce voor fluit en piano (22)
Kattenburg: Escapades voor twee violen (23)
Kattenburg: Palestinian Songs voor stem en piano (24)
Kattenburg: Composities voor piano vierhanden (25)
Kattenburg: Roemeense melodie voor viool, cello en piano (26)
Kattenburg: Sonate voor fluit en piano (22)
Kattenburg: Tempo di Blues voor piano (1)
Kattenburg: Alla marcia voor viool en piano (27)
Kattenburg: Kwartet (28)
Kok: Sept mélodies retrouvées (24)
Lilien: Modern Times Sonata voor viool en piano (29)
Lilien: Divertimento (12)
Lilien: Veronica (30)
Lilien: Mietskaserne (30)
Lilien: Herbst (30)
Lilien: Quatre chansons des mendiants (30)
Lilien: Les indolents (30)
Rettich: Heft 1, Hebraïsche Balladen (31)
Richter: Twee stukken voor viool en piano (32)
Richter: Het Lyk voor bariton en piano (33)
Richter: Trio voor fluit, altviool en gitaar (34)
Richter: Strijkkwartet (35)
Richter: Serenade voor fluit, viool en altviool (36)
Richter: Sonatine voor pianosolo (37)
Smit: Concertino voor cello en orkest (38)
Smit: Schemselnihar (39)
Smit: Concerto voor altviool en strijkers (40)
Smit: Trio voor klarinet, altviool en piano (41)
Smit: Sonate voor fluit en piano (14)
Smit Sibinga: Trois images voor fluit en harp (12)
Spanjaard: Drei Lieder (42)
Tal: La chanson fatale (43)
Tal: Couplet de la rue de bagnolet (43)
Tal: Le dernier poème (43)
Tal: Fille de Mars-Garçon d'avril (43)
Tal: Paris est tout petit (43)
Wertheim: Sonatine voor cello en piano (5)
Wertheim: Sonate voor viool en piano (27)
Wertheim: Strijkkwartet (44)
Wertheim: Trois morceaux voor fluit en piano (22)
Wertheim: Drie Preludes voor 'Lancelot' (45)
Wertheim: Trois chansons voor sopraan, fluit en piano (46)
Wertheim: Zwei Lieder (24)
Wertheim: Four Songs (24)

Musici:
(1) Marcel Worms, piano
(2) Jacques Zoon (fluit) met Radiokamerorkest o.l.v. Jac van Steen
(3) Dimitri Ferschtman (cello) met Radio Kamerorkest o.l.v. Ed Spanjaard
(4) Ronald Brautigam (piano) met Radio Kamerorkest o.l.v. Ed Spanjaard
(5) Doris Hochscheid (cello) en Frans van Ruth (piano)
(6) Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Eugen Jochum
(7) Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink
(8) Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. George Szell
(9) Isabelle van Keulen (viool) en Ronald Brautigam (piano)
(10) Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Rafael Kubelík
(11) Erika Waardenburg (harp)
(12) Eleonore Pameijer (fluit) en Erika Waardenburg (harp)
(13) Eleonore Pameijer (fluit)
(14) Eleonore Pameijer (fluit) en Frans van Ruth (piano)
(15) Raymond Delnoye (fluit) met Het Brabants Orkest o.l.v. Marc Soustrot
(16) Radio Kamerorkest o.l.v. Jac van Steen
(17) Viotta Ensemble en Ebony Kwartet
(18) Nederlands Kamerkoor o.l.v. Klaas Stok
(19) Jacobien Rozemond (viool) en Marja Bon (piano)
(20) Marianne Boer (piano)
(21) Asdis Valdimarsdóttir (altviool) en Marcel Worms (piano)
(22) Eleonore Pameijer (fluit) en Marcel Worms (piano)
(23) Ursula Schoch (viool) en Emi Ohi Resnick (viool)
(24) Irene Maessen (sopraan) en Marcel Worms (piano)
(25) Marcel Worms en Lodewijk Crommelin (piano), Marieke van der Ven (tapdance)
(26) Ursula Schoch (viool), Stephan Heber (cello), Marcel Worms (piano)
(27) Ursula Schoch (viool), Marcel Worms (piano)
(28) Eleonore Pameijer (fluit), Ursula Schoch (viool), Stephan Heber (cello) en Marcel Worms (piano)
(29) Marijke van Kooten (viool), Frans van Ruth (piano)
(30) Anja van Wijk (mezzosopraan), Frans van Ruth (piano)
(31) Michal Shamir (sopraan), Vag Papian (viool)
(32) Marijke van Kooten (viool) en Frans van Ruth (piano)
(33) Henk Neven (bariton) en Frans van Ruth (piano)
(34) Eleonore van Pameijer (fluit), Edith van Moergastel (altviool) en Marcel Worms (piano)
(35) Marijke van Kooten (viool), Jacobien Rozemond (viool), Edith van Moergastel (altviool), Doris Hochscheid (cello)
(36) Eleonore Pameijer (fluit), Jacobien Rozemond (viool), Edith van Moergastel (altviool)
(37) Frans van Ruth (piano)
(38) Pieter Wispelwey (cello) en Radio Kamerorkest o.l.v. Ed Spanjaard
(39) Nederlands Philharmonisch orkest o.l.v. Ed Spanjaard
(40) Daniel Raiskin (altviool) met Nederlands Kamerorkest o.l.v. Philippe Entremont
(41) Ivar Berix (klarinet), Edith van Moergastel (altviool) en Frans van Ruth (piano)
(42) Wilke te Brummelstroete (mezzosopraan), Frans van Ruth (piano)
(43) Marjo Tal (stem en piano)
(44) Utrecht String Quartet
(45) Eleonore Pameijer (fluit), Ursula Schoch (viool), Asdis Valdimarsdóttir (altviool), Michael Stirling (cello)
(46) Irene Maessen (sopraan), Eleonore Pameijer (fluit) , Marja Bon (piano)

Et'cetera KTC 1530 (10 cd's)

Opname: 1954- 2011

 

De inhoud van deze cd-doos is gedeeltelijk bekend: veel ervan verscheen tussen 1990 en 2010 op kleine en middelgrote labels die zich toeleggen op soms niet zulke bekende Nederlandse muziek zoals NM Classics, Tatlin, Future Records en BV Haast. Diverse van deze opnamen waren de laatste jaren niet meer of zeer lastig te krijgen, wat jammer is, want het repertoire is interessant genoeg om gewoon beschikbaar te zijn. Het beeld dat door die 'oude uitgaven' was ontstaan, wordt met 'de nieuwe uitgaven' zowel bevestigd als aangevuld.

Om met de bevestiging te beginnen. Alle componisten in deze box waren Nederlanders, begonnen hun carrière voor de oorlog en werden tijdens de oorlog vervolgd of erger. Die vervolging was ingegeven door hun joodse identiteit en/of hun politieke houding voor of tijdens de oorlog, niet door hun stijl van componeren. Moderniteiten als de twaalftoonstechniek en niet-klassieke muziek als jazz, tango waren voor de Duitsers weliswaar taboe, maar daarbij vergeet men vaak dat ook al voor de oorlog in de regel Nederlandse componisten van 'serieuze' muziek uit zichzelf zich nauwelijks aan deze stijlen waagden. De uitzonderingen op deze regel moet men vooral zoeken bij die componisten die zich lieten inspireren door de Franse muziek, eerder die uit het interbellum dan uit het fin de siècle. Franse muziek was bij de Duitsers niet volledig taboe, al werd de eigen Duitse muziek door de moffen flink in het zonnetje gezet. Bij de vervolgde componisten in deze box zitten relatief veel componisten die meer Frans dan Duits georiënteerd waren, al is die invloed in het ene werk veel duidelijker dan het andere. Een voorbeeld is muziek van de jood Leo Smit die, vlak voordat hij door de Duitsers werd getransporteerd en vergast, zijn meest Franse compositie schreef: zijn Sonate voor fluit en piano, tevens de beste compositie in deze doos. Voor de oorlog was zijn muziek zeker niet volledig stereotiep Frans, getuige zijn orkestwerk Schemselnihar. Voor Smit en ook enkele andere componisten in de box (bijvoorbeeld Wertheim, Kattenburg en Lilien) geldt dat zij Frans aandoende details verwerkten in een Nederlandse context, zoals na de oorlog ook Rudolf Escher en Ton de Leeuw dat zou doen. De 'hollandse' hang naar aardse zwaarte, naar donkere kleuren, voorspelbare cadensen en een oratorium-achtige melodiestijl is kenmerkend voor veel composities in deze box. De grootste aanvulling op 'de oude uitgaven' zijn recente uitvoeringen van componisten die werden vervolgd en zich niet of nauwelijks door Franse muziek lieten inspireren, onder wie Mischa Hillesum, Sim Gokkes, Daniël Belinfante en Bob Hanf. Niet nieuw in deze box maar wel nieuw om te constateren is het feit dat sommige componisten politiek gezien uitgesproken anti-Duits waren maar in hun muziek Duits georiënteerd bleven (Jan van Gilse en Wilhelm Rettich). Die constatering is helaas niet te vinden in het tekstboekje bij de cd-doos en evenmin in het gelijktijdig verschenen boek Vervolgde componisten (klik hier voor de recensie) ). Beide papieren publicaties geven enige informatie over de biografie van de componisten, maar helaas zeer weinig over de composities. Dat is jammer, omdat een overzicht als dit waarschijnlijk voorlopig niet meer zal verschijnen. Het klinkende materiaal daarentegen geeft een uitstekend overzicht van wat deze componisten gemaakt hebben.

Soms wordt gezegd dat de carrière van deze componisten door de Duitsers in de kiem is gesmoord en dat deze componisten niet de kans kregen zich te ontwikkelen. Natuurlijk is het waar en gruwelijk te lezen dat de vervolgde componisten die de oorlog niet overleefden, vaak niet ouder waren dan veertig. Echter, zij die de oorlog wel overleefden, schreven in de eerste twintig jaar na de bevrijding meestal in dezelfde stijl waarin zij reeds schreven tijdens en soms al voor de oorlog, bijvoorbeeld Marius Flothuis, Lex van Delden, Rosy Wertheim en Ignace Lilien. Uitzonderingen op deze regel zijn Henriëtte Bosmans (die zich na 1945 uitvoerig toelegde op het lied) en Sem Dresden (die ook al voor de oorlog moeilijk te vangen was).

Er wordt wel beweerd dat de muziek van deze vervolgde componisten na de oorlog weinig aandacht kreeg omdat de naoorlogse nieuwlichters geen belangstelling hadden voor deze muziek. Die voorstelling van zaken is regelrechte geschiedvervalsing. De nieuwlichters verschenen pas op het toneel eind jaren vijftig en 'grepen pas de macht', zoals hun vijanden het soms graag zien, begin jaren zeventig. In de eerste kwart eeuw na de bevrijding lag de macht in het muziekleven bij de traditioneel ingestelde componisten en hun conservatieve vrienden die, als ze al componeerden voor 1945, dat in dezelfde stijl deden als voor 1945. En als zij al belangstelling hadden voor muziek van vervolgde componisten, dan voor die muziek die zij als muziek meer de moeite waard vonden, zoals die van de expressionisten Schönberg, Berg, Webern en figuren in hun creatieve omgeving zoals Hartmann en Bartók. Al wist iedereen dat deze componisten door de nazi's werden vervolgd, de kwaliteit van de muziek telde voor deze machthebbers zwaarder dan iemands biografie.

Na 1970 veranderde het klimaat enigszins. Er kwam weliswaar meer aandacht voor muziek uit de periode 1933-1945, maar de belangstelling in de media ging eerder uit naar (vermeende) foute componisten zoals Badings en Orff dan naar slachtoffers. Muziek van Orff klonk zeker zo vaak als die Bartók en veel vaker dan die van Wellesz en Gal die na de Anschluss vluchtte van Oostenrijk naar Engeland. De biografie van een 'goede componist' ging pas een doorslaggevende rol vanaf circa 1980. Daarnaast was de gematigd moderne stijl van deze componisten een pré in een periode waarin het modernisme meer en meer onder vuur kwam te liggen en waarin gematigd moderne componisten uit de jaren tachtig aansluiting zochten bij historische voorbeelden.

Nog steeds worden componisten en composities ontdekt in de categorie Forbidden Music, getuige de nieuwe opnamen in deze cd-box. Beluistering van deze werken leidt tot ambivalente gevoelens. Enerzijds voelt men nog sterker de noodzaak van menselijkheid en begrijpt men nog slechter fenomenen als oorlogsenthousiasme (de titel van een uitstekend en pas verschenen boek over intellectuelen vlak voor WO I die de komende oorlog zagen als een welkome en voor het nationale gevoel louterende ervaring) en fanatisme van welke aard ook. Anderzijds is er inmiddels zoveel Forbidden Music ontdekt dat men kan selecteren op kwaliteit en zich in de concertzaal kan beperken tot de topstukken; in deze box zijn dat Fluitsonate van Leo Smit, de Aubade van Marius Flothuis, het Piccolo concerto van Lex van Delden en de Modern Times Sonate van Ignace Lilien. Een vergelijkbaar proces deed zich voor toen vertolkers van avant-gardemuziek vanaf 1960 componisten vroegen om een stuk voor hun instrument te schrijven. Aanvankelijk waren deze musici blij met alles wat voor hen werd geschreven, na verloop van tijd speelden zij alleen nog de topstukken.

Het verschil tussen de pleitbezorgers van de nieuwste muziek en die van de Forbidden music, is dat de extremiteit en de indringendheid van de oorlog het de luisteraars vrijwel onmogelijk maken de Forbidden Music primair te horen als muziek, alsof een geringe waardering voor deze muziek als menselijke reactie op de omstandigheden zou duiden op een gebrek aan medeleven met deze componisten. Terwijl omgekeerd de verdedigers van Wagner en Strauss zich voortdurend moeten verantwoorden voor de menselijke houding van hun helden. Niettemin zijn de topstukken onder de Forbidden music uitstekend te genieten zonder de biografie van de makers te kennen: de Sonate van Leo Smit begint zijn verdiende plek te krijgen te midden van de fluitmuziek van Pijper, Poulenc en Dutilleux, de topstukken voor fluit en piano in deze stijl. Terwijl zelfs de grootste critici van Wager en Strauss als personen vol lof zijn (uiteraard niet van harte) over aspecten van hun kunst. De overgang van oorlog naar vrede heeft behalve een grotere humaniteit ook als voordeel, dat kunst gemakkelijker kan worden gewaardeerd als kunst, ook al is het ook waar dat juist in tijden van oorlog de macht van kunst als kunst zeer groot en zeer noodzakelijk is. In een hel is de behoefte aan tegenwicht het sterkst.

Tenslotte nog twee punten naar aanleiding van deze box. Allereerst de uitvoeringen. Dat dit repertoire wordt opgenomen en (opnieuw) wordt uitgebracht, is alleen maar toe te juichen. Maar de durf bij de inzet voor dit repertoire wil ik graag ook horen in de vertolkingen. Veel in de box klinkt zeer neutraal. Eigenschappen die een interpretatie aanvechtbaar kunnen maken maar daarmee ook subjectief en pakkend (zoals een neiging tot grootsheid en theater, swing, flamboyant spel en extase of wat ook) zijn meestal afwezig. Precisie, correctheid en nuchterheid zetten de toon. Enerzijds is hiervoor helaas de rechtvaardiging dat dit past dit bij de meeste stukken in de box; eigenlijk willen alleen Lex van Delden en Henriëtte Bosmans soms uitpakken, iets waarop de dirigenten Ed Spanjaard en Bernard Haitink goed reageren. Anderzijds was ik blij geweest met sowieso meer avontuur en gekkigheid.

Ook al wordt deze muziek zeer begrijpelijk gebracht in relatie tot de situatie waarin ze ontstond, voor de muziek is het beter als ze kan voortleven op grond van haar artistieke kwaliteiten. Dat is lijkt mij op de lange termijn een betere garantie op voortbestaan van deze muziek dan aandacht vragen voor de biografische omstandigheden. Zich ontdoen van een trauma is misschien op korte termijn pijnlijk en traumatisch, maar hopelijk op lange termijn bevrijdend en louterend. Precies zoals al snel na de oorlog Wagner werd gespeeld door joodse dirigenten, zo zijn het nu Duitse musici die Leo Smit spelen. Op weg naar die bevrijding is deze cd-doos een welkome en noodzakelijke stap.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links