CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, oktober 2017

 

(L.) Andriessen: Theatre of the World

Leigh Melrose (Athanasius Kircher) Lindsay Kesselman een jongen), Marcel Beekman (Innocenzo XI), Cristina Zavalloni ( Sor Juana Ínes de la Cruz), Mattijs van de Woerd (Cornifex), Nora Fischer en Martijn Cornet (Hij en Zij, een liefdespaar), Steven Van Watermeulen (Janssonius) e.a.
Los Angeles Philharmonic Orchestra
Dirigent: Reinbert de Leeuw
Nonesuch 7559793618 • 1.41' • (2 cd's)
Live-opname: mei 2016, Walt Disney Concert Hall, Los Angeles

www.youtube.com/watch?time_continue

   

Over Theatre of the World van Louis Andriessen valt veel te vertellen. De recente cd-opname nodigt niet alleen uit tot een bespiegeling over de muziek en de tekst (klik hier op deze site), maar ook over de positie van Louis Andriessen op dit moment.

Louis Andriessen verkeert nu op in een interessant punt in zijn receptie-geschiedenis. Nadat zijn carrière vanaf 1959 zich jarenlang uitsluitend in Nederland had afgespeeld, kwam de internationale doorbraak in 1976 met De Staat. Buitenlandse compositiestudenten togen naar het Koninklijk Conservatorium om les bij hem te nemen en buitenlandse musici begonnen zich te ontfermen over zijn composities. Zijn muziek veranderde daardoor, gewild of ongewild, van karakter, in ieder geval onder de handen van musici. Sommigen hebben zich wel eens afgevraagd hoe het met zijn muziek verder zou gaan als zijn pleitbezorgers van het eerste uur (Vera Beths en vooral Reinbert de Leeuw) ermee zouden stoppen. Inmiddels zitten we in het tweede en derde uur. De pioniers zijn voor een deel nog steeds actief, maar krijgen meer en meer concurrentie, vooral van Amerikanen. Die pakken deze muziek duidelijk anders aan. Om het eens clichématig te zeggen: Amerikaanser, d.w.z. ritmischer, swingender, meer jazzy, meer energiek. Bang on a can, het New Yorkse ensemble voor hedendaagse muziek, gaf hiervan prachtige staaltjes. Poolse musici heb ik nooit De Staat horen uitvoeren, maar Micha Hamel, die dat wel meemaakte, omschreef het resultaat als in de richting gaand van Bruckner. Vanuit Amerika herkent men nu beter de Nederlandse aanpak. Om wederom flink te generaliseren: niet swingend, minder slank, meer Bruckner, meer log en mechanisch, meer moraliserend, vooral in de wijze van zingen. Onno Ruding, ooit minister van financiën in Nederland en daarna bestuurslid bij een bank in Amerika, omschreef de Amerikaanse cultuur als 'zonder spruitjeslucht'. Zo bezien komen de muziek- en het zakenleven uit dezelfde bron.

Zo bezien ook is deze cd een mix van twee speelwijzen. Dat blijkt niet alleen uit de combinatie van Reinbert de Leeuw met een Amerikaans orkest, maar ook bij de vergelijking van deze Amerikaanse cd-opname met de Nederlandse voorstelling met overwegend Nederlandse musici, vorig jaar in Amsterdam. Het resultaat op cd staat halverwege de Oude en de Nieuwe wereld. De uitvoering van een ensemblestuk door een virtuoos en swingend symfonieorkest is onmiskenbaar winst. (Ik denk dat veel ensemblestukken van Louis Andriessen zeer gebaat zijn bij een uitvoering door een dergelijk gezelschap; in zijn afkeer van het symfonieorkest - zijn compositie Mysteriën voor het jubilerende KCO is duidelijk een van zijn minder geslaagde werken - wordt hij meer en meer een gevangene van zijn eigen ideologie.) In de passages waarin de muziek de overhand heeft op het drama, waarin verstaanbaarheid van de tekst geen prioriteit heeft en de energie van de muziek zwaarder weegt dan de instrumentatie, laat Reinbert de Leeuw zich gelukkig op sleeptouw nemen door de Amerikaanse musici waardoor Andriessens muziek loskomt van de stereotype, soms ietwat grauwe en zwaar op de handse Asko-Schönberg-sound. Deze Amerikaanse uitvoering heeft een vaart, die de Nederlandse van 2016 enigszins ontbeerde.

Dat we nu het toneelbeeld missen, heeft voor- en nadelen, evenals de keuze van de solisten van wie de meesten ook aan de scenische uitvoering meewerkten. De muziek is op zijn best als hij los komt van het verhaal. De beste vocalisten zijn zij die zich eerder laten leiden door de kracht en schoonheid van de noten en minder door de dramatiek van het verhaal. Misschien is het 'kunstlastering', maar een nog beter pleidooi voor deze muziek is een suite met hoogtepunten. Dat betekent voor mij niet alleen muzikale, maar theatrale winst. De personages leveren niet slechts een bijdrage aan het verhaal, hun rollen lopen ook over van pretentie, gewichtigdoenerij en de permanente hang naar aandacht en apart willen zijn. Die rollen passen daarmee perfect in de muziek dat de ondertitel meekreeg 'grotesque stagework. De muziek is voor honderd procent Louis Andriessen en bevat dan ook naast ijzersterke momenten waaraan men zijn liefde voor Stravinsky, Bach en Ravel herkent, een dik aangezet gevoel van miskenning, eigendunk, permanente baldadigheid, drammerigheid, genoegen in het mateloze en een poging de expressie en de emotie consequent te zoeken in het onsentimentele. (Het libretto geeft er alle reden toe.) Vergeleken met eerdere avondvullende werken als Rosa, Writing to Vermeer en La Commedia is de muziek qua stijl veel Haagser en qua mentaliteit Amsterdamser. Terwijl sommige vocalisten dit nationale, om niet te zeggen plaatselijke aspect ongegeneerd uitstralen, kiest het Amerikaanse orkest samen met Reinbert de Leeuw resoluut voor de internationale allure die deze partituur bij vlagen ook bezit (en dat in La Commedia en Writing to Vermeer voor mij sterker was).

Het aardige van Louis Andriessen is dat zijn muziek zowel zeer nationaal als zeer internationaal is, een trek die hem, zij het met volstrekt andere middelen en intenties, bindt met de andere beste Nederlandse componisten van na 1970: Otto Ketting, Theo Loevendie en soms Tristan Keuris.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links