CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, november 2017

 

Abrahamsen: Strijkkwartetten nr. 1-4

Arditti String Quartet
Winter & Winter 910 242-2 • 64' •
Opname: december 2015 en april 2016, Keulen

   

De vier strijkkwartetten, ontstaan tussen 1973 en 2012, bevatten in totaal 22 delen, waarvan de kortste bijna een minuut duurt en de langste ruim zes. Beluistert men die 22 in de volgorde waarin ze op deze cd (eerst het Vierde kwartet met 4 delen, dan het Derde met 4, dan het tweede ook met 4 en tenslotte het Eerste met 10), dan is dat misschien niet wat de componist wil, maar wel zeer instructief voor wie Abrahamsens taal wil leren kennen. Abrahamsen brak door met Let me tell you for sopraan en orkest, dat hij een jaar na zijn Vierde kwartet schreef. In terugblik lijken de 22 delen vingeroefeningen in aspecten van zijn taal die in Let me tell you niet alleen een prachtige synthese hebben gekregen, maar ook door de synthese en hang naar voelbare proporties vol lange lijnen, harmonische centra en een sterk melodisch instinct veel minder experimenteel klinken. De 22 klinken als aforismen, met variaties herhaald, alsof het etudes zijn, soms in speeltechniek, soms in compositie. Van ontwikkeling binnen de 22 stukken kan men amper spreken; het aforisme doet soms aan Webern of Carter denken, de uitwerking meer aan de Etudes van Ligeti, de liefde voor abrupte wendingen en eindes aan Ives. Ontwikkeling tussen de 24 is lastig te bepalen. Het Tweede, Derde en Vierde zijn qua harmonie onmiskenbaar meer atonaal, maar via zijn andere parameters probeert Abrahamsen al enigszins een tonaal aandoend betoog te suggereren.

De cd wordt daarmee een aanloop tot iets dat na deze 22 delen klinkt als een stap in een andere wereld, al betreft die grote verandering niet de elementen, maar de cohesie. (Zoekt men naar een vergelijkbare transformatie, dan de roman Knielen op een bed violen van Jan Siebelink, waarmee de schrijver doorbrak bij ‘het grote publiek', terwijl hij bij ‘het kleine publiek' al jaren bekend was om dezelfde thema's). De tweede bijzonderheid is het spel van het Arditti Quartet. Door de in wezen versplinterde structuren van de meeste van de 22 delen, een gevolg van de etude-achtige structuur ervan, past de muziek uitstekend bij een gezelschap dat houdt van modernistische virtuoze splinters die eerder weerbarstig dan mooi zijn. Alleen in het Vierde kwartet, waarin de vier delen langer zijn dan de meeste andere, lijken de musici iets te kort te komen, maar dit gemis wordt ruimschoots gecompenseerd door de wetenschap dat dit achteraf gezien een voorbode is van Let me tell you. Het is vast geen toeval dat dat laatste werk zijn faam dankt aan musici met een geheel andere speelwijze.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links