CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juli 2012

 

 

Vasks: werken voor viool en strijkorkest

Vox Amoris - Tala Gaisma (Distant Light) - Vientulais Engelis (Lonely Angel)

Alina Pogostkina (viool), Sinfonietta Riga o.l.v. Juha Kangas

Wergo WER 6750 2 • 69' •

Opname: juni 2011, Reformatiekerk, Riga (Letland)


De Letse componist Peteris Vasks (1946) kon niet duidelijker zijn, toen hij erop wees dat zijn muziek in de kern programmamuziek is in de betekenis van een idee, een moreel en emotioneel referentiekader. Wat verder spittend blijkt zijn 'muziektaal' volgestouwd te zijn met de misère die het Letse volk dankzij de jarenlange communistisch georiënteerde hegemonie van de Sovje-Unie ten deel is gevallen, van de gedwongen deportaties en de kolchoz tot de onderdrukking van het vrije woord, de katholieke kerk en het recht tot zelfbeschikking. Daar kwam dan nog de vreselijke armoede bij, allemaal zaken waarvan althans een deel verlichting bracht nadat Gorbatsjovs glasnost en perestroika ook in Letland vaste voet kreeg. Maar de 'zingende revolutie' van 1991 kon de enorme gaten die in de Letse samenleving waren geslagen niet dichten. Bovendien trekt de grote financiële misère nog steeds diepe voren door het land.

En Vasks? Hij noemde zich eens de componist die van een cultuur stamde die op de rand van de afgrond stond, misschien wel gedoemd was te verdwijnen. "Hoe kan een componist onder die omstandigheden componeren?" riep hij vaak vertwijfeld uit. "Hoe kan hij in een dergelijke chronisch rampzalige situatie overleven?" Voor hem lag de enige oplossing in het "meelijden met de hele wereld". Niet als een spelletje of een fantasie, maar werkelijk als een gevoel, een toestand die diep van binnen in hem huist, als de bron van kracht, en daarmee tevens de bron van de kracht in zijn muziek. Het hoeft niet ingewikkeld te worden voorgesteld: In Vasks' muziek klinkt voortdurend het protest tegen de deplorabele toestand in zijn land, van de bijna uitzichtloze repressie die de bevolking decennialang in zijn greep had, tot de sociaal-maatschappelijke wantoestanden en het door de Russische industrie verpeste milieu. Zijn thematiek mag dan zwaar zijn aangezet en de lyriek mag dan hebben plaatsgemaakt voor een bijna verbeten ondergrondse modderstroom, er is geen muzikale etalage vol met metaforisch mitrailleurvuur of kanonnengebulder. Bij Vasks overheerst de gepantserde abstractie van de tragiek, van het lijden, waardoor het universele dimensies aanneemt. Het is een reis door de nacht, met angstdromen en zelfs regelrechte nachtmerries, maar concreet in de zin van tastbaar worden ze nergens. De wanhoop is er, volop zelfs, maar krijgt geen duidelijk gezicht. Het is muziek die ergens bijhoort, haar bedding heeft in het buitenmuzikale, al zijn er vaak niet meer dan contouren daarvan te bespeuren. Het subjectieve desolate bij Vasks. Het 'mooie en goede leven' lijkt te zijn losgelaten, niet door maar in de muziek zelf te zijn gesloopt. Toch zijn er troostende momenten, meditatieve ook, zoals in de 'Eenzame Engel', dat doortrokken is van een zich de in de religie genestelde spiritualiteit.

De bekentenismuziek van deze 'prediker in tonen' (een benaming die de componist zich graag laat aanleunen: "Zoals mijn vader met woorden predikte, zo spreek ik door mijn muziek") is bij zijn landgenoten in zeer goede handen. Alina Pogostkina is een bekwaam violiste en het Sinfonietta ensemble uit Riga klinkt als een klok. Prima pleitbezorgers in Vasks nog steeds gestaag uitdijende, discografische heelal (klik hier).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links