CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2022

Tchaikovsky - Symphonies

Tsjaikovski: Symfonie nr. 1 in g, op. 13 - nr. 2 in c, op. 17 (Kleine Russische) - nr. 3 in D, op. 29 (Poolse) - nr. 4 in f, op. 36 - nr. 5 in e, op. 64 - nr. 6 in b, op. 74 (Pathétique)) - Francesca da Rimini op. 32 - Romeo en Julia - Capriccio Italien op. 45 - Evgeni Onegin op. 24 (wals & polonaise) - Kroningsmars

Tonhalle-Orchester Zürich o.l.v. Paavo Järvi
Alpha 778 (5 cd's)
Opname: okt. & nov. 2019, jan. 2020 & 2021, Tonhalle Maag, Zürich

 

Niet iedereen (en zeker de doorgewinterde Tsjaikovski-liefhebbers niet!) hoeft het te onderschrijven, maar voor mij is de symfonicus Tsjaikovski pas echt in volle bloei vanaf de Vierde symfonie. Dat heeft alles te maken met de vormgeving: de eerste drie worden onder meer gekenmerkt, de een meer dan de ander, door hun nogal episodische karakter, wat de concentratie bij de luisteraar herhaaldelijk kan doen verslappen. Al zie ik wel een duidelijk opgaande lijn, van de Eerste naar de Tweede, en uiteindelijk van de Tweede naar de Derde symfonie. Nieuw is dit probleem (voor zover het zo genoemd mag worden) niet, want iets soortgelijks doet zich bijvoorbeeld voor in de symfonieën van Antonín Dvorák. Ook daarin zien we de opgaande lijn op het punt van vormbeheersing, culminerend in de laatste drie symfonieën, met als laatste de ‘Uit de Nieuwe Wereld' symfonie die op dit vlak alleen al fenomenaal is uitgewerkt.

Episodisch betekent in dit geval ook teveel noten (het hangt vaak met elkaar samen), wat al met al voor iedere dirigent die zich met deze – alleen al daardoor nogal weerbarstige – materie bezighoudt een ware uitdaging kan betekenen. Geen wonder dus dat de een er beter in slaagt dan de ander om het lijnenspel strak in de hand te houden, de verschillende delen een scherp(er) profiel te geven. De in Estland geboren dirigent Paavo Järvi (hij is met ingang van het seizoen 2019/20 chef-dirigent van het Tonhalle-Orchester Zürich) heeft er duidelijk weinig moeite mee om binnen dit nu eenmaal historisch gegeven discours vorm en inhoud toch overtuigend met elkaar in evenwicht te brengen. Dat de aandacht incidenteel verslapt (zoals in de orkestfantasie Francesca da Rimini) wil ik hem daarbij graag vergeven, want er staat meer dan voldoende spanning, drama én lyriek tegenover. Waarbij ik gelijk maar aanteken dat het sowieso geen enkele zin heeft om welke dirigent ook tot de ‘beste Tsjaikovski-dirigent' uit te roepen, want daarvoor biedt deze muziek eenvoudigweg teveel (ver)gezichten.

Een belangrijk aspect dat ook deze vertolkingen siert is de gedoseerde spanningsopbouw die de luisteraar echt op de spreekwoordelijke punt van de stoel brengt. Misschien is dit uiteindelijk wel wat deze vertolkingen zo direct doet aanspreken en ze tevens zo charismatisch maakt. Ook de lyriek komt echter niet tekort, al zijn er soms wel momenten die me net niet konden overtuigen, zoals in het Andantino in modo di canzona van de Vierde symfonie, waarin Järvi merkwaardig genoeg voor een iets hoger tempo opteert, waardoor het volksliedachtige karakter van het stuk helaas in de schaduw wordt gesteld en ook het expressief gelaagde karakter ervan net niet voldoende overtuigend uit de luidsprekers komt. Maar let wel: veel gewicht legt het ten aanzien van het gehele, uitermate gunstige beeld niet in de schaal, met daaraan nog toegevoegd dat het Franse muzieklabel Alpha erin is geslaagd om een opnamekwaliteit te bieden waarvan ik een gelijke nog moet tegenkomen. Werkelijk betoverende houtblazerskleuren, indrukwekkend stampend koper, stevige pauken, gouden strijkers en niet te vergeten een fabuleuze geplukte bas: het kan auditief gewoon niet op. Kortom, in auditief opzicht alleen al een regelrecht feest voor het oor.

De opnamen werden gemaakt in de Tonhalle Maag, waarvan de naamgeving overigens geen verband houdt met de dirigent Peter Maag, maar met de gelijiknamige tandwielfabriek die als tijdelijk onderkomen door het Tonhalle-Orchester Zürich in gebruik is genomen. Dat de opnamen zo geslaagd zijn is niet alleen te danken aan de blijkbaar uitstekende akoestiek, maar ook met het opnameteam van Polyhymnia, met daarvan in de voorste gelederen Jean-Marie Geijssen (balance engineer, editing, mixing & mastering) en Erdo Groot (editing engineer).

De slotconclusie: een set om van te likkebaarden.

_______________
Naschrift: Collega Siebe Riedstra besprak hier de Vijfde symfonie en Francesca da Rimini.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links