CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2018

 

Tsjaikovski: De notenkraker

Los Angeles Philharmonic, Los Angeles Children's Chorus o.l.v. Gustavo Dudamel
DG 0289 483 6274 5 • 1.30' (2 cd's)
Opname: 2013, Walt Disney Concert Hall, Los Angeles

   

 
 
Ivan Vsevolozsjki

De opdracht voor Tsjaikovski's De notenkraker kwam van de directeur van het keizerlijke Mariinski-theater in Sint-Petersburg, Ivan Vsevolozsjki. Daarvoor was het oorspronkelijk ook bedoeld; om als hoogtepunt te dienen van het sezieon 1891/92. Tsjaikovski kreeg de balletmuziek echter niet op tijd af.

Het moet voor Vsevolozsjki niet alleen vanuit programmatisch oogpunt een fikse tegenvaller zijn geweest, want hij had de componist Tsjaikovski hoog zitten. Dat bleek al uit eerdere opdrachten: de opera's De tovenares (1885-87) en Schoppenvrouw (1890), Maar er was ook de balletmuziek voor Doornroosje of De schone slaapster (1890), het werk dat de componist in contact bracht met de toen meest vooraanstaande Russische choreograaf Marius Ivanovitsj Petipa ('kleine passen') (1818-1910), de eerste maître de ballet aan het keizerlijk theater.

 
 
Marius Petipa

Het plan dat met Petipa en Tsjaikovski werd doorgenomen betrof zowel een ballet als een opera in één voorstelling. Het onderwerp van de opera liet niet lang op zich wachten: De dochter van Koning René, naar het gelijknamige toneelstuk van de Deen Henrik Hertz, vrij naar René (1409-1480), de koning van de Provence (1434-1480). Wellicht niet toevallig had het stuk al eerder Tsjaikovski's belangstelling gewekt. Het zou later leiden tot het libretto voor de opera Yolanta, die op 18 december 1892 in het Mariinski de eerste uitvoering beleefde.

Tsjaikovski had al in 1882 kennis gemaakt met De notenkraker van E.T.A. Hoffmann (1776-1822). Uit zijn brief van 3 februari 1882 aan de kunstcriticus Sergei Flerov lijkt de componist behoorlijk onder de indruk te zijn geraakt van de vertelling. In de brief bedankt Tsjaikovski hem voor de 'uitstekende vertaling' van deze 'voortreffelijke geschiedenis'. Maar in werkelijkheid was hij met het stuk toch minder ingenomen en lag hij bovendien met Vsevolozsjki behoorlijk overhoop omdat die zonder enig overleg met hem Schoppenvrouw van het theaterprogramma had afgevoerd.

'Welnu, nu ik aan De dochter van koning René en De notenkraker begin, kom ik mij voor als iemand die men opnieuw thuis heeft uitgenodigd, terwijl de gastheer bij een vorige gelegenheid heeft laten blijken dat hij niet welkom was,' aldus Tsjaikovski in een brief van 12 februari 1890. Aan de 'diplomaat' Vsevolozsjki nu de taak om een woedende Tsjaikovski tot andere gedachten te brengen en hem alsnog over te halen de samenwerking met het theater voort te zetten. Dat lukte uiteindelijk, na de nodige kniebuigingen en vooral veel stroop om de mond.

 
  Tsjaikovski in zijn laatste levensjaar geschilderd door Nikolaj Dmitriëvitsj Koetsnetsov

Het is te simpel om Hoffmanns vertelling als 'slechts' een kindersprookje te beschouwen. Het stuk zit ingewikkelder in elkaar, het beweegt zich op meerdere en ook nog verschillende niveaus waarin werkelijkheid en fantasie dwars door elkaar heen gaan lopen. In het verhaal staat het meisje Clara Stahlbaum centraal dat op Kerstavond bezoek krijgt van allerlei mensen, waaronder de excentrieke meneer Drosselmeyer, Clara's peetoom. Hij doet haar een notenkrakerpop cadeau en geeft haar broertje Fritz een soldatenpak met zwaard. Diezelfde nacht droomt Clara dat de pop tot leven komt en in een prins verandert. Ze worden verliefd op elkaar, ze zijn gelukkig, maar helaas duikt er een vijand van de prins op in de persoon van de muizenkoning die met zijn muizenkolonie de houten prins belaagt en hem omtovert in een heuse notenkraker van vlees en bloed. Clara vindt het verschrikkelijk, ze wil haar prins verlossen, maar ze weet niet hoe. Intussen moet de notenkraker met de muizen de strijd aanbinden. Het voorlopige einddoel is de de toverlantaarn van Drosselmeyer, waar zich de de sneeuwkoningin en de suikertaartfee ophouden. De prins en de fee nemen Clara uiteindelijk mee op een exotische reis die hen door allerlei vreemde landen voert, zoals Spanje, Arabië, China en Rusland. Ze zijn in Tsjaikovski's meesterwerk ieder vertegenwoordigd met hun eigen muziek en dans. Als de prins met Clara de toverlantaarn verlaat, daagt hij de muizenkoning uit tot een duel met het zwaard. De prins, nog steeds als notenkraker, wordt door de muizenkoning ernstig verwond en delft het onderspit. Maar dan is er Fritz, gehuld in zijn van Drosselmeyer gekregen soldatenpak, mét zwaard, die de strijd voortzet. De muizenkoning valt dood ter aarde. En de notenkraker? Hij verandert weer in een prins die vervolgens met Clara een pas de deux danst, de liefdesdans. Dan ontwaakt Clara, ze rent naar haar pop en ziet dat haar prins niet meer is dan dat: een gewone pop. Ze had het alleen maar gedroomd...

Voor de beide choreografen, Marius Petipa en Lev Ivanov (1834-1901), moet het een reusachtige opgave zijn geweest om op basis van dat onwaarschijnlijke en bovendien nogal warrig overkomende verhaal een overtuigend balletscenario te ontwerpen. Waarbij overigens moet worden aangetekend dat als gevolg van ziekte van Petipa het Ivanov was, de tweede Maître de ballet aan het keizerlijk theater, die het leeuwendeel van het project voor zijn rekening moest nemen.

Voor Tsjaikovki zal het eveneens een opgave van jewelste zijn geweest, want hij moest de muziek zo componeren dat die naadloos paste in het tot in het kleinste detail uitgewerkte script. Misschien niet helemaal te vergelijken met de muziek bij een filmscript, maar toch wel moeilijk genoeg om te verhinderen dat het werk op tijd werd afgeleverd. In die tijd werd de componist zelfs in zijn slaap achtervolgd door notenkrakers, prinsen, muizenkolonies en suikerkastelen. Maar toen de muziek eindelijk klaar was en de eerste uitvoering dan eindelijk op 17 december 1892 plaatsvond in het Mariinski-theater wachtten alle betrokkenen behalve de componist een koude douche: de kritiek maakte het ballet met de grond gelijk. Sterker nog, men vond het helemaal geen ballet, maar een onsamenhangend staketsel waarin ook nog eens veel te weinig in gedanst. De muziek kwam er beter vanaf, maar veel plezier heeft Tsjaikovski daar niet aan beleefd want al na veertien voorstellingen werd het stuk van het speelplan afgehaald.

 
 
Aanpakbiljet voor het muziekfestival in Carnegie Hall, New York, waaraan ook Tsjaikovski deelnam

Tsjaikovski vertelde zijn broer Modest dat hij 'met al zijn krachten' aan de balletmuziek werkte en het in ieder geval klaar wilde hebben alvorens in maart 1891 naar Amerika te vertrekken. Hij werkte er zelfs ijverig aan tijdens zijn reizen naar Berlijn, Praag, Parijs en Le Havre, waar hij op 18 april aan boord ging van het ss 'La Bretagne' voor de oversteek naar New York.

Eenmaal weer terug in Europa (hij arriveerde op 21 mei met het ss 'Fürst Bismarck' in Hamburg) werd het werk aan De notenkraker onverdroten voortgezet. Achteraf valt het nauwelijks voor te stellen dat er zulke verbeeldingskrachtige muziek uit Tsjaikovski's pen heeft kunnen rollen, de enorme moeite en de vele tegengeslagen in aanmerking genomen. Als we dan enigszins hardvochtig oordelen dat alleen het resultaat telt, dan hebben we hier te maken met een van de allermooiste balletpartituren ooit gecomponeerd. Een balletpartituur ook zonder wie de grote balletten van Igor Stravinsky en Sergei Prokofjev, maar ook Maurice Ravel vrijwel ondenkbaar zouden zijn. Maar ook een partituur waarin voor de eerste keer in de muziekgeschiedenis de celesta wordt geïntroduceerd, het instrument dat pas zo'n zes jaar eerder door de Franse harmoniumbouwer Victor Auguste op de markt was gebracht. Tsjaikovski had er in Parijs tijdens de wereldtentoonstelling in 1889 voor het eerst kennis mee gemaakt, maar eenmaal terug in Rusland hield hij daarover zijn kaken stevig op elkaar, bevreesd als hij was dat 'concurrenten' als Nikolaj Rimski-Korsakov (1844-1908) en Aleksandr Glazoenov (1865-1935) er vóór hem mee aan de haal zouden gaan.

De rijke instrumentale bezetting laat al zien dat Tsjaikovski er veel werk van heeft gemaakt, met maar liefst drie fluiten (tweede en derde fluit tevens piccolo), twee hobo's, cor anglais, twee klarinetten (in Bes en A), basklarinet (in Bes), twee fagotten, vier hoorns (in F), twee trompetten (in Bes en A), drie trombones, tuba, twee harpen, pauken, snaardrum, tamboerijn, grote trom, bekkens, triangel, castagnetten (in de Spaanse dans!), klokkenspel, celesta of piano (no. 14, de pas de deux, de tweede variatie, dans van de suikertaartfee!), violen I en II, altviolen, celli en contrabassen. Dan is er nog een korte bijdrage van een koor, in nr. 9 van de eerste akte, de Wals van de sneeuwvlokjes, bij voorkeur bestaande uit koorknapen, maar anders uit geschoolde operastemmen (twaalf sopranen en twaalf alten). Ook volgens voorschrift op het toneel: trompettes d'enfant, tambours d'enfant, instruments d'enfant. Met andere woorden speelgoedtrompetjes, speelgoedtrommeltjes, speelgoedinstrumenten. Het is immers een kindersprookje! Op het toneel - zo schrijft Tsjaikovski voor - mogen de kinderen op instrumenten spelen die we associëren met die in typische 'kindersymfonieën': Tsjaikovski breekt een lans voor koekoek- en vogelfluitjes (maar wel uitsluitend in C-groot!). Ook (kleine) bekkens mogen worden gebruikt!

Speciaal voor concertdoeleinden stelde Tsjaikovski later nog een negendelige suite samen, een werkwijze die we ook van andere balletten kennen, zoals Het zwanenmeer en Doornroosje, maar ook Stravinsky's De vuurvogel en Ravels Daphnis et Chloé, Spartacus van Katsjatoerjan, De bout en The age of gold van Sjostakovitsj, en natuurlijk Romeo en Julia van Prokofjev.

Orkest en dirigent op topniveau
Evenals Simon Rattle (klik hier) vóór hem benadrukt Gustavo Dudamel het reflecterende karakter van de muziek. Ook bij de Venezolaan treffen we dat onbestemde gevoel van heimwee, van een nostalgisch terugblikken aan, waardoor de schaduwkanten van deze muziek nog eens extra reliëf krijgen. Er is bovendien meer rust in Dudamels benadering dan bij Gergiev met zijn Kirov-ensemble op Philips (klik hier), die overigens net zo 'Russisch' klinkt als onverschillig welk ander orkest. Dit is ook niet echt Russische muziek, maar eerder een meesterwerk van een heuse flamboyante cosmopoliet (die zich zo gedroeg). Als Michail Glinka (1804-1857) de belangrijkste vader van de Russische muziek was die het muzikale 'nationalisme' in zijn opera's met volle overtuigingskracht uitdroeg, dan was Tsjaikovski weliswaar niet een van zijn afvallige zonen, maar toch wel een zoon met een volstrekt eigen missie die tot ver buiten Rusland reikte.

Dudamels benadering is zeker niet rustiek te noemen (probeer het oorlogsgewoel van track 8 op cd 1 maar eens...), maar de melodielijnen worden, anders dan bij Gergiev, wel breder uitgewerkt, wat overigens niet ten koste gaat van een sterke ritmische puls en een snedige frasering, Dudamel laat zich in de vele melancholieke momenten die deze partituur rijk is al evenmin verleiden tot - voor de hand liggende - opgelegde sentimentaliteit. Over de gehele linie komt onmiskenbaar naar voren dat de uitvoering van deze uitermate contrastrijke partituur heeft geprofiteerd van blijkbaar ideale omstandigheden, mede dankzij een dirigent die deze muziek op het lijf geschreven lijkt en een orkest dat hem daarin feilloos heeft gevolgd.

Qua opname is dit DG-album duidelijk de meerdere van die van Warner voor Rattle uit 2009 (live opgenomen in de Berlijnse Philharmonie). Hier ervaren we ondubbelzinnig het belang van een goede opname als het om de weergave van orkestrale sprankeling gaat. Het klankbeeld is bovendien diep en breed. Het is typisch zo'n opname die je als het ware met de neus op de verblindende schoonheid van Tsjaikovski's orkestratie drukt. Het kan niemand ontgaan hoezeer het glorieus spelende Los Angeles Philharmonic onder Gustavo Dudamel de instrumentale magie en de melodische verbeeldingskracht tot een ongekende schoonheid heeft verheven.

Raar maar waar: de opname dateert al uit 2013, maar werd nu pas uitgebracht. Het kan een marketingstrategie zijn, maar welke? Het lijkt eerder toevallig dat dit album op vrijwel het moment verschijnt, maar liefst vijf jaar na dato, dat Walt Disney's nieuwe film 'The Nutcracker and the Four Realms' wordt gelanceerd. Terwijl die film als soundtrack de opname heeft meegekregen van die van het Londense Philharmonia Orchestra, zij het geleid door dezelfde dirigent.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links