CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juni 2010

 

 

Tsjaikovski: Symfonie nr. 5 in e, op. 64 - Slavische mars op. 31.

Deutsches Symphonie-Orchester Berlin o.l.v. Yutaka Sadko.

Challenge Records CC72356 • 60' • (sacd)

www.challengerecords.nl

 

 


Per aspera ad astra - door de moeilijkheden naar de sterren, zo voert Tsjaikovski’s Vijfde symfonie ons door de duisternis naar het licht. Het is een lange reis die dankzij de noodlotzwangere sfeer talloze dirigenten heeft geïnspireerd om hun hele artistieke ziel en zaligheid in de uitvoering van dit werk te investeren, soms de banaliteit daarbij niet schuwend. Want dat laatste is zo vaak een probleem bij het vertolken van de symfonische muziek van deze geniale Rus: ver weg te blijven van overdreven pathos en suikerzoet fondant. Wie dat als geen ander kon was de grote Russische dirigent Jevgeni Mravsinki die met zijn Filharmonisch Orkest van Leningrad de norm heeft gezet die nog steeds opgeld doet. Wie zich hiervan wil overtuigen hoeft alleen maar naar zijn DG- en live-opnamen (klik hier) te luisteren. Met name twee andere dirigenten traden in dit opzicht in zijn voetsporen: Valery Gergiev (Philips) en Mariss Jansons (Chandos). Ook zij hielden vast aan een scherp afgebakende dirigeerstijl die afstand nam van de veel populairder westerse musiceerstijl, waarin een luxueuze orkestklank wel voor klankweelde zorgde maar daardoor de afstand tot de muziek zelf fors vergrootte. Grote dirigenten als Bernard Haitink en Herbert von Karajan, maar zelfs een volbloed Rus als Gennadi Rozjdestvenski kozen voor deze typisch westers georiënteerde stijl. En nu is daar de Japanse dirigent Yutaka Sado, die Tsjaikovski's kanttekening bij dit werk blijkbaar niet heeft gelezen of verkeerd heeft geïnterpreteerd: "Ik ben er niet zeker van dat deze symfonie succes zal hebben. Het werk is grillig, onzeker en gekunsteld en bezorgt me een kwellend gevoel van ontevredenheid. Het is alles zeer verdrietig."

In tegenstelling tot zijn al even illustere voorganger, de Vierde symfonie, is de Vijfde veel sterker, nadrukkelijker van het noodlot doordesemd en is het pas in het slotdeel, in het Allegro vivace, dat het licht het werkelijk wint van de duisternis en het werk zich in een triomfantelijk E-groot naar het einde spoedt. Bij Mravinski was dit altijd een overweldigende gebeurtenis, een ware lavastroom die de dirigent zelf opriep maar meesterlijk onder controle hield. Het was de culminatie na al dat sombere, troosteloze, verstikkende, maar tevens zo poëtische en dat fascinerende spel met klankkleuren.

Sadko lijkt alles mee te hebben: een formidabel spelend orkest, dat in deze opname echt niet onderdoet voor de onvolprezen Berliner Philharmoniker en bovendien volop kan profiteren van dezelfde goede opnamelocatie van weleer, de Jesus-Christus-Kirche in het Berlijnse Dahlem, waar dirigenten als Herbert von Karajan, Karl Böhm en Eugen Jochum zoveel prachtige opnamen hebben gemaakt. Wat hem echter niet lukt (hij zal er trouwens niet naar hebben gestreefd) is een expressief parcours uit te zetten waarvan ook de vlijmscherpe kanten er als het ware worden ingebeiteld; zoals dus Mravrinski dat placht te doen. Het martiale, opstandige, hoekige ontbreekt veelal. Het is mooi, soms heel mooi (Andanta cantabile, con alcuna licenza), maar er wordt geen verhaal vertelt dat de luisteraar naar de strot grijpt. De enorme climaxen zijn klatergoud en missen de substantie van een Mravinski. Terwijl het onder Sadko zo prachtig begint, met die twee fabelachtig mooie A-klarinetten op een prachtig bed van altviolen, celli en bassen (pesante e tenuto sempre). Het lijkt alsof Sadko gezocht heeft naar het idée fixe à la Berlioz en daardoor de boodschapper van het noodlot heeft gemist. Zo richt hij zijn spanningsopbouw in en bouwt hij het momentum op. Samengevat komt de intensiteit niet van binnenuit, maar lijkt die te zijn opgelegd. Als er niet echt te strijden valt kan het slotdeel per saldo niet meer zijn dan een opgewekte afsluiting in plaats van een stralende overwinning op datzelfde noodlot. Het beste slaagde het derde deel, de wals. Zo bezien zal het geen verwondering wekken dat de nogal uiterlijk gerichte Slavische mars wel een modelvertolking krijgt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links