CD-recensie

 

© Aart van der Wal, november 2016

 

R. Strauss: Ein Heldenleben op. 40 - Macbeth op. 23*

Radio-Sinfonieorchester Frankfurt o.l.v. Rafael Orozco-Estrada

Pentatone 5186582 • 67' • (sacd)

Opname: augustus 2014, Basilika Kloster Eberbach, Eltville*; december 2015, Alte Oper, Frankfurt

 

Wat moeten we vandaag nog met Strauss' Ein Heldenleben? De componist die zichzelf maar ook zijn huishouding (in de Sinfonia Domestica) graag op een muzikaal voetstuk zette, met veel opgeklopte dikdoenerij, narcistisch ook. Een man die vond dat hij niet onder hoefde te doen voor twee vroegere veldheren van naam en daad: Napoleon en Caesar. Maar dat die ijdeltuit kon orkestreren, daar twijfelt niemand aan. Strauss kon als dirigent én componist een groot orkest volkomen naar zijn hand zetten. Hij heerste als een veldheer over de orkestrale troepen, hanteerde daarbij een ingenieuze strategie en overwon waar die twee grote voorgangers hopeloos faalden. Toen Willem Mengelberg 26 oktober 1899 de première gaf, met het Concertgebouworkest in het Amsterdamse Concertgebouw, was iedereen die het werk hoorde volkomen sprakeloos, de critici incluis. Dat een 35-jarige zo'n formidabel orkestwerk kon componeren! Hoe het daar en toen precies heeft geklonken weten we helaas niet, maar het moet, de berichten volgend, inderdaad indrukwekkend zijn geweest. Wel is er een bewaard gebleven Amsterdamse opname uit het oorlogsjaar 1941, door het Britse Dutton magnifiek gerestaureerd. Minder florissant klinkt een eerdere, eind jaren twintig in New York gemaakte opname (verschenen op Pearl), waaruit wel blijkt hoe consistent Mengelbergs opvatting van het werk moet zijn geweest. Dat Strauss het opus opdroeg aan Mengelberg en zijn toen al in zeer hoog aanzien staande Concertgebouworkest was overigens zo vreemd niet: de ijdele toondichter begreep als geen ander dat het deze combinatie was die bij uitstek geschikt was om zijn gezwollen, zo niet overspannen maar ook uiterst virtuoze werk ten doop te houden.

Er is sindsdien veel gebeurd, maar Ein Heldenleben is gebleven. Merkwaardig genoeg heeft het ondanks alle eraan klevende bezwaren toch repertoire weten te houden. Voor menig orkest is het zelfs tot een waar paradepaard annex visitekaartje uitgegroeid dat ook graag op een grote tournee wordt meegenomen ( (sinds de première heeft alleen al het Concertgebouworkest het heldenepos maar liefst 192 keer uitgevoerd). Men kan er immers volop in schitteren, laten horen hoe goed men in het orkestrale vel steekt. Dat gold uiteraaard ook later voor het Concertgebouworkest, eerst met Haitink en daarna met Jansons. Beide dirigenten hebben met het orkest Ein Heldenleben discografisch ook vereeuwigd; en met evenveel succes als andere coryfeeën, waaronder - in willekeurige volgorde - Fritz Reiner, John Barbirolli, Thomas Beecham, Fabio Luisi, Sergiu Celibidache, Christian Thielemann, Herbert von Karajan, Karl Böhm, Rudolf Kempe, Yannick Nézet-Séguin, Manfred Honeck en Ingo Metzmacher. Al bepaalt de eigen persoonlijke voorkeur natuurlijk wie de hoogste ogen gooit. Het is altijd weer de kunst van een goed gedoseerde spanningsopbouw, naadloze transities, goed gekozen tempi en het juiste gevoel voor frasering, dynamiek en ritmiek.

De beste weg naar en door dit heldenleven is om de held en alles wat daaraan vastzit gelijk maar uit de gedachten te bannen. Niks held, 'gewoon' een orkestwerk waarin het voltallige orkest voluit kan gaan en kan schitteren. Dan is men in de beste handen bij de Berlijners onder Karajan en bij de Staatskapelle Dresden onder Kempe (de twee grote K's in het Strauss-repertoire).
En het Radio-Sinfonieorchester Frankfurt dat wordt geleid door Andrés Orozco-Estrada? Laat ik voorop stellen dat deze Columbiaan (Medellin, 1977) het Europese concertrepertoire goed onder de knie heeft en ook met Richard Strauss goed uit de voeten kan. Geen wonder, want hij studeerde in Wenen en dat scheelt behoorlijk. Hij heeft al eerder laten zien als dirigent zijn mannetje te staan, zoals in het Dvorák-repertoire (klik hier). Maar nu dan Strauss. Er is bij Orozco-Estrada en zijn orkest veel branie, zo niet opgelegd pandoer te bespeuren, hij durft met verve en veel ritmische energie danig uit te pakken, de dynamische grenzen worden bewust opgezocht en de strijkersklank zou zo uit Dresden hebben kunnen komen. Allemaal positief dus. Wat ik echter mis is een duidelijk geprofileerde karakterisering van de verschillende perioden binnen de symfonische context (al is het dan een 'Tondichtung') en de rol van de solo-instrumenten daarin. Zo biedt de concertmeester, Alejandro Rutkauskas, in zijn rol van vrouw van de held niet de vereiste mix van tederheid en warme gevoelens, de uitgebeelde strijd met de critici is voornamelijk klatergoud en het breekbare duet tussen solohoorn (de held) en echtgenote (viool) is allesbehalve dat. Het grote vredeswerk van de held, in zijn opzet al fragmentarisch door de vele symfonische gedichten die in sneltreinvaart passeren ('hoor mij eens citeren'), mist een verbindend betoog (vergelijk hier maar eens de optimaal op dreef zijnde Karajan of Kempe).

Die andere 'Tondichtung' op deze sacd, Macbeth, is niet meer dan een aardige opvulling die helaas in de schaduw blijft van de beste uitvoering die ik van het stuk ken: die van de Wiener Philharmoniker onder leiding van Lorin Maazel (overigens gekoppeld aan een andere 'draak', de Sinfonia Domestica). Wat in dit geval ook niet echt helpt is de naar mijn smaak de voor deze muziek te ruime akoestiek van het stift in Eltville. Het maskerende effect haalt de toch al geringe betekenis van het stuk nog verder onderuit. Maar zelfs de beste uitvoering en opname kan - ik herhaal het nog maar eens - niet verhelen dat het lege blabla is . Geen enkel thema blijft echt hangen, het structuurloze karakter is net zo evident en de thematische ontwikkeling is een saaie aangelegenheid. Dit is 'Ewige Unterhaltung' maar dan van het slechte soort. Jammer dat voor dit stuk is gekozen en niet voor het veel betere Till Eulenspiegel met zijn 'lustige Streiche'.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links