CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2016

 

Sjostakovitsj: Vioolconcert nr. 1 in a, op. 77 (nu op. 99)

Glazoenov: Vioolconcert in a, op. 82

Nicola Benedetti (viool), Bournemouth Symphony Orchestra o.l.v. Kirill Karabits

Decca Classics 478 8758 4 • 59' •

Opname: april 2015, Lighthouse, Poole (VK)

   

Laat ik er eerst vanaf stappen dat deze vioolconcerten inmiddels al vele malen het discografisch licht hebben gezien; en niet door de minsten onder de strijkers (Jascha Heifetz' vertolking van het Vioolconcert van Glazoenov blijft ondanks dat toch onovertroffen, vind ik). Het Eerste vioolconcert van Sjostakovitsj en het enige Vioolconcert van Glazoenov samenbrengen op een cd is evenmin nieuw, al worden ze door muzikale lichtjaren gescheiden (de enige gemeenschappelijke deler is de toonsoort). Het concert van Glazoenov ontstond in het al roerige Rusland van 1905, terwijl het concert van Sjostakovitsj werd geschreven in 1947, toen de Tweede Wereldoorlog nog maar net definitief geschiedenis was geworden maar de stalinistische heerschappij nog ongebroken in al zijn repressieve vormen alom vertegenwoordigd was. Glazoenovs goed gestemde romantiek tegenover Sjostakovitsj' in azijn en bijtende ironie gedompelde op. 99 (vroeger op. 77) De best denkbare contrastwerking dus, en bovendien van dien aard dat geen enkele violist van enige klasse het aan zich voorbij laat gaan. Laat staan Nicola Benedetti.

Ze mag dan een Italiaanse naam hebben, Nicola Benedetti is echt geboren in het Schotse Ayrshire. Ze werd een paar dagen geleden, op 20 juli, negenentwintig en dat betekent dat zij zich tot de jonge violistengeneratie mag rekenen; en bovendien tot een generatie met heel veel viooltalent in huis. Haar vorige cd met Bruchs Schotse Fantasie op. 46 die was gekoppeld aan traditionele Schotse volksliedjes in verschillende bewerkingen werd in okober 2014 door collega Siebe Riedstra positief besproken (klik hier). Al eerder, in 2012, bleek het Vioolconcert van Korngold bij haar in uitstekende handen. Die lijn kan onverkort worden doorgetrokken naar haar spel op deze nieuwe Decca-cd. De wijze waarop zij in zowel het concert van Sjostakovitsj als dat van Glazoenov sfeer opbouwt is zonder meer imposant, met een glanzende en gloedvolle toon die ook in de pianissimi zijn nobele kern behoudt. In Sjostakovitsj betekent 'sfeer' ook die van de bijtende spot, van een muzikaal vormgegeven groteske etalage van de meest uiteenlopende stemmingen, met uitlopers vol treurnis en strijdlust. Het zijn die elementen die ons in het Scherzo, dat rotsvast is gebouwd op het bekende motto D-S-C-H, of wel D, Es, C en B, door Benedetti op het scherpst van de schede worden ingewreven. Maar er is nog meer, zoals de Passacaglia die mag zich verheugen in een groot aangelegd momentum, de diep doorleefde cadens die daarop volgt doorleefd en de finale die uitmunt in gechargeerde vrolijkheid, met veel komische noten met een dubbele bodem, de grimas in de vorm van een lach. Misschien had Kirill Karabits haar in dit sardonische aspect meer partij moeten geven, minder braafheid moeten tonen, al staat er tegenover dat zijn benadering goed is uitgebalanceerd en het orkest zich van zijn beste kant laat horen. Luisterend via Spotify naar de uitvoering door Leonidas Kavakos en het Mariinski-orkest onder leiding van Valery Gergiev bracht mij tot de conclusie dat een geïnspireerde Gergiev in dit repertoire eigenlijk zijn gelijke niet heeft.

Glazoenovs tweedelige Vioolconcert lijkt eerder op een Rapsodie voor viool en orkest, met een navenant minder hechte structuur, en met een belangrijke rol voor de cadens die de beide delen van elkaar scheidt. Men zoekt het er misschien niet achter, maar Glazoenov laat de solist wel degelijk met veel inventie alle hoeken van de virtuozenkamer zien. Benedetti voelt zich daarbij als een vis in het water, maar wel miste ik soms de lyrische vervoering die deze muziek net die extra dimensie kan geven. Ik noemde in dit verband al Heifetz die ondanks alle virtuositeit het expressieve karakter voortdurend laat domineren. Over het dirigeren van Karabits en de speltechnische kwaliteiten van het orkest geen kwaad woord. Nog een opmerking over de opname: de balans is duidelijk iets teveel in het voordeel van de solist uitgevallen, waardoor de orkestpartijen (met name de houtblazers) soms ietwat naar de achtergrond verschuiven. Daar staat tegenover dat het wel degelijk een pakkende registratie is geworden.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links