CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2019

Schubert: Winterreise D 911

Ian Bostridge (tenor), Thomas Adès (piano)
Pentatone PTC 5186 764 • 73' •
Live-opname: september 2018, Wigmore Hall, Londen

   

In 2016 verscheen Schuberts Winterreise - Een meesterwerk ontleed van de hand van de Britse tenor Ian Bostridge in de vertaling van Frits van der Waa. Het boek werd hier door collega Paul Korenhof besproken. Dat boek, het nobele stemgeluid (hoewel hij als liedzanger nooit een van mijn favorieten is geweest) en de grote ervaring van Bostridge met 'Winterreise', op het podium en in de studio, zouden misschien doen vermoeden dat dit nieuwe album daarvan minstens de weerspiegeling is, maar helaas, niets is minder waar. Zeker, er zijn voldoende nieuwe inzichten te registreren, maar helaas overtuigen die niet. Sterker nog, vergeleken met zijn vorige opnamen is de reis juist bergafwaarts gegaan. Wat in dit geval extra spijtig is omdat de tenor Bostridge inmiddels ook aan de bovenzijde van het baritonale bereik zijn mannetje staat; zoals ook de sinds kort hevig in opspraak geraakte tenor Plácido Domingo op latere leeftijd dieper is gaan reiken. Geen unicum overigens: ook de van huis uit toch al diepgekleurde basstem van Robert Holl is met het klimmen der jaren dieper gaan reiken, wat ook zijn interpretaties ten goede kwam.

Het is dus zeker niet de stem van Bostridge die een obstakel vormt, maar zijn uiterst kleurrijke interpretatie. Ja, u leest het goed! Want wat is het geval? Zoals we wel vaker zien: door op bij wijze van spreken iedere (noot)slak zout te leggen, ieder accentje, iedere nuance, iedere dynamische aanduiding op de zelf ontworpen goudschaal te leggen, met iedere syllabe onder het vergrootglas, iedere lettergreep bijkans uitgekauwd, wordt het retorisch discours volkomen onderuit geschoffeld en de door Schubert bedoelde expressie geweld aan gedaan. Daardoor ontstaat bijna als vanzelf het onnatuurlijke beeld van een 'Winterreise' dat mijlenver van Schuberts sobere intenties afstaat.

In de beperking herkent men de meester en een meester is Bostridge dus niet (meer). Het is dit maniërisme en de niet loepzuivere benadering van deze zo dramatische cyclus die deze vertolking voor mij zo onuitstaanbaar maakt. Het is hevig over de top, terwijl Schubert aan het eind van zijn leven nu juist zo volmaakt en zo weergaloos indringend die top wist te bereiken. Zelfs in deze ijskoude wereld ontbreekt het in deze uitvoering nog aan frisheid.

Het gaat hier dus niet meer over Schuberts, maar over Bostridge's ‘Winterreise'. En dat door een zanger die dit repertoire als geen ander kent en er zelfs een dik boek met vele zijpaden over heeft geschreven. Maar misschien is dit wel tegelijkertijd het probleem: een vertrouwd werk opnieuw opnemen omdat 'nieuwe inzichten' dit rechtvaardigen. Er zijn vele voorbeelden te geven van wat oorspronkelijk werd beoogd, maar het tegenovergestelde werd bereikt.

En Thomas Adès? Een voortreffelijke componist, dirigent en pianist die voor de doelbewust door Schubert uitgemergelde pianopartij zijn hand natuurlijk niet hoeft om te draaien. Hij voegt zich voortreffelijk bij de visie van Bostridge (wat moet hij trouwens anders?), maar een aanbeveling is dat dus evenmin. Kortom, dit is geen album (waarvoor de tenor zelf de toelichting schreef) om echt voor warm te lopen. Met twee Britten aan het roer zal het in de chauvinistisch getinte tijdschriften en kranten wel weer hosanna zijn, maar u bent alvast gewaarschuwd!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links