Boeken

 over componisten

 

© Paul Korenhof, juli 2016

 

 

Ian Bostridge: Schuberts Winterreise - Een meesterwerk ontleed
Vertaling: Frits van der Waa.
Uitg.: Hollands Diep, Amsterdam 2016.
ISBN 2016 9789048827411 (525 p. geïll.)

 

 

 


Om maar met de deur in huis te vallen: dit is niet de analyse van Schubert's Winterreise die we mede op basis van de (onder)titel zouden verwachten. Een aantal liederen uit de cyclus wordt inderdaad geanalyseerd, soms zelfs heel gedetailleerd, maar andere worden nauwelijks of zelf in het geheel niet besproken. Regelmatig lijkt het de Engelse tenor Ian Bostridge vooral te doen om het belichten van de historische en sociologische achtergronden, en soms kan hij zich ook laten meeslepen door de associaties die een lied bij hem oproept. Begrijpelijk. Niet alleen kent Bostridge tekst en muziek door en door, maar bovendien is hij van huis uit historicus en ook nog eens getrouwd met een historica met als specialisme de periode 1820-1830 waarin Schubert's cyclus ontstond.

Een mogelijk nadeel van zijn persoonlijke achtergronden - iedere lezer zal daarover zelf moeten oordelen - is dat hij herhaaldelijk te breed uitweidt, vooral over de historische omstandigheden en de politieke en maatschappelijke omstandigheden waarmee Schubert geconfronteerd werd. Lezenswaardig zijn die zeker, wetenswaardig eveneens, maar door de opbouw van het boek in 24 hoofdstukken waarbij de tekst van de afzonderlijke liederen steeds het uitgangspunt vormt, wordt het gevaar van herhaling soms heel reëel.

Tijdsbeeld
Al lezend kwam ik regelmatig op de gedachte dat het helemaal geen slecht idee was geweest als Bostridge zwas begonnen met een hoofdstuk over enkele algemene zaken die nu ofwel meer dan eens terugkomen ofwel zonder direct verband associatief bij een bepaald lied worden ondergebracht. Ik denk daarbij aan onderwerpen die betrekking hebben op het ontstaan van Winterreise en op de repressieve sfeer die zich na het Congres van Wenen in veel Duitse staten het politieke klimaat was gaan beheersen en waarvan de kern wordt samengevat op p. 392:
"Müller en Schubert leefden allebei in een postrevolutionaire periode, onder een bewind dat niets moest hebben van hervormingen, en waarin de ontevredenheid van de ontwikkelde middenklasse over de onderdrukking die men ervoer onder het reactionaire regime, duidelijk merkbaar was."

Andere elementen die eveneens beter in een algemene inleiding hadden gepast, zijn de meer technische details omtrent bijvoorbeeld de verschillende versies van de liederen, die ten dele zijn ontstaan vanuit de zich wijzigende opvattingen van de componist, maar ten dele ook op verzoek van zijn uitgever. Bovendien stuitte ik diverse malen op zaken die misschien beter in een noot hadden kunnen worden ondergebracht, maar die eveneens een plaats hadden kunnen vinden in een inleidend hoofdstuk. Een daarvan is Bostridge's kritiek op het foutieve gebruik van het lidwoord als aan het werk gerefereerd wordt als Die Winterreise. (De parallel met titels als Götterdämmerung en Pagliacci, regelmatig misvormd tot Die Götterdämmerung en I Pagliacci dringt zich hier op.)

Romantisch levensgevoel
Dat alles maakt Bostridge's gedachten naar aanleiding van deze altijd weer fascinerende liedcyclus belangwekkend waar hij op tekst en muziek ingaat, maar ook bijzonder informatief ten aanzien van andere onderwerpen. Tegelijk is het echter geen boek om achter elkaar uit te lezen, eerder een 'nachtkastboek' voor één hoofdstuk vóór het slapengaan. In ieder geval ben ik het op een gegeven moment zelf ook zo gaan lezen, aanvankelijk nog vooral vanwege Winterreise, maar steeds meer vanwege Bostridge's analyse van het levensgevoel dat kenmerkend is voor de Midden-Europese Romantiek. Ter illustratie hier enkele notities naar aanleiding van een paar opeenvolgende hoofdstukken:
- hfdst. 5 Der Lindenbaum: de tekst van Müller dient als uitgangspunt voor een uiteenzetting van 35 bladzijden over romantische symboliek, romantische liefde en raakvlakken met andere werken waaronder Mahler's Lieder eines fahrenden Gesellen; een derde van het hoofdstuk is zelfs gewijd aan Der Zauberberg van Thomas Mann.
- hfdst. 6 Wasserflut: gaat helemaal niet over het gelijknamige lied maar over zingen in het algemeen, waarbij op p. 182 helder en beknopt de essentie van zingen wordt geplaatst tegenover het bespelen van een instrument: "[zangers zingen] geen noten (.) maar woorden, frasen en zinnen, waarbij de relatie tussen medeklinkers, klinkers en al dan niet beklemtoonde zinsdelen een voortdurend contrapunt oplevert met de kale achtsten, kwarten en halve en hele noten die op papier staan."
- hfdst. 7 Auf dem Flusse: over klimaat en ijstijden (!).
- hfdst. 8 en 9 Rückblick en Irrlicht: deze naar verhouding korte hoofdstukjes gaan bij wijze van uitzondering vrijwel uitsluitend over de gelijknamige liederen.
- hfdst 10 Rast met dertig bladzijden een van de langere hoofdstukken waarin Bostridge, uitgaande van de door Müller genoemde kolenbrander, uitvoerig ingaat op de mogelijke en dus ook versluierde politieke achtergronden de het verzet van Müller en Schubert tegen een atmosfeer waarin zelfs de vrijheid van denken onder druk stond.
- hfdst. 11 Frühlingsstimmen: hier schakelt de auteur vanuit een muzikale analyse over op de rol van sneeuw, ijs en vooral ijsbloemen in zowel de literatuur als de filosofie. Het had iets korter gekund, maar boeiend is zijn verhandeling wel.
- hfdst. 12 Einsamkeit: de dertig bladzijden waarin aan de hand van onder meer de schilderijen van Caspar David Friedrich en andere liederen van Schubert onderzoek wordt gedaan naar het 'romantisch levensgevoel', vormen voor mij een van de hoogtepunten van dit boek.

Vertaling en presentatie
Vertaler Frits van der Waa heeft zich duidelijk met zorg van zijn taak gekweten, zowel ten aanzien van de tekst van Bostridge als ten aanzien van de gedichten van Müller waarmee de afzonderlijke hoofdstukken worden geopend. Daarbij heeft hij bewust gezocht naar een Nederlandse vertaling die recht deed aan zowel de originele tekst als aan de soms gekleurde interpretatie van Bostridge, die zich daarvoor in zijn voorwoord ook verantwoordt. Hetzelfde geldt voor de citaten en andere gedichten die her en der in de tekst te vinden zijn.

Veel waardering heb ik voor de presentatie in een leuk compacte en prettig leesbare uitgave met vrije regelval, die zowel de tekst als de vele uitstekend gekozen illustraties goed laat uitkomen. Een paar tekstfouten is helaas storend, zeker als er op één bladzijde (p. 18) twee staan die duidelijk wijzen op een onzorgvuldige correctie. Verder struikelde ik onder meer over een onjuiste grammaticale constructie (p. 124, openingszin van de tweede alinea) en nog enkele oneffenheden, waaronder een paar modieuze verschijnselen die kenmerkend zijn voor het 'moderne Nederlands'. zoals de verschijning van het niet bestaande maar tegenwoordig bijna onvermijdelijke 'diegene' (p. 382) en een populair 'jij' waar 'u' beter op zijn plaats was geweest (p. 492). De afwezigheid van een taalkundig beslagen corrector bleek echter vooral uit een ander 'modernisme': de nonchalante (lees: gebrekkige) interpunctie; nog maar weinig mensen beseffen kennelijk dat het wel of niet plaatsen van een komma zelfs een betekenisverschil kan opleveren. (Met het oog daarop heb ik in het tekstcitaat hierboven de interpunctie aan de grammaticale regels aangepast.)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links