CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2019

Saariaho: Vers toi qui es si loin (voor viool en orkest) (2000/2018)* - Circle Map (voor orkest) (2012) - Neiges (voor 12 celli) (1998)* - Graal Théâtre (voor viool en orkest) (1994)

Peter Herresthal (viool), Oslo Philharmonic Orchestra o.l.v. Clément Mao-Takacs
BIS-2042 SACD • 87• (sacd)
Opname: juni 2018, Oslo Concert Hall

* Eerste studio-opname

   

Het eerste dat opviel toen ik de verpakking bekeek: ‘BIS ecopack'. Het Zweedse label maakt er nu toch echt serieus werk van: een milieuvriendelijke verpakking. Er hoefden geen bomen voor te worden gekapt, de drukinkt komt uit de soja (die overigens wel door verschillende milieubewegingen onder vuur is genomen, met name door de daarmee verband houdende afbraak van het Amazonegebied), de lijm is biologisch en de vernis is uiteraard op waterbasis. Voeg daarbij het karton dat FSC/PEFC is gecertificeerd en het lichte gewicht (ook milieubesparend) en het zal duidelijk zijn dat BIS nu dan toch echt de weg heeft ingeslagen naar een groenere wereld. Er is behoudens de cd zelf geen plastic meer te bekennen. Misschien maken we het zelfs nog mee dat de cd van carton is!

Kan een album geheel gewijd aan muziek van de Finse componiste Kaija Saariaho (1952) uitgroeien tot een verkoopsucces? Het zou me verbazen. Aan de kwaliteit van haar werk ligt het zeker niet, maar veel eigentijdse muziek vraagt nu eenmaal om nogal wat inlevingsvermogen. De luisteraar (laat staan de musicus…) moet dus bereid zijn om hobbels nemen en dat in een tijd die nu niet bepaald wordt gekenmerkt door artistiek engagement en geconcentreerd luisteren. Ik ga niet op de denkbeeldige stoel van Adorno zitten, maar stel om mij heen wel vast dat het uitluisteren van een Brahms-symfonie voor menigeen al een hele opgave blijkt te zijn, laat staan van een werk van Saariaho! Het mobieltje als sta-in-de-weg, de vluchtigheid van ‘Spotify on shuffle' en zo verder.

Saariaho (naar de naam van de man waarmee zij de eerste keer was getrouwd) deed in de Finse hoofdstad veel kennis op aan de Sibelius Academie. Twee van haar studiegenoten brachten het eveneens tot grote roem: Esa-Pekka Salonen en Magnus Lindberg. Ze verruilde haar vaderland voor Frankrijk, waar ze nog steeds woont, in hartje Parijs. Ze vindt zelf dat ze veel heeft opgestoken van Gerard Grisey, samen met Pierre Boulez een belangrijke inspirator achter het Parijse IRCAM. Saariaho was in de bloeitijd van dit zeer gerenommeerde instituut op het gebied van de eigentijdse muziek een van de muziekvinders die de spectrale antecedenten van de muziek onderzocht. Zoals zoveel collega's van haar generatie mengde zij zich daar ook met verve in het intellectuele debat over de toekomst van de muziek met muziekwetenschappers, musici en computerprogrammeurs. Bij het IRCAM werkte ze ook intensief aan allerlei nieuwe stukken in een mengsel van akoestische instrumenten en elektronica. Ze droeg in dit verband bij aan de ontwikkeling van nieuwe soft- en hardware zoals die vandaag nog steeds wordt gebruikt. Haar interesse in de elektronica heeft ook haar inzichten in allerlei akoestische fenomenen sterk vergroot, wat in haar muziek eveneens tot uitdrukking komt. Haar productie mag hoog worden genoemd en bovendien in de meest uiteenlopende genres (solo, concert, kamermuziek, vocaal, orkest, opera).

Het lijkt een lastig vraagstuk: hoe inspiratie en de toepassing van elektronica met elkaar samen kunnen gaan. Het eerste heeft iets ongrijpbaars, het tweede is pure techniek. Zou je denken. Maar al ver terug in de tijd bewezen componisten als Henk Badings en Karlheinz Stockhausen dat het wel degelijk mogelijk bleek om met elektronische ‘naald, draad en schaar' tot verbazingwekkend fraaie resultaten te komen. Het was het klinkende bewijs dat ook uit puur technische hoogstandjes inspiratie kon worden geput. Of dat techniek tot inspiratie kon leiden (het is maar vanuit welke optiek het wordt bekeken).

Een goed voorbeeld daarvan is Saariaho's ‘Neiges' uit 1998, op dit album vertegenwoordigd in de versie van niet acht maar twaalf celli (en daarmee tevens de eerste commerciële opname), ontstaan - zoals alle overige werken op dit album - in Saariaho's ‘middenperiode' en gecomponeerd met behulp van computeranalyse. Het lijkt alsof ze daarin althans deels de weg terug heeft afgelegd naar haar IRCAM-experimenten (wat Boulez overigens eveneens heeft gedaan).

Het vorig jaar gecomponeerde ‘Vers toi qui es si loin voor viool en orkest is niets anders dan de instrumentalebewerking van de slotaria uit haar opera ‘L'Amour de loin' van achttien jaar eerder. We krijgen uitzicht op een fascinerend discours, tevens als bevestiging van het feit dat de karakteristieke klankeigenschappenvan de viool vrij dicht bij die van de menselijke stem komen. Het werk is opgedragen aan Peter Herresthal, de violist in het gezelschap. Het orkestwerk ‘Circle Map' (2012) kent een puur elektronische onderbouw die zich moeiteloos mengt met het ‘klassieke' instrumentarium. Het is geïnspireerd op de poëzie van de Perzische dichter Rumi (1207-73), aan wie Saariaho haar ‘elektronische stem' heeft gegeven. Collega Siebe Riedstra besprak al eerder een opname van dit werk, met het Koninklijk Concertgebouworkest onder Susanna Mälkki, in de bekende Horizon-serie (klik hier).

In het voor viool en orkest geschreven ‘Graal Théâtre' (1994) ontwikkelt het orkestmateriaal zich puur vanuit de soloviool. Daarbij kent het exotisme geen andere signatuur dan die van Saariaho. Anders gezegd: veel van haar kleurrijke landschappen laat zich niet met die van andere tijdgenoten in verband brengen (dus geen Dusapin, Murail, Boulez of Vivier, om slecht enige namen te noemen). Het is een groots aangelegd werk met een speelduur van rond een halfuur. Zoals in veel werk van Saariaho draait het merendeels om de cellulaire techniek en fantasie- en detailrijke kleurstellingen. Bijzonder is ook dat de soloviool zich weliswaar voortdurend vloeiend met het orkest mengt maar toch zijn individualiteit behoudt.

De uitvoeringen zijn onberispelijk van toon en inhoud. Ze stralen tevens autoriteit uit, wat mogelijk mede samenhangt met Saariaho's aanwezigheid tijdens de opnamen en de grote reputatie van de dirigent in dit zo bijzondere repertoire. Misschien was Saariaho wel net zo kritisch als eens Kurtág en Goebaidoelina tegen Reinbert de Leeuw en het Asko|Schönberg... BIS heeft het contemporaine karakter van deze muziek een bijpassende omlijsting meegegeven: de extreem heldere opname laat ons de complexiteit van Saariaho's ‘klanktaal' op de voet volgen. Let overigens op de speelduur van deze sacd: ruim 87 minuten!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links