CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2021


Romberg: Vioolconcert nr. 4 in C - nr. 12 in g - nr. 9 in A

Chouchane Siranossian (viool), Capriccio Barockorchester o.l.v. de solist
Alpha 452 • 77' •
Opname: april 2018, Radiostudio Zürich-Brunnenhof (CH)

   

De Nedersakser Andreas Jakob Romberg (1767-1821) was een tijdgenoot van Beethoven (1770-1827) die vooral de kost verdiende als virtuoze violist en die samen met zijn neef en leeftijdsgenoot, de cellist Bernhard Romberg (1767-1841), al in 1775 als ware ‘wonderkinderen' op hun instrument, per postkoets een concertreis maakten naar het in die tijd verre Amsterdam.

Samen kregen ze in 1782 een plek in de bisschoppelijke muziekkapel in de domstad Münster, waar hun vader al eerder emplooi had gevonden. Andreas moet zich in die tijd ook aan de compositiestudie hebben gezet en aldus ook vaktechnisch kennis hebben gemaakt met de toen nieuwste werken.

In 1790 verhuisden Andreas en Bernhard van Münster naar Bonn om daar in dienst te treden van het muziekgezelschap van aartsbisschop Maximilian Franz, zoon van keizerin Maria Theresia. Daar kwamen zij ook in contact met de hoforganist Ludwig van Beethoven. Hun verblijf in Bonn was echter van tamelijk korte duur, want de oorlogsomstandigheden dwongen de aartsbisschop om zijn kapel in 1793 op te heffen. De Rombergs namen daarom in september van dat jaar noodgedwongen de wijk naar Hamburg om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Zij waren bepaald de enigen niet die in die tijd te lijden hadden onder de napoleontische veldtochten en ander oorlogsgerief.

In 1795 ondernamen de Rombergs een uitgebreide muziekreis naar Italië en Oostenrijk, waar ze onder anderen een bezoek brachten aan de in Wenen wonende Joseph Haydn, die voor hen niet alleen in muzikaal opzicht een goede bekende was. Haydn had al eerder, onderweg naar Londen, Bonn aangedaan en daarbij tevens een bezoek gebracht aan de Romberg-familie en er eveneens Beethoven leren kennen. Voor Andreas was en bleef Haydn zijn creatieve leven lang een schoolvoorbeeld op het gebied van het componeren.

Andreas besloot in 1801 om Hamburg voor Parijs te verruilen, de toen al veel kunstenaars lokkende lichtstad, maar het lukte hem niet om daar als componist en vioolvirtuoos naam te maken. Hij keerde dus maar weer terug naar Hamburg en beleefde daar in 1809 het grote succes van zijn Das Lied von der Glöcke op tekst van Friedrich Schiller. Het stuk wist in de negentiende eeuw decennialang repertoire te houden, niet in de laatste plaats dankzij de vele niet-professionele koorverenigingen die het zich had toegeëigend.

In Hamburg werden de economische omstandigheden echter alsmaar slechter: de stad leed enorm onder de door de Fransen ingestelde handelsblokkade tegen Engeland en voor Andreas zat er tenslotte weinig anders op dan elders opnieuw een bestaan op te bouwen. Die kans kreeg hij ook, vooral dankzij Louis Spohr, die hij in 1815 opvolgde als ‘Hofkapellmeister' aan het hof in het Thüringse Gotha. Hij zou er echter niet al te lang plezier van hebben, want zijn lichamelijke toestand begon steeds meer te wensen over te laten, tot hij in 1821 in Gotha overleed.

Romberg was een van de vele componisten die zich in eerste instantie toelegden op virtuoze viool- en orkestmuziek, om zich later (voor Andreas gold dat met name voor zijn Hamburgse periode) steeds sterker tot de vocale en kamermuziek aangetrokken te voelen.

Hij schreef maar liefst twintig vioolconcerten, waarvan er uiteindelijk slechts vier in druk verschenen; waarschijnlijk doordat hij ze exclusief voor eigen gebruik bestemde, maar ook omdat hij in de loop der tijd in dit metier stevige concurrentie ondervond van een jongere generatie, waaronder de reeds genoemde Louis Spohr (1784-1859), die Andreas Romberg qua roem al snel ver voorbij was gestreefd. Maar ook andere nieuwe namen doken op, zoals die van Rodolphe Kreutzer (1766-1831) en Pierre Rode (1766-1831), namen die ook rondom Beethoven cirkelden. Geen wonder dus dat Rombers vioolspel en daarmee zijn vioolcomposities daarmee vergeleken al snel als ‘verouderd' werden afgedaan.

In de op dit album verzamelde drie vioolconcerten vinden we daarvan ook wel enigszins de bevestiging. Ze zijn ontegenzeglijk knap geconstrueerd, maar vanuit het perspectief van oorspronkelijkheid zeker niet opzienbarend. En vooral niet als ze worden vergeleken met de in ongeveer dezelfde periode ontstane vioolconcerten van de ‘Weense' Mozart (die daarin aanmerkelijk meer inventie aan de dag legt), laat staan dat van Beethoven. Romberg volgde erin ‘keurig' het spoor van de gevestigde Weense Klassiek. Het begin van het openingsdeel van nr. 12 in g lijkt zo te zijn ‘weggelopen' uit een zéér bekende Haydn-symfonie…

Dat niet bepaald positieve beeld kan echter in die zin worden bijgesteld dat het wel degelijk aantrekkelijke muziek is die – zij met Haydn als het ware op de achtergrond - in historisch opzicht wel degelijk een – zij het dan bescheiden plek - verdient in de catalogus. En temeer omdat de uitvoering door de violiste Chouchane Siranossian (zij dirigeert tevens het barokorkest) niets te wensen overlaat. Dat bleek overigens al eerder, met haar vertolkingen van vioolconcerten van Giuseppe Tartini, toen met het door Andrea Marcon geleide Venice Baroque Orchestra, eveneens op het Alpha-label (klik hier).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links