CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2020

Tartini - Violin Concertos

Tartina: Vioolconcert in e, D 56 - in A, D 96 - in d, D 45 - in G - in D, D 44

Chouchane Siranossian (viool), Venice Baroque Orchestra o.l.v. Andrea Marcon
Alpha 596 • 80 •
Opname: september 2019, Teatro Eden, Treviso (I)

   

Een virtuoos op de viool, een componist van allure en een muziekwetenschapper van formaat: dat was de Italiaan Giuseppe Tartini allemaal. Hij werd in 1692 geboren in Pirano (nu het Sloveense Piran, waar op het grote stadsplein een fraai monument voor Tartini werd opgericht) en overleed in 1770 in Padua. Een niet alleen in tijd uitgemeten rijk leven dat na zijn jeugdjaren begon met een studie theologie, literatuur en wijsbegeerte aan de universiteit van Padua. Zijn ouders hadden hem voorbestemd voor het priesterschap, maar de liefde kwam tussenbeide: hij ontvluchtte het voor hem verstikkende klimaat met een studiegenote, nota bene een nichtje van de bisschop. Het nichtje belandde in een klooster, evenals Giuseppe, zij het dat hij in een ander convent terechtkwam: in Assisi. Gelukkig verenigden beiden zich later weer. Geen sprookjesverhaal, maar wel een geschiedenis van eind goed al goed.

Tartini studeerde eerst compositie bij de Tsjechische muziektheoreticus Bohuslav Cernhorski, waarna hij zich in Verona de fijne kneepjes van het vioolspel liet bijbrengen door Gasparo Visconti. Zijn beroemde vioolstudie ‘Arte dell'arco', ‘Kunst van de strijkstok', ontstond niet in Verona, maar in Cremona. In 1721 volgde zijn aanstelling als kapelmeester van de Cappella del Santo, een prestigieuze positie die hij tot zijn dood bleef innemen.

Dat zijn muzikale talenten ook buiten Italië opvielen blijkt wel uit de uitnodiging die hij twee jaar later van graaf Kinsky ontving: of hij naar Praag wilde komen om daar de kroning van Karel VI muzikaal op te luisteren. Tartini accepteerde de uitnodiging die hem overigens geen windeieren legde: tot 1726 bleef hij als goed betaald orkestlid verbonden aan het hoforkest van de graaf.

Eenmaal weer terug in Italië legde Tartini in 1728 de basis voor een vioolschool die net als hij al snel alom werd geroemd. De school trok viooladepten uit heel Europa aan, waaronder ook de Nederlander Pieter Hellendaal. Maar ook de componist Tartini werd in Europa gelauwerd en zijn werk werd overal gespeeld.

Hij schreef onder meer een groot aantal vioolconcerten die analoog aan de mores van die tijd precies datgene boden waar door musici en muziekliefhebber reikhalzend naar werd uitgekeken: door virtuositeit doordesemende hoekdelen en expressieve middendelen, voorzien van een gloedvolle, geraffineerde instrumentale omlijsting met tevens veel aandacht voor een heldere stemvoering. Die vioolconcerten maakten overigens slechts een bescheiden deel uit van een indrukwekkend oeuvre

Zijn vioolconcerten zijn in de hoekdelen uitgesproken virtuoos en net zo overtuigend expressief in de langzame (midde)ndelen, en bovendien altijd getooid met een warme instrumentale glans die de doorzichtigheid van het klankweefsel nooit in de weg staat. Tartini was een veelschrijver, getuige het immense oeuvre dat hij achterliet, waaronder ruim 130 vioolconcerten, 170 vioolsonates (waaronder de bekende 'Sonata del Diavolo', de 'Duivelstriller'-sonate), 50 triosonates en allerhande andere sonates en concerten, naast ingewikkelde theoretische verhandelingen over het vioolspel, de kunst van de ornamentatie en de harmonieleer.

Evenals bij Vivaldi is de neiging natuurlijk groot om in die enorme productie op zoek te gaan naar een in stilistisch opzicht goede doorsnee ervan. De op dit nieuwe album vastgelegde vioolconcerten voldoen daar zeker aan: in de loop van zijn lange leven heeft Tartini in stilistisch opzicht immers vastgehouden aan de al vroeg ingeslagen weg. Wel getuigt met het klimmen der jaren het virtuoze karakter van zijn muziek van een toegenomen rijpheid en inventiviteit. Maar ook de inspiratie viert hoogtij, in combinatie met het grote vakmanschap dat van deze muziek – en dat geldt ook voor deze vioolconcerten – afstraalt.

Minos Doumias heeft niet alle werken van Tartini gecatalogiseerd, al dacht hij misschien van wel. Toch duiken er soms nog een of meerdere op uit het een of andere archief. Zo vond de musicologe Margherita Canale het Concerto in G dat op dit album zelfs zijn première beleeft. Niet minder belangrijk is dat zowel de barokvioliste als het ensemble onder leiding van Andrea Marcon de historiserende uitvoeringspraktijk het volle pond geeft en door de aangebrachte versieringenTartini's galante stijl nog eens extra cachet geeft. Deze toch al uitermate bekoorlijke muziek krijgt er daardoor nog een belangrijke dimensie bij. Het spelniveau is hoog, de brille straalt ervan af en de opname laat het tot in ieder denkbaar detail horen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links