CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juli 2019

Rihm: Requiem-Strophen

Mojca Erdmann en Anna Prohaska (sopraan), Hanno Müller-Brachmann (bariton), Chor & Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks o.l.v. Mariss Jansons
Neos 11732 • 80' •
Live-opname: 31 maart 2017, Herkulessaal, München

   

Menigeen zal het zich nog goed herinneren: de wereldpremière van ‘Mysteriën' van Louis Andriessen (collega Emanuel Overbeeke heeft er een artikel aan gewijd) in het Amsterdamse Concertgebouw, door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van zijn toenmalige chefdirigent Mariss Jansons. Een opdrachtwerk van het jubilerende orkest, waarvan de uitvoering door Radio 4 rechtstreeks werd uitgezonden en later een waardig plaatsje kreeg in de progressief getinte Horizon-serie (nr. 6) van RCO Live en door collega Siebe Riedstra hier werd besproken. De eraan voorafgegane repetities in het bijzijn van de componist deden nogal wat stof opdwarrelen en deden bovendien vermoeden dat Jansons weinig affiniteit had met het kakelverse opus en dat de her en der toch al bestaande twijfels omtrent diens affiniteit met de eigentijdse stromingen in de muziek er alleen maar door werden bevestigd. Wie echter de moeite neemt om in alle rust die opname nog eens de revue te laten passeren, komt wellicht tot een ietwat milder oordeel, wat overigens niet wil zeggen dat het op die gedenkwaardige 3 november 2013 echt een topuitvoering werd.

Ik behoor niet tot degenen die zich al bij voorbaat laatdunkend uitlaten over Jansons dirigeren van eigentijdse muziek. Er is om een minder voor de hand liggende reden bovendien onvoldoende aanleiding voor, want de Let houdt zich bij voorkeur bezig met het klassieke en (laat)romantische repertoire, met slechts incidenteel een uitstapje naar de moderne of - een nog grotere uitzondering - eigentijdse muziek. Geen waardeoordeel, wel een frequentieoordeel!

Wie enigszins in dit metier is ingevoerd verwacht daarom mogelijk niet wat toch is gebeurd: de door Jansons geleide uitvoering en daarmee tevens de wereldpremière van een belangrijk nieuw werk van Wolfgang Rihm: ‘Requiem-Strophen', gecomponeerd in 2015/16, in opdracht van de bekende Musica Viva serie (kort na de Tweede Wereldoorlog opgericht door de bevlogen Duitse componist en organisator Karl Amadeus Hartmann) in samenwerking met de Bayerische Rundfunk.

Een imposant vierdelig werk van bijna tachtig minuten voor twee sopranen, bariton, gemengd koor en uitgebreid symfonieorkest. Het Duitse label Neos heeft samen met BR Klassik (het commerciële huislabel van de Beierse omroep) voor de vereeuwiging van dit memorabele concert gezorgd. Een initatief dat er wezen mag, maar wel met als kanttekening dat om de een of andere duistere reden is nagelaten om de teksten toch tenminste in Engelse vertaling in het cd-boekje op te nemen. Die omissie was nog enigszins plausibel geweest als het uitsluitend om de (welbekende) Latijnse requiemtekst was gegaan, maar daarvan is geen sprake: Rihm heeft vooral elders inspiratie gezocht, zoals blijkt uit de vele citaten uit de Psalmen, de Vulgata, Rainer Maria Rilke (Der Tod ist groß), Johannes Bobrowski (Der Tod), Michelangelo (sonnetten), Hans Sahl (Strophen, tevens epiloog) en natuurlijk de Missa pro defunctis. De strofische opzet van het gehele werk blijkt ook glashelder uit de titel: ‘Requiem-Strophen'. Want dat is precies zoals het is: een in muziek (en wat voor muziek) gedoopt en verknoopt geheel van uiteenlopende versregels, hetzij als zich herhalend onderdeel, hetzij op zichzelf staand.

Wie zowel achterliggende inhoud als werkingssfeer van Rihms ‘Requiem-Strophen' goed wil begrijpen (het doorvorsen ervan lijkt mij overigens essentieel voor een begripvolle ‘Rezeption'!) kan niet beter terecht dan bij het bekende boek van George Steiner: ‘Von realer Gegenwart' (gepubliceerd in 1989 en o.a. bij Bol.com verkrijgbaar) ofwel: ‘Hat unser Sprechen Inhalt?' De auteur stelt daarin de diepe ellende die ons huidige tijdsbeeld beheerst op een buitengewoon spitse en indringende manier aan de orde. Of zoals een criticus het uitdrukte: ‘Der Misere unseres Zeitalters und dessen sekundärer, parasitärer Kultur, in der die Welt zu Tode geredet zu werden droht und in der sich Beliebigkeit und Relativismus durchsetzen'. De in het cd-boekje opgenomen toelichting van Jan Brachmann mag net zo onmisbaar heten.

Ook het bekende gedicht van Rilke, het slotstuk uit ‘Das Buch der Bilder', moet voor Rihm een belangrijke inspiratiebron zijn geweest, want de aangrijpende lyriek komt herhaaldelijk terug, wordt zelfs over het gehele werk uitgespreid:

Der Tod ist groß.
Wir sind die Seinen
lachenden Munds.
Wenn wir uns mitten im Leben meinen,
wagt er zu weinen
mitten in uns.

Rihm heeft niet alleen Steiners boek tot belangrijk deel van zijn gedachtewereld gemaakt, maar de auteur ook persoonlijk gekend. In 2004 sprak hij hem in de Berlijnse Kunstacademie, zowel over het boek als over de ‘dimensies van het menselijke en het onmenselijke in de muziek'. Dat ‘Requiem-Strophen' dit ook uitstraalt is evident. We vinden het terug in de teksten en de noten. Zoals daar ook de niets verhullende dialogen zijn met werk van Brahms (Ein deutsches Requiem) en Sjostakovitsj (Symfonie nr. 14). Dat deze opzet geheel anders is dan die van Rihms Requiem uit 1995 mag dus tevens duidelijk zijn. Zoals het ook zonneklaar is dat de dood in zijn verschillende verschijningsvormen Rihm al jarenlang bezighoudt. Dat gold trouwens ook voor Brahms, zoals onder meer blijkt uit de 'Vier ernste Gesänge' en het reeds genoemde Requiem.

De instrumentale bezetting is bescheiden gehouden, met tweevoudig bezette (alt)fluit / piccolo, (alt)hobo, (bas)klarinet, (contra)fagot, hoorn, trompet, trombone, plus tuba, pauken, slagwerk, piano, orgel, harp en het gebruikelijke strijkerskorps. Op de site van de muziekuitgever, het Weense Universal Edition, kunt u er het een en ander over lezen. Daar vindt u ook een boeiend vraaggesprek met de sopraan Anna Prohaska, alleen al de moeite waard omdat het wordingsproces van dit imposante opus ook voor de leek daardoor inzichtelijker wordt. U kunt er tevens de volledige partituur inzien, zij het alleen als 'pfd preview'. Het is echter de moeite meer dan waard.

De uitvoering zelf? Het heeft geen enkel praktisch nut om het zo te omschrijven, want het betreft immers ‘slechts' de première (in de hoop dat nog vele uitvoeringen mogen volgen!), maar het heeft alle schijn en schittering van een ‘uitvoering uit duizenden' omdat, met de partituur* bij de hand, werkelijk alles klopt. Er is geen moment dat een gevoel ontstaat dat niet hoog genoeg wordt gereikt of gerealiseerd, terwijl het expressieve momentum een overweldigende indruk achterlaat. We staan weer voor dat overbekende adagium: het kan wel anders (muziek is geen stilstaand water), maar beter kan het niet worden. Al besef ik dat dit laatste nooit een een zekerheid kan zijn, maar slechts het gevoel verklankt dat resteert nadat de laatste noten verklonken zijn. Het geeft ook aan dat alle betrokkenen zich met hart en ziel hebben ingezet voor dit grootse project en dat dit er ook vanaf straalt. Een kolossale prestatie, een kolossaal werk.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links