CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2017

 

Cuarteto Quiroga - Statements

Haydn: Divertimento a quattro in C, op. 20 nr. 2
Webern: Langsamer Satz
Sollima: Sonnets et Rondeaux

Cuarteto Quiroga: Altor Hevia en Cibrán Siera (viool), Josep Puchades (altviool), Helena Poggio (cello)
Cobra 0035 • 54' •
Opname: december 2010, Renswoude

Cuareto Quiroga - (R)evolutions

Schönberg: Strijkkwartet in D
Webern: Rondo (1906) - Sechs Bagatellen op. 9 - Fünf Sätze für Streichquartett op. 5
Berg: Strijkkwartet op. 3

Cuarteto Quiroga: Altor Hevia en Cibrán Siera (viool), Josep Puchades (altviool), Helena Poggio (cello)
Cobra 0037 • 64' •
Opname: december 2012, Schiedam

Cuareto Quiroga - Frei aber Einsam

Brahms: Strijkkwartet nr. 1 in c, op. 51 nr. 1 - nr. 2 in a, op. 52 nr. 2

Cuarteto Quiroga: Altor Hevia en Cibrán Siera (viool), Josep Puchades (altviool), Helena Poggio (cello)
Cobra 0048 • 73' •
Opname: december 2013, Schiedam


 


Ieder ensemble, onverschillig of het een duo, een trio, een kwartet, een kamer- of een symfonieorkest betreft, kent zijn volstrekt eigen dynamische grenzen. Wat (nog) wel en wat niet meer mogelijk is, wil de klankkwaliteit niet uit de bocht (gaan) vliegen. De meeste componisten weten dat ook: aan hun schrijftafel zien ze die strikt helder voor zich. Hetzelfde kan worden gezegd van de toonhoogte (maar ook toondiepte, om het begrip nog wat extra diepgang te verlenen). Ieder instrument kent zijn ideale toonhoogte, waar boven of beneden het soms kwaad kersen eten is. Toch kan het de bedoeling van diezelfde componist zijn om - uiteraard op vakkundige wijze - grenzen te overschrijden. Denk aan Mahler, Richard Strauss, Alban Berg. Zomaar wat voorbeelden. Maar laten we in dit bestek zeker ook Beethoven niet vergeten, die niet alleen de puur muzikale spanning in zijn noten legde, maar daarbij ook doelbewust grensverleggend tewerk ging. Het nastreven van een puur esthetische ideaal is niet altijd wenselijk of is juist het tegenovergestelde geboden. Zoals dat ook in ons eigen leven geldt. En als muziek mede de weerspiegeling daarvan moet zijn? Welnu, dan kent u het antwoord al.

Maar er komt meer bij kijken dan de grenzen opzoeken, of het een of andere grensverleggende 'ideaal' na te streven: het gaat bij het musiceren immers ook om individualiteit, karakter (persoonlijkheid) en niet te vergeten durf. Als dat laatste al niet als onmisbaar bestanddeel van dat karakter moet worden beschouwd. Het waren zomaar enige overwegingen die mij te binnen schoten tijdens het luisteren naar het Spaanse Cuarteto Quiroga, dat onlangs een nieuwe cd uitbracht die ik hier besprak. Ik merkte daarbij ondermeer op dat ik mogelijk de eerdere drie op het Cobra-label verschenen cd's in de toekomst nog zou bespreken: 'Statements', '(R)Evolutions' en 'Frei aber Einsam' (Brahms' bekende motto). Ik werd door Cobra op mijn wenken bediend. Hier liggen ze dus en ik ben er úren mee in de weer geweest. Nee, dat was bepaald geen straf. En ik kwam al vrij snel tot de slotsom dat ik de drie cd's evengoed in één recensie kon verwerken omdat zowel de technische als interpretatieve kwaliteiten van dit viertal deze drie cd's lang buitengewoon hoog bleken; en daarmee net zo goed als op die al besproken cd ('Terra', met strijkkwartetten van Bartók, Ginastera en Halffter).

Van deze drie cd's is er een die traditioneel (het woord 'conventioneel' vermijd ik in dit geval liever) is geprogrammeerd, met de twee eerste strijkkwartetten van Johannes Brahms. Of het zou het vrij zeldzame 'In stiller Nacht' moeten zijn, in Brahms' bewerking van het gelijknamige lied uit de bundel 'Deutsche Volkslieder' WoO 34. In de beide kwartetten onderscheidt het Quiroga zich niet van de . precies, topklasse. Dat is - ik heb het al eens eerder opgemerkt - een nogal regelmatig terugkerend fenomeen: dat de wereldtop (en niet alleen in het kwartetspel) nog steeds uitdijt en dat het steeds moeilijker zo niet onmogelijk wordt zich op topniveau nog van de andere 'toppers' te onderscheiden. Wie dat wel denkt te kunnen verzeilt alras in platte snoeverij.

Vanuit alleen al het oogpunt van programmering zijn de overige twee cd's wel bijzonder aantrekkelijk: Haydn, Webern en Sollima op één cd, waar vind je dat (nog)? Schönberg, Berg en Webern is alweer een stuk gewoner, maar toch minder gewoon dan die Brahms. Wat de Schönberg/Berg/Webern cd nog eens extra interessant maakt zijn de grote verschillen in compositiestijl (zelfs in de wetenschap dat Schönberg in 1897 met zijn Strijkkwartet in de ferme toonsoort D en Webern met zijn Rondo uit 1906 nog duidelijk in het laatromantische tonale domein hun expressieve troeven uitspeelden). Het fameuze drietal mag dan door de geschiedenis keurig zijn gerangschikt als de grondleggers van de Tweede Weense School, zeker hun latere composities verschillen desondanks als de dag van de nacht, met Webern als de absolute miniaturist gemeten naar vorm en inhoud. Bij Webern is het begrip 'bagatel' (op. 9) zelfs nog een 'understatement' te noemen. Wat we daarin horen is onbegrensd en begrensd tegelijkertijd. Bovendien: bij Webern is stilstand tevens voortgang (op. 5). Een wonder*.
Maar onverschillig of het nu om Brahms, Haydn, Sollima, Schönberg, Berg of Webern gaat: de luisteraar bevindt zich op het puntje van zijn stoel, zoals ook deze vier musici mij daar toen lijken te hebben gezeten. Natuurlijk, dit is geen experimentele muziek (hoewel Sollima's 'Sonnets et Rondeaux' uit 2006 garant staan voor een stilistische smeltkroes van jewelste), maar evenals bij bijvoorbeeld het Brodsky Quartet klinkt het zo wel, alsof de inkt ervan nog maar net is opgedroogd en ons technisch ver boven de materie het ene hoogtepunt na het andere wordt voorgetoverd. Ik moest weer eens aan Alban Berg denken: "Nieuwe muziek uitvoeren alsof die klassiek is, klassieke muziek alsof die nieuw is." Onder de handen van het Quiroga horen we muziek die verrast en die ook na meerdere malen beluisteren blijft verrassen. Er duiken steeds weer nuances op die tot verder luisteren nopen, nee dwingen (ook in Haydns melodisch en harmonisch rijk uitgedoste Divertimento, een waar meesterwerk in zijn soort!)

Ook deze drie cd's dragen de handtekening van opnameleider Tom Peeters. Ik kreeg bovendien de indruk dat de opnamelocatie er niet eens zoveel toe doet: in het ene geval dat bekende kerkje in Renswoude, in het ander dat net zo bekende kerkje in Schiedam. Ik beweer niet dat hij de akoestiek zomaar naar zijn hand kan zetten, maar het lijkt er toch wel veel op. Terwijl het typische akoestische karakter van deze beide kerken absoluut niet daaraan is opgeofferd. Een 'Meisterstück' zal ik maar zeggen. Aangezien dat niet minder voor de uitvoeringen geldt weet u dus nu al wat u in huis gaat halen.

__________________
* Voor de (bijna) complete kamermuziek van Schönberg, Berg en Webern kunt u niet beter terecht dan bij het Schönberg Kwartet of het LaSalle Quartet. Inn 2015 kwam het Franse Quatuor Diotima wel met een echt complete opname, waarvan de eerste indrukken in ieder geval veelbelovend zijn. Mogelijk volgt later een bespreking.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links