CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2017

 

Mozart: Vioolsonates

Deel IV
Vioolsonate in F, KV 377 - in Bes, KV 8 - in C, KV 303 - in C, KV 403 (voltooid door Maximilian Stadler) - in F, KV 13 - in C, KV 28 - in Es, KV 26 - in Bes, KV 378 - Variaties in g op 'Hélas, j'ai perdu mon amant' KV 360

Alina Ibragimova (viool), Cédric Tiberghien (piano)
Hyperion CDA68164• 55' + 65' • (2 cd's)
Opname: oktober 2015, Wyastone Concert Hall, Monmouth (VK)

Klik hier voor de delen I t/m III

 

 


Ik kan weinig toevoegen aan hetgeen collega Gerard Scheltens in zijn recensie van de eerste drie delen opmerkte (klik hier). Inderdaad, Alina Ibragimova en Cédric Tiberghien vormen een ideaal duo voor kamermuziek. Dat bleek al uit hun integrale Beethoven (de vioolsonates), maar ook uit de voorgaande drie delen van deze integrale Mozart. Of deze sonates als geheel - en dat geldt zeker voor de jeugdwerken, hoewel ook daarin het genie wel degelijk doorklinkt - tot zijn beste werken gerekend moeten worden, is en blijft een open vraag. De beantwoording ervan is, zo die al kan worden gegeven, in ieder geval een kwestie van perceptie, want de compositietechniek, zowel wat het aandeel van de viool als de piano betreft, is volmaakt. Natuurlijk betreft het in eerste aanleg sonates voor piano met obligate vioolbegeleiding. Pas later worden het geleidelijk aan evenredige partners in een fraai contrasterend wisselspel. Evenals bij Beethoven kan Mozarts ontwikkelingsgang aan de hand van zijn kamermuziek goed worden gevolgd en - misschien nog wel belangrijker - begrepen. Vandaar dat ik niet zo goed begrijp waarom in dit geval is gekozen voor een in mijn ogen volstrekt willekeurige volgorde (thematische verbanden zijn er in het geheel niet). Natuurlijk is er iets voor te zeggen, want Mozarts jeugdwerk achter elkaar gepositioneerd doet echt naar iets anders verlangen (stel ik mij zo voor), maar toch. Dat er geweldig wordt gemusiceerd staat echter buiten kijf. De 'puristen' onder ons zullen er misschien wel moeite mee hebben dat Thirbergien zich van een gewone concertvleugel en niet van een instrument uit Mozarts tijd bedient. Een ander puntje van kritiek zou kunnen zijn dat Ibragimova in de vroege sonates het initiatief sterk naar zich toetrekt en dat Tiberghien zich echt op de begeleiding richt, in plaats van juist andersom. Bezwaarlijk vind ik dit echter niet: juist dat karaktervolle vraag- en antwoordspel geeft aan deze vroege werken een extra cachet, wat ze zeker goed kunnen gebruiken. Ik was er bijzonder door gecharmeerd. Kort samengevat een bijzonder goed geslaagd project.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links