CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2018

 

Sacrum Convivium

Anoniem (Gregoriaans): Ubi caritas et amor - Tota pulchra est - Tu es Petrus - Panga lingua - Tatum ergo - Vinea mea electa - Tenebrae fatae sunt - Tristis est anima mea

Duruflé: Quatre motets sur des thèmes grégoriens op. 10
Machaut: Nostre Dame

Poulenc: Quatre motets pour un temps de pénitence

Vox Clamantis o.l.v. Jaan-Eik Tulve
Mirare MIR 366 • 55' •
Opname: september 2014, Transfiguratiekerk, Tallinn (Estland)

   

In de muziek heb ik het niet zo op vergelijkingen, maar treffend is wel een in het oog springende overeenkomst tussen een aantal topkoren: dat het weliswaar een regelmatig komen en gaan is van koorleden, maar dat de dirigent op zijn post blijft en dat er daardoor nauwelijks iets verandert aan de kwaliteiten van zo'n koor. Dat de audities daarin een doorslaggevende rol spelen zal duidelijk zijn. Men krijgt uiteindelijk wat men horen wil. Ik denk aan bijvoorbeeld het Monteverdi Choir en het Collegium Vocale Gent, maar ook aan Vox Clamantis. Soms is er sprake van een dirigentenwisseling en sluipen er geleidelijk veranderingen in de klank. Wat overigens niet nadelig hoeft te zijn. Denkt u maar aan het Arnold Schoenberg Chor en het Eric Ericsson Kamerkoor. Aan de ander kant zijn er de vocale en instrumentale ensembles waarvan de leden nu juist wel honkvast zijn, maar het de dirigenten zijn die komen en gaan. Dat heeft wel degelijk invloed op de klank, tamelijk veel zelfs. Ten goede of ten kwade.

Dit nieuwe album van het Franse label Mirare staat geheel in het teken van het in Estland gewortelde Vox Clamantis, het koor dat sinds zijn oprichting, nu meer dan twee decennia geleden, nog steeds wordt geleid door de veteraan Jaan-Eik Tulve. Een koor ook dat deel uitmaakt van de rijke koortraditie die we in vrijwel alle Baltische staten terugvinden (u kunt er van alles over lezen in ‘Baltische zielen' van Jan Brokken, hier besproken).
Met drie sopranen, drie alten, vier tenoren en vier bassen is Vox Clamantis (vrij vertaald: luide schreeuw in het Latijn) bepaald geen groot bezet ensemble, maar ook dit koor bewijst weer eens uitdrukkelijk dat kwaliteit vóór kwantiteit gaat en dat ook indrukwekkende sonoriteit niet per se in veel stemmen is gelegen. Integendeel, zou ik eraan toe willen voegen. Kwaliteit is niet vanzelfsprekend, waarbij het niet alleen een kwestie van pure stemkwaliteit is, maar ook van een volmaakt gevoel voor stemvoering, balans en dynamische proportionaliteit, naast uiteraard een vlekkeloze dictie. Er moet ook veel aandacht zijn voor homogeniteit in zowel de unisone als de meerstemmige passages. Geen vibratie dus bij de een en strakke toonvorming bij de ander. Vox Clamantis houdt duidelijk van perfectie, maar dan wel een volkomenheid die gepaard gaat met spirituele expressie. Het levert een fenomenaal hoorspel op dat, en misschien is dat uiteindelijk toch het belangrijkste, diep ontroert. De Gregoriaanse chants en de vier motetten van Duruflé en Poulenc worden afwisselend gezongen. Igor Kirkwood zorgde in de Transfiguratiekerk in Tallinn voor een opname die de schitterende toonvorming van Vox Clamantis als een handschoen past.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links