CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2017

 

Mahler: Symfonie nr. 5 in cis (bewerking voor kamerensemble door het Natalia Ensemble)

Natalia Ensemble

Cobra 005 • 68' •

Opname: augustus 2016, Auditorio de Zaragoza, Sala Mozart, Zaragoza (Spanje)

 

Het Natalia Ensemble bestaat uit fluit, hobo, klarinet, fagot, hoorn, trompet, 3 slagwerkers, harp, piano, harmonium, 2 violen, altviool, cello en contrabas. De nieuwste cd is geheel gewijd aan een bewerking van Mahlers Vijfde symfonie voor deze zeventien instrumenten. Het is anno 2017 een merkwaardig wapenfeit om met een aangepaste bezetting van dit reusachtige werk te komen. Het is bijna op de kop af honderd jaar geleden dat Arnold Schönberg in zijn toenmalige woonplaats Mödling bij Wenen zijn ‘Verein für musikalische Privataufführungen' oprichtte. Daar werd niet alleen eigentijdse muziek geïntroduceerd, maar ook orkestwerken in een uitgedunde bezetting omdat de middelen ontbraken voor uitvoering door een volledig bezet symfonieorkest. Daaronder waren arrangementen die veel later zelfs discografisch geschiedenis maakten.

Waarom in afgeslankte bezetting?
De vraag is evenwel of een nieuwe bewerking van Mahlers Vijfde symfonie voor kamermuziekbezetting nog wel in deze tijd van orkestrale overvloed past. Want laten we wel zijn: we kunnen niet alleen in de concertzaal maar ook thuis te kust en te keur uit alle Mahler-symfonieën en orkestliederen in hun originele bezetting kiezen. Waarom dan in dit geval de toevlucht nemen tot een afgeslankte bezetting? Erachter schuilt het idee, zo las ik in de begeleidende brief, dat we hierdoor een heldere, transparante kijk op het stuk krijgen en elk klein detail dat de componist in het stuk heeft verborgen, hoorbaar wordt gemaakt. Met alle waardering voor het initiatief vind ik dit geen steekhoudend argument. Mahler ontwierp het opus voor groot symfonieorkest en daarop stemde hij de instrumentatie, de orkestratie af. Daarmee is op dit punt feitelijk alles gezegd. Iedere daarvan afwijkende samenstelling doet rechtstreeks afbreuk aan het origineel (nog afgezien van de in deze bewerking gevlochten piano- en harmoniumpartij).

Bottom-up
In het boekje wordt uiteengezet dat het Natalia Ensemble weinig op heeft met de traditionele concertpraktijk. Dat het oprichten van een orkest of een ensemble vaak meer te maken heeft met politiek dan met muziek. Een persoon, meestal de dirigent, moet op zoek naar fondsen die doorgaans afkomstig zijn van de gemeente of de regio. Vervolgens wordt de concertzaal bepaald opdat de kaartverkoop kan beginnen. Pas nadat die goed op gang is gekomen en het repertoire vastligt, worden musici vanuit het lokale netwerk uitgenodigd om tegen vergoeding te komen spelen. Zo werkt - in de woorden van Reyes - de muziekindustrie. Concertseizoenen en festivals worden in vergaderkamers geboren, waarin agenten en managers hun dirigenten en solisten uitonderhandelen en ze verkopen aan de hoogste bieder. Musici en publiek hebben daar part noch deel aan en worden er pas bij betrokken als het concert een feit is. Dat is nu precies wat het Natalia niet wilde. Nu is het aan het ensemble om het repertoire te bepalen en is het aan vrienden en familie om voor de musici de deuren te openen. De dirigent werd 'geskipt', de betrokkenheid, het engagement van het ensemble is door deze andere aanpak vele malen groter. Het voelt in zekere zin als thuiskomen. Dat was het idee: plannen maken van beneden naar boven (bottum-up), in plaats van omgekeerd, en zich verantwoordelijk voelen voor het totale concept, dus ook voor de repertoirekeuze en de muzikale interpretatie, met als belangrijkste doel om die boodschap aan het publiek door te geven. Het lijkt sterk op het zeer succesvolle model van onder meer het Nederlands Blazers Ensemble. Er is niets mis mee, integendeel, al kan er over de gehanteerde argumentatie van mening worden verschild.

Crowdfunding
De vastlegging van deze Mahler V was dan ook niet op verzoek van het een of andere platenlabel, of dankzij van tevoren beschikbaar gestelde fondsen, of zelfs niet van een zaal of studio in het vooruitzicht. Nee, het idee werd van binnenuit geboren, om deze kamermuziekversie met een breder publiek te delen. De realisatie volgde vanuit een succesvol verlopen 'crowdfunding' project. Dankzij de financiële steun van honderden enthousiaste liefhebbers werd het aldus mogelijk om zoiets groots op te zetten als deze 'kamersymfonie'.

Traditie
Goed, er is die traditie van de bewerking van Mahlers symfonieën speciaal voor kamerensemble . Dat begon al met Schönbergs bewerking van een ander werk van Mahler, diens 'Lieder eines fahrenden Gesellen' en een onvoltooid gebleven bewerking van 'Das Lied von der Erde' (alsnog in 1983 gecompleteerd door Reiner Riehn). Toen de inkt van Schönbergs bewerking nog maar nauwelijks droog was kwam Erwin Stein met een bewerking van de Vierde symfonie. Van veel recenter datum zijn de versies van de Eerste, Vijfde en Negende symfonie door Klaus Simon (respectievelijk in 2008 en 2014), de Vierde door zowel Amaury du Closel (2001) als Klaus Simon (2007). Dan is er de versie van de Tweede symfonie van de hand van Gilbert Kaplan en Robert Mathes (2013) en die van de Negende van Glen Corthese (2006). Versies genoeg dus.

Aandikking
Een andere bewerkingsvorm is niet die van afslanking maar van 'aandikking'. Mahler deed het zelf ook, getuige zijn bewerking van Schuberts Strijkkwartet D 810, 'Der Tod und das Mädchen', voor strijkorkest. Een ander sprekend voorbeeld is Mahlers bewerking van Beethovens Strijkkwartet op. 95, het 'Serioso' kwartet, eveneens voor strijkorkest. Voor beide werken geldt dat Mahler er duidelijk de symfonische proporties van onderkende en daar ook naar handelde. Maar we kennen daarvan ook veel andere voorbeelden. Denkt u maar aan de vele bewerkingen die Marijn van Prooijen maakte voor Amsterdam Sinfonietta.

Verkeerde associaties
Terug naar de bewerking van Mahler V. Voor mij telt niet zozeer een daardoor scherper getekende polyfonie of een ‘nieuwe' weerbarstigheid, maar het oproepen van in mijn oren volkomen verkeerde associaties met het werk. Of anders gezegd de ondergraving van strekking, betekenis en werkingssfeer van een van de belangrijke hoekstenen van het symfonisch repertoire. Ik vind dat een dergelijke ingreep alleen te rechtvaardigen valt bij gebrek aan een beter alternatief, een probleem zoals dat zich voordeed nog ruim na het Weense fin-de-siècle, maar nu lang en breed achter ons ligt. De rechtvaardiging van een bewerking door voornamelijk te verwijzen naar die ‘Verein für musikalische Privataufführungen' mist als belangrijkste pointe dat die bewerkingen niet waren bedoeld om het publiek een heldere, transparantie kijk op het werk te gunnen, maar omdat uitvoeringen in de enig juiste, dus volwaardige vorm, niet tot de mogelijkheden behoorde. In die zin was het niet meer dan een uit nood geboren curiosum.

Geen voorstander
Door de bezetting als het ware te ‘herschrijven' wordt een werk als Mahlers Vijfde uit zijn historisch verankerde, maar belangrijker nog volstrekt eigen, context geplaatst. De winst aan helderheid en transparantie, als die er al is, weegt daar niet tegenop, maar wel als evident nadeel dat de dieptewerking van dit grote werk, met uitzondering van het beroemde Adagietto, in kamermuzikale sfeer sterk aan momentum inboet. Zoals ik het heb ervaren wordt het opus op deze manier buiten zijn eigen orde geplaatst. Ik heb er met plezier naar geluisterd, de prestaties zijn er ook naar, maar ik ben er geen voorstander van. Ik heb er ook niets mee: er is geen enkele goede reden te verzinnen om met minder genoegen te nemen dan met het origineel. Wat u er overigens niet van hoeft te weerhouden om de cd te kopen!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links