CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2012

 

 

Bruno Maderna - Complete works for orchestra (vol. 4)

Quadrivium (voor vier slagwerkers en vier orkestgroepen) (1969) - Aura (voor orkest) (1972) - Amanda (voor kamerorkest) (1966)* - Giardino religioso (voor klein orkest) (1972)

Alejandro Rutkauskas (viool)*,
hr-Sinfonieorchester/Frankfurt Radio Sinfonieorchester o.l.v. Arturo Tamayo

NEOS 10936 • 78' • (sacd)

Opname: december 2006, januari en augustus 2007,
hr-Sendesaal, Frankfurt am Main

www.neos-music.com


Laat ik er maar geen doekjes omheen winden: dit 'soort' muziek horen we in de vaderlandse concertzalen zelden of nooit, zelfs niet binnen het beproefde concept van de 'sandwichconstructie'. Vrijwel niemand in de hogere regionen van de concertprogrammering lijkt er in te zijn geïnteresseerd, maar het zal de cultuurpausen in Den Haag ongetwijfeld als muziek in de oren klinken dat deze werken het af moeten leggen tegen het 'ijzeren repertoire', want daar komt immers genoeg publiek op af. Wat dan weer betekent dat de subsidiepotten niet al te ver open hoeven. Berekenend cultuurbarbarisme noem ik dat.

Maar waarom blijft Maderna's muziek toch zo buiten schot? In tegenstelling tot veel andere avant-gardistische stukken zijn die van Maderna nu juist wel goed 'verstaanbaar', en vaak net zo lyrisch als bijvoorbeeld het werk van de onlangs overleden componist Hans Werner Henze. Sterker nog, meerdere van hun stukken zouden prima in hetzelfde programma passen. Henze vestigde zich, nadat het culturele klimaat in Duitsland hem te guur was geworden, in het zonnige Italië, het geboorteland van Maderna. Het land ook dat zo'n belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de zangkunst, waaruit hij zelf voortkwam en waarmee hij tot het einde van zijn leven verbonden zou blijven (Het was Maderna die bijvoorbeeld Monteverdi's Orfeo in een geheel nieuw instrumentaal jasje stak en die als geen ander de verbinding wist te leggen tussen het 'Oude' en het 'Nieuwe'). Henze en Maderna, je zou ze zelfs in meer dan een opzicht in één adem kunnen noemen. Men hoeft dus niet zover te kijken om creatief te programmeren, zou je denken. Was het maar waar!

Nog een zijpad. Onlangs genoot ik in de Doelen van het Rotterdams Philharmonisch onder zijn chef, Yannick Nézet-Séguin, die met een sterbezetting Brahms' Ein deutsches Requiem uitvoerde, met vóór de pauze Mozarts Maurerische Trauermusik en Haydns Symfonie nr. 44, waarvan alleen de bijnaam (Trauer) treurnis uitstraalt. Yannick kan als dirigent heel veel, maar een ding kan hij absoluut niet: avontuurlijk programmeren, laat staan dat hij regelmatig moderne of eigentijdse muziek op de lessenaars laat zetten. Wat had hij vóór de pauze kunnen dirigeren? Lutoslawski's Treurmuziek (inhoudelijk net zo treurig en verheven als het diep inkervende stuk dat Mozart voor de Weense vrijmetselaarsloge schreef) en Jan van Gilses Treurmuziek bij de dood van Uilenspiegel. Een prachtige samenhang: Mozart, Lutoslawski, Van Gilse. Was het maar waar!

Maar terug naar Maderna. Als we even kijken naar de laatste tien jaar van diens aards bestaan (hij stierf op 13 juni 1973 aan longkanker, in Darmstadt, de stad van de beroemde 'Ferienkurse', waaraan hij vanaf 1950 intensief had deelgenomen), dan zien we (ik citeer Leo Samama in zijn boeiende artikel over Maderna, (klik hier) dat zijn relatie met Nederland zeer intens is geweest. Hij dirigeerde veelvuldig het Residentie Orkest, later ook andere orkesten in ons land, onderhield nauwe banden met de jongste componistengeneratie, onder wie Peter Schat, Jan van Vlijmen en Louis Andriessen, en liet zich zelfs een rol aanleunen in de acties voor een tweede dirigent bij het Concertgebouworkest. Rond 1970 kreeg zijn loopbaan zelfs wat meer richting en doel. Hij schreef in die jaren zijn meest bekende werken, dirigeerde 's werelds grote orkesten, ging een enkele maal kuren om zijn fysiek te verbeteren en genoot van het gezinsleven met drie jonge kinderen.

Zelf zal ik mijn eerste kennismaking met Maderna's optreden als dirigent nooit vergeten. Dat was in het Amsterdamse Concertgebouw in juli 1965, waar hij het Concertgebouworkest dirigeerde in het Pianoconcert van Kees van Baaren, Schönbergs Fünf Orchesterstücke, Mendelssohns Schotse symfonie en enige Mozart-aria's met de sopraan Ilse Hollweg. Aloys Kontarsky, de solist in het pianoconcert, vormde in die tijd een vermaard pianoduo met zijn broer Alfons. Evenals Maderna speelden en doceerden ze in Darmstadt, en waren ze wegbereiders voor menig avant-garde componist, waaronder Karlheinz Stockhausen. Wat was het een vooruitgang geweest als het bestuur van het Concertgebouworkest Maderna naast Haitink had benoemd, de eerste als dé representant van de moderne en eigentijdse muziek!

Bruno Maderna (r.) met Luigo Nono en Nuria Schönberg in Darmstadt, jaren vijftig

Stelt u zich het eens voor, Maderna, de grote componist en dirigent, samen met chefdirigent Bernard Haitink (die in 1964 zonder de steun van Eugen Jochum zijn carrière bij het Concertgebouworkest voortzette) werkend aan de consequente vernieuwing van het orkestrepertoire! Het orkest had daarvoor alles in huis: techniek, charisma én op hoog niveau aangestuurde artistieke samenhang. Sterker nog, het glanzende ensemble deed niet onder voor die uit Londen, Berlijn, Wenen en New York. Het heeft evenwel geen zin om te mijmeren over al die geweldige stukken die we daardoor hebben moeten missen (we zouden vandaag de dag hetzelfde kunnen zeggen, met de o zo behoudende Mariss Jansons als chefdirigent). Misschien hadden we, met Maderna aan het bewind, in 1969 zelfs geen Notenkrakeractie gehad. Om het historisch perspectief verder te bepalen: het Schönberg Ensemble ontstond pas in 1974, het Schönberg Kwartet twee jaar later en het Asko Ensemble in 1977.
Het zou trouwens ook niet gewerkt hebben: de samenwerking tussen de bijna pijnlijk correcte, strak in het pak zittende Marius Flothuis als artistiek leider van het Concertgebouworkest en Maderna, het muzikale zondagskind in zijn steevast slordige outfit. Maar bij het Residentie Orkest werd Maderna in die tijd wél op handen gedragen en dirigeerde hij daar vaak.
Nog kort voor zijn dood op 13 januari 1973 zou Maderna in het Circustheater in Scheveningen de première dirigeren van zijn eerste opera, Satyricon, maar het kwam er niet meer van. Halverwege de repetities moest zijn taak worden overgenomen door Lucas Vis, die zich vervolgens met hart en ziel voor het werk Maderna zou gaan inzetten. Menigeen zal zich in dit verband nog de uitvoeringen van 'Giardino religioso' (1972), 'Quadrivium' (1969) en het in januari 1973 nog voltooide Derde hoboconcert (met Han de Vries) herinneren (klik hier).

Het zijn bespiegelingen die steeds weer opwellen als er weer een fraaie cd met muziek van Maderna verschijnt, zoals deze vierde uitgave in de schitterende reeks, waarvan ik de eerste drie al eerder op deze site besprak. Ditmaal geeft het avontuurlijke Neos-label ruim baan aan vier werken uit Maderna's laatste periode, die begint met Amanda voor kamerorkest uit 1966 en het in 1969 gecomponeerde Quadrivium voor vier slagwerkers en vier orkestgroepen. De titel 'Quadrivium' verwijst naar de vier middeleeuwse, vrije kunsten: die van de rekenkunde, algebra, muziek en astronomie, waar nog bijkomt dat het getal 'vier' een magische betekenis heeft, de vier elementen en de vier jaargetijden, zoals ze in dit zowel naar volume als naar inhoud reusachtige werk van Maderna worden voorgesteld door de vier slagwerkers en de vier orkestgroepen. De overige drie werken op deze sacd staan qua compositietechniek dicht bij Quadrivium: een imposant amalgaam van aleatoriek en strikte voorschriften dat voor de toehoorder niet altijd helder te onderscheiden valt. Weer treft de grote poëtische zeggingskracht en de expressieve spanwijdte die van een ontroerende schoonheid is en waarvan de erupties doen denken aan Alban Bergs nostalgische expressiviteit in de wisselwerking tussen strijkers en koperblazers.

Met zulke glanzende uitvoeringen als door dit ensemble onder leiding van een echt bezielde dirigent en een opname om de vingers bij af te likken zijn we weer een belangwekkende stap verder in de vaststelling van het integrale orkestwerk van een van de grootste componisten van de vorige eeuw: Bruno Maderna (1920-1973).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links